Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-28
ECLI:NL:RBDHA:2025:7124
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
835 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.10070
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. R. Roelofsen),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag van 9 november 2023.
2. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt. Partijen hebben hier mee ingestemd, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten en het beroep dus niet heeft behandeld op een zitting.
Beoordeling
Is het beroep ontvankelijk?
3. Met het besluit van 11 december 2024, in werking getreden op 14 december 2024, heeft de minister een Besluit- en Vertrekmoratorium (BVM) ingesteld voor vreemdelingen uit Syrië. Met het BVM voor vreemdelingen uit Syrië heeft de minister de beslistermijn voor lopende asielaanvragen verlengd tot ten hoogste 21 maanden. Op het moment van indienen van de ingebrekestelling op 11 februari 2025 en het beroep op 3 maart 2025 was het door de minister ingestelde BVM al in werking getreden, waardoor de minister niet langer kon beslissen op de aanvraag. Dit betekent dat zowel de ingebrekestelling als het beroep prematuur zijn ingediend. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
4. De rechtbank merkt op dat eiser na het verstrijken van 21 maanden na de aanvraag, dus na 9 augustus 2025, de minister in gebreke kan stellen. Dat is anders wanneer het BVM eerder eindigt dan 9 augustus 2025. In dat geval kan eiser de minister na het eindigen van het BVM in gebreke stellen.
Conclusie
5. Het beroep is niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Besluit van 11 december 2024 tot het instellen van een besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië (Stscrt. 2024, 41538).