Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-21
ECLI:NL:RBDHA:2025:658
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
758 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.43996
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. E. Stap),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. M. Weerman).
Procesverloop
Bij besluit van 17 oktober 2024 heeft de minister aan eiser een aanvullend terugkeerbesluit (het besluit) opgelegd.
Eiser heeft tegen het besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 17 januari 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn met bericht van verhindering niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op 5 juni 1999.
2. Bij beschikking van 12 mei 2023 is de asielaanvraag van eiser afgewezen en is bepaald dat eiser dient terug te keren naar Algerije. Het beroep van eiser gericht tegen die beschikking is bij uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam op 20 maart 2024 ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft deze uitspraak op 8 april 2024 bevestigd.
3. In het op 17 oktober 2024 aanvullend genomen terugkeerbesluit is opgenomen dat (ook) terugkeerinspanningen zullen worden gericht op Marokko en Tunesië.
4. Eiser voert in zijn gronden van beroep aan dat de beschikking van 12 mei 2023 (de asielbeschikking en het eerdere terugkeerbesluit) niet tot de gedingstukken behoort. Eiser betwist bij gebrek aan wetenschap dat zijn verblijf in Nederland is beëindigd, althans rechtmatig is beëindigd.
5. De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank stelt vast dat de minister, desgevraagd, onder meer de onder 2. en 4. bedoelde beschikking aan de gedingstukken heeft toegevoegd. De rechtbank heeft vervolgens eiser in de gelegenheid gesteld om de gronden van beroep (inhoudelijk) aan te vullen. Eiser is bij zijn gronden als vermeld onder 4. gebleven.
6. De rechtbank ziet in hetgeen in beroep door eiser naar voren is gebracht geen reden voor vernietiging van het aanvullend terugkeerbesluit. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Tijnagel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.
NL23.16682.
202401938/1/V1 en 202401938/2/V1.