Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-12
ECLI:NL:RBDHA:2025:6517
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
496 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.1304
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. F. Lavell),
en
de Minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. S.Muijlkens).
Procesverloop
Op 9 januari 2025 heeft de minister een overdrachtsbesluit genomen, waarbij de minister eiser ervan in kennis heeft gesteld dat hij op grond van artikel 26, eerste lid, van de Dublinverordening aan de autoriteiten van Spanje zal worden overgedragen.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL25.1303, op 28 januari 2025 op zitting behandeld. Verzoeker is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.1303, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
K.L.H. Thomas, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
12 februari 2025
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.