Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-19
ECLI:NL:RBDHA:2025:7890
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,394 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-842
Zaaknummer: C/09/679732
Datum beschikking: 19 februari 2025
Vervangende toestemming vakantie
Beschikking op het op 6 februari 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.G.T. Meershoek te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift.
Op 19 februari 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw, met haar advocaat J.W.C. Wittens als waarnemer van mr. F.G.T. Meershoek, en de man.
Verzoek en verweer
De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:
- aan haar vervangende toestemming te verlenen – die de toestemming van de vader vervangt – om met de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] , in de periode van 20 februari tot en met 28 februari 2025, althans een andere door de rechtbank in goede justitie te bepalen periode, af te reizen naar Egypte, althans ter zake een beslissing te nemen zoals de rechtbank in goede justitie acht,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader geen verweer gevoerd.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad met elkaar.
- Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] .
- [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen blijkens een aantekening in het gezagsregister van 6 februari 2023 het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- Bij beschikking van 6 februari 2023 van deze rechtbank is verder bepaald dat [minderjarige] bij de vader verblijft:
éénmaal per twee weken van vrijdagavond 18.00 uur tot zondagavond 18.00 uur, waarbij de vader [minderjarige] ophaalt bij de moeder en haar daar weer terugbrengt;
en gedurende de helft van de vakanties, als volgt:
in de oneven jaren:
- voorjaarsvakantie;
- meivakantie: eerste week;
- zomervakantie: week 4, 5 en 6;
- kerstvakantie: tweede week;
in de even jaren:
- herfstvakantie;
- meivakantie: tweede week;
- zomervakantie: week 1,2 en 3;
- kerstvakantie: eerste week;
- op Vaderdag en de verjaardag van de vader en dat zij bij de moeder verblijft: op Moederdag en de verjaardag van de moeder.
Beoordeling
Juridisch kader
Op grond van het eerste lid van artikel 1:253a BW kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hierover op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Standpunten
De moeder voert aan dat zij met [minderjarige] van 20 februari 2025 tot en met vrijdag 28 februari 2025 wil afreizen naar Egypte en aldaar wil verblijven. De moeder stelt dat er geen reden is om de toestemming voor een vakantie van de vrouw met [minderjarige] te weigeren. De vrouw stelt dat het uitgangspunt is dat een vakantie – mits naar een veilig land – in het belang van het kind is, wat Egypte is. Vorig jaar april weigerde de vader eerder de toestemmingformulieren te ondertekenen toen de moeder op vakantie wilde en heeft de moeder ook een dergelijk verzoek in moeten dienen bij de rechtbank. Net voor vertrek had de vader toch zijn toestemming verleend. De moeder denkt dat de man zijn toestemming weigert vanwege de procedure die tussen partijen loopt over de kinderalimentatie. De moeder acht het niet in het belang van [minderjarige] dat dit ten koste gaat van een vakantie en verzoekt daarom de rechtbank haar vervangende toestemming te verlenen voor haar vakantie met [minderjarige] naar Egypte.
De vader heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
De rechtbank heeft op de zitting met partijen gesproken en de vergelijking beproefd. Met de moeder acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige] dat zij op vakantie kan gaan met de moeder. De vader heeft op de zitting aangegeven zich te kunnen vinden in het verzoek van de vrouw en hiertegen geen verweer te voeren. De rechtbank zal daarom de vervangende toestemming verlenen aan de moeder om met [minderjarige] naar Egypte af te reizen van 20 februari 2025 tot en met 28 februari 2025.
Dictum
De rechtbank:
verleent toestemming aan de moeder – welke de toestemming van de vader vervangt – om met de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] , voor de periode van 20 februari 2025 tot en met 28 februari 2025 naar Egypte te reizen en aldaar te verblijven;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 februari 2025.