Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-17
ECLI:NL:RBDHA:2025:6681
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
650 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL24.51509
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres, V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters), en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder, (gemachtigde: mr. J. Vreijsen).
Procesverloop
Bij besluit van 25 november 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 10 april 2025 op zitting behandeld in Breda. Hieraan hebben deelgenomen de gemachtigde van eiseres en verweerder.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiseres procesbelang heeft bij het beroep. Eiseres heeft asiel aangevraagd in Nederland. Bij brief van 27 februari 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiseres bij bericht van 7 maart 2025 meegedeeld dat hij eiseres niet heeft kunnen bereiken. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres verklaard tot op heden geen contact met eiseres te hebben gehad.
2. De rechtbank constateert dat eiseres niet is verschenen ter zitting en ook niet op een andere wijze van zich heeft laten horen. Gelet op al de genoemde omstandigheden neemt de rechtbank aan dat eiseres niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiseres heeft daarom geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het door haar ingestelde beroep tegen het bestreden besluit.
3. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 april 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.