Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-14
ECLI:NL:RBDHA:2025:6685
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,574 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.8191
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. J.M. Bell),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: [persoon A] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 19 februari 2025 niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 3 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, A. Khabote als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt verweerder een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Spanje een verzoek om overname gedaan. Spanje heeft dit verzoek aanvaard.
Beoordeling
5. Eiseres voert aan dat verweerder ten onrechte in haar medische omstandigheden geen reden heeft gezien om haar asielverzoek inhoudelijk in behandeling te nemen. Eiseres stelt dat overdracht aan Spanje leidt tot aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen voor haar gezondheidstoestand. Zij wijst daartoe op medische informatie van de huisarts en haar oogarts. Eiseres vindt ook dat overdracht aan Spanje onevenredig hard is.
5.1.
Eiseres beroept zich op het arrest C.K. Uit dit arrest volgt dat wanneer een asielzoeker objectieve gegevens overlegt die de bijzondere ernst van zijn gezondheidstoestand en ook de aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen aantonen waartoe een overdracht zou kunnen leiden, verweerder bij het nemen van het overdrachtsbesluit moet beoordelen wat het risico is dat die gevolgen zich voordoen. De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet aan haar bewijslast heeft voldaan. Hoewel de stukken van de huisarts en de oogarts aanknopingspunten bevatten om aan te nemen dat eiseres lijdt aan een ernstige oogaandoening, volgt uit deze informatie niet dat een overdracht aan Spanje op zichzelf zal leiden tot een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van haar gezondheidssituatie. In de stukken is namelijk niet ingegaan op de te verwachten gevolgen van een overdracht voor de gezondheidstoestand van eiseres.
5.2.
De rechtbank overweegt verder dat niet is gesteld of gebleken dat eiseres in Spanje niet de benodigde medische zorg zal kunnen verkrijgen. Daarbij wordt overwogen dat op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ervan uit kan worden gegaan dat de medische voorzieningen in Spanje vergelijkbaar zijn met die in Nederland. Daarnaast heeft verweerder in het bestreden besluit – en ook op de zitting – toegezegd dat, als eiseres daarmee instemt, hij de Spaanse autoriteiten voorafgaand aan de overdracht zal informeren over de eventuele bijzondere zorgbehoeften van eiseres, zodat voldoende is gewaarborgd dat zij na de overdracht de benodigde medische voorzieningen zal ontvangen. De feitelijke overdracht zal worden opgeschort als de Spaanse autoriteiten laten weten dat zij op het moment van overdracht niet aan deze behoeften kunnen voldoen.
5.3.
Op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening kan verweerder een asielaanvraag onverplicht in behandeling nemen. Verweerder beoordeelt in dit kader onder meer of sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die maken dat overdracht onevenredig hard is. Dit is een bevoegdheid waarvan verweerder terughoudend gebruik maakt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in wat eiseres heeft aangevoerd over haar medische situatie geen bijzondere individuele omstandigheden hoeven zien om aan te nemen dat overdracht aan Spanje onevenredig hard is. Van overige omstandigheden die wel tot die conclusie nopen, is de rechtbank niet gebleken.
5.4.
Gezien het voorgaande slagen de beroepsgronden niet.
Conclusie
6. Het beroep is ongegrond. Verweerder heeft de asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen.
7. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Horst - van Dee, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
arrest van het Hof van Justitie van 16 februari 2017 in de zaak C.K. tegen Slovenië (ECLI:EU:C:2017:127)