Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-28
ECLI:NL:RBDHA:2025:8103
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,768 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.37989
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. M. Gavami),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. T.J.M Schilder).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
1.1.
Eiser heeft op 7 april 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 3 september 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 27 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder. Als tolk is verschenen Q. Lin-Ge.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser heeft de Chinese nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1999. Hij legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser uitte zich in China tegen de Chinese Communistische Partij (CCP). Dit deed hij door kritische teksten te schrijven op de muren van openbare toiletten. Eiser is hier een keer voor opgepakt en weer vrijgelaten. Daarna is hij doorgegaan met kritische teksten schrijven. Foto’s en video’s van eisers activiteiten zijn op sociale media geplaatst. Ook in Nederland heeft eiser aan verschillende demonstraties meegedaan en zijn er foto’s en video’s van hem online geplaatst. De Chinese autoriteiten hebben huiszoekingen gedaan bij het huis van zijn familie, waarbij zij op zoek waren naar eiser. Ook is eiser zelf na zijn vertrek enkele keren gebeld door de autoriteiten. Eiser vreest bij terugkeer naar China vervolgd te worden door de Chinese autoriteiten.
2.1.
Eiser heeft ter onderbouwing van zijn asielrelaas foto’s, tweets en chatberichten met zijn zus overgelegd.
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser (ook wel het eerste element);
de politieke activiteiten van eiser in China (ook wel het tweede element);
de politieke activiteiten van eiser in Nederland (ook wel het derde element); en
de problemen van eiser naar aanleiding van zijn politieke activiteiten (ook wel het vierde element).
3.1.
Verweerder vindt het eerste en derde element geloofwaardig. Verweerder vindt de politieke activiteiten van eiser in China ongeloofwaardig. Eiser heeft namelijk geen documenten overgelegd die zijn politieke activiteiten in China onderbouwen en heeft op verschillende punten vaag en wisselend verklaard over zijn activiteiten. De overgelegde foto’s onderbouwen eisers activiteiten niet, omdat niet duidelijk is waar en wanneer die zijn genomen. Ook eisers problemen naar aanleiding van zijn politieke activiteiten vindt verweerder niet geloofwaardig. Eiser heeft tegenstrijdig, wisselend, vaag en onlogisch verklaard over zijn problemen met de autoriteiten. Het is daarnaast niet aannemelijk dat de Chinese autoriteiten op de hoogte waren van eisers politieke activiteiten. De schermafbeeldingen en geluidsopnames van gesprekken met zijn zus ondersteunen het asielrelaas niet omdat ze niet afkomstig zijn van een objectieve en verifieerbare bron. Dat eiser uit China komt is onvoldoende om aan te nemen dat hij een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat hij bij terugkeer naar China een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Eisers politieke activiteiten in Nederland zijn marginaal en maken niet dat eiser een aannemelijke vrees voor vervolging heeft. Eiser komt daarom niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Hij heeft wel degelijk aannemelijk en consistent verklaard over zijn activiteiten in China. De tegenwerpingen van verweerder zien op details in het relaas en houden er geen rekening mee dat eiser moeite heeft met data. Met de documenten die eiser heeft overgelegd, heeft hij een begin van bewijsvoering gemaakt. Verweerder moet de documenten nader onderzoeken. Verweerder mocht niet van eiser verwachten dat hij meer objectieve en verifieerbare documentatie zou overleggen, omdat die niet beschikbaar zijn voor eiser. Tot slot betoogt eiser dat wel aannemelijk is dat hij vanwege zijn politieke activiteiten zal worden vervolgd door de Chinese autoriteiten. Verweerder heeft op dat punt geen juiste toepassing gegeven aan het in WBV 2024/12 neergelegde beleid en is ten onrechte voorbijgegaan aan het rapport uit oktober 2024 van de AIVD en NCTV over inmenging van buitenlandse overheden (waaronder China) in diasporagemeenschappen in Nederland.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. De rechtbank zal dit oordeel hieronder uitleggen.
6. Eiser heeft verzocht de zienswijze als herhaald en ingelast te beschouwen. Uit het in algemene zin herhalen en inlassen van de zienswijze kan de rechtbank niet afleiden waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Daarom ziet de rechtbank hierin geen aanleiding om het besluit te vernietigen en gaat de rechtbank hierna in op de beroepsgronden.
Mocht verweerder het tweede element ongeloofwaardig vinden?
7. De rechtbank volgt eiser in zijn stelling dat hij niet wisselend heeft verklaard over hoe vaak hij kritische teksten heeft geschreven in openbare toiletten. Eiser heeft eerst gezegd dat het om ‘ontelbare’ keren ging, maar dit meteen daarna geconcretiseerd. De verklaring van eiser dat hij zich in zijn eerste verklaring figuurlijk uitdrukte en er dus geen sprake is van ver uiteenlopende verklaringen, komt de rechtbank niet onlogisch voor. Ook mocht verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet tegenwerpen dat eiser wisselend heeft verklaard over de datum van de bekladding in Disneyland. Verweerder erkent namelijk dat eiser moeite heeft met het noemen van precieze data en de verklaringen van eiser wijken slechts enkele dagen af van wat aan de hand van eisers vliegtickets is bevestigd. Dat het hier om een voor eiser belangrijke datum gaat, maakt dit niet anders, omdat er geen indicatie bestaat dat eisers moeite met data uitsluitend ziet op voor hem onbelangrijke momenten. Dat verweerder deze twee punten niet mocht tegenwerpen, maakt echter niet dat verweerder eisers politieke activiteiten in China niet ongeloofwaardig mocht vinden. Daartoe is het volgende van belang.
7.1.
De rechtbank volgt verweerder in haar stelling dat uit de foto’s die eiser heeft overgelegd, niet blijkt waar deze zijn genomen. Voor zover eiser heeft betoogd dat verweerder een expert had moeten inschakelen om te duiden waar de foto’s zijn gemaakt, wijst de rechtbank erop dat dit op de weg van eiser lag. Het is immers aan eiser om zijn asielrelaas aannemelijk te maken. Ook mocht verweerder erop wijzen dat de tweets met foto’s van eiser zijn geplaatst nadat hij China heeft verlaten en dus niet kunnen onderbouwen dat de bekladdingen in China hebben plaatsgevonden. Daarnaast mocht verweerder zich op het standpunt stellen dat eiser vaag en wisselend heeft verklaard over zijn ‘andere activiteiten.’ Eiser heeft namelijk verklaard dat hij, naast het bekladden van toiletten, andere dingen heeft gedaan die veel erger zijn. Echter heeft hij niet concreet geantwoord op de vraag wat die andere dingen zijn. De rechtbank oordeelt dat verweerder alleen al op basis hiervan op goede gronden en deugdelijk gemotiveerd tot de conclusie is gekomen dat eisers politieke activiteiten in China niet geloofwaardig zijn.
Mocht verweerder het vierde element ongeloofwaardig vinden?
8. De rechtbank oordeelt dat verweerder ook eisers problemen naar aanleiding van zijn politieke activiteiten ongeloofwaardig mocht vinden. Verweerder mocht er hiertoe allereerst op wijzen dat eiser China tweemaal legaal uit heeft kunnen reizen, zodat er geen indicatie is dat hij op die momenten werd gezocht. Verweerder mocht daarnaast betrekken dat eiser niet logisch heeft verklaard over waarom de Chinese autoriteiten juist hem zochten. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij denkt dat de politie hem via zijn vingerafdrukken en/of via camera’s op het spoor is gekomen. Echter heeft eiser ook verklaard dat er in de toiletten geen camera’s aanwezig waren.
Conclusie
10. Verweerder mocht de aanvraag afwijzen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van eisers asielaanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier.
Dictum
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als verweerder.
Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951 (Trb. 1954, 88), zoals gewijzigd bij Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76).
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Dit rapport heet ‘Over de grens, Statelijke inmenging in diasporagemeenschappen in Nederland.’
Zie pagina 29 en 36 van het verslag nader gehoor.
Zie pagina 34 van het verslag nader gehoor.
Zie pagina 32 van het verslag nader gehoor.
Zie pagina 43 van het verslag nader gehoor.
Zie WBV 2024/12 van verweerder en paragraaf C7/9.3.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000.