Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-16
ECLI:NL:RBDHA:2025:6428
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
564 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.6572
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoekster,
geboren op [geboortedatum] ,
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer 1] ,
Mede namens haar minderjarige kinderen:
[naam]
geboren op [geboortedatum] ,
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer 2] ,
[naam] ,
Geboren op [geboortedatum] ,
Van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer 3] ,
(gemachtigde: mr. T. Bruinsma)
en
de Minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 6 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL25.6571, op 7 april 2025 op zitting behandeld. De rechtbank heeft het beroep op 7 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar gemachtigde; de gemachtigde van de minister. Ook is een tolk verschenen.
Overwegingen
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.6571, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.F. Aissa, griffier en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.