Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-05-01
ECLI:NL:RBDHA:2025:7415
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,980 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.18756
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Verweerder heeft op 3 maart 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring op 23 april 2025 beroep ingesteld.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 30 april 2025 gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1982 en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg van 25 maart 2025. Vervolgens is er een vervolgberoep ingediend. Uit de uitspraak van 22 april 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 17 april 2025.
4. In zijn beroepschrift van 23 april 2025 voert eiser aan dat er geen zicht is op uitzetting naar Nigeria binnen een redelijke termijn. Verder is er de mogelijkheid van een lichter middel omdat eiser op het adres van familie kan verblijven. Daarnaast is eiser niet in staat om te reizen vanwege een hersenoperatie die hij heeft ondergaan. In zijn land van herkomst zal hij geen medische behandeling kunnen verkrijgen.
5. Eerder heeft de rechtbank al geoordeeld dat er geen aanleiding is voor het oordeel dat in het geval van eiser zicht op uitzetting naar Nigeria ontbreekt en dat verweerder niet heeft hoeven volstaan met een lichter middel. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn beroep geen feiten en of omstandigheden aangevoerd die aanleiding zouden kunnen geven voor een ander oordeel.
6. De beroepsgronden dat eiser niet kan reizen en in zijn land van herkomst geen medische behandeling kan verkrijgen zien op de gevolgen van terugkeer naar het land van herkomst en raken daarmee niet aan de rechtmatigheid van (het voortduren van) de maatregel, nog daargelaten dat eiser deze beroepsgronden niet heeft onderbouwd.
7. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 1 mei 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
ECLI:NL:RBDHA:2025:4900.
ECLI:NL:RBDHA:2025:6845.
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.18756
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Verweerder heeft op 3 maart 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring op 23 april 2025 beroep ingesteld.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 30 april 2025 gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1982 en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg van 25 maart 2025. Vervolgens is er een vervolgberoep ingediend. Uit de uitspraak van 22 april 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 17 april 2025.
4. In zijn beroepschrift van 23 april 2025 voert eiser aan dat er geen zicht is op uitzetting naar Nigeria binnen een redelijke termijn. Verder is er de mogelijkheid van een lichter middel omdat eiser op het adres van familie kan verblijven. Daarnaast is eiser niet in staat om te reizen vanwege een hersenoperatie die hij heeft ondergaan. In zijn land van herkomst zal hij geen medische behandeling kunnen verkrijgen.
5. Eerder heeft de rechtbank al geoordeeld dat er geen aanleiding is voor het oordeel dat in het geval van eiser zicht op uitzetting naar Nigeria ontbreekt en dat verweerder niet heeft hoeven volstaan met een lichter middel. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn beroep geen feiten en of omstandigheden aangevoerd die aanleiding zouden kunnen geven voor een ander oordeel.
6. De beroepsgronden dat eiser niet kan reizen en in zijn land van herkomst geen medische behandeling kan verkrijgen zien op de gevolgen van terugkeer naar het land van herkomst en raken daarmee niet aan de rechtmatigheid van (het voortduren van) de maatregel, nog daargelaten dat eiser deze beroepsgronden niet heeft onderbouwd.
7. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 1 mei 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
ECLI:NL:RBDHA:2025:4900.
ECLI:NL:RBDHA:2025:6845.