Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-11
ECLI:NL:RBDHA:2025:6060
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
1,043 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.48519
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J.M. Suurmeijer),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 21 augustus 2023.
1.1.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek.
Beoordeling
2. Het niet tijdig nemen van een besluit wordt gelijkgesteld met het nemen van een besluit. Hierdoor zijn de wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep ook op het niet tijdig nemen van een besluit van toepassing.
3. Een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
4. De rechtbank stelt vast dat eiseres bij brief van 20 november 2024, door de minister ontvangen op 21 november 2024, aan de minister heeft laten weten dat zij in gebreke is tijdig een beslissing te nemen op de aanvraag (de ingebrekestelling). Zoals onder 4. overwogen, kon eiseres twee weken na de ingebrekestelling het beroep indienen. De termijn van twee weken na de ingebrekestelling vangt aan één dag na ontvangst van de ingebrekestelling. Dit betekent dat eiseres vanaf 6 december 2024 het beroep kon indienen. Eiseres heeft het beroep ingediend op 5 december 2024. Dit betekent dat het beroep te vroeg en dus prematuur is ingediend, en daarom niet voldoet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen.
5. Verder merkt de rechtbank op dat de minister met het besluit van 11 december 2024, in werking getreden op 14 december 2024, een Besluit- en Vertrekmoratorium (BVM) heeft ingesteld voor vreemdelingen uit Syrië. Met het BVM voor vreemdelingen uit Syrië heeft de minister de beslistermijn voor lopende asielaanvragen verlengd tot ten hoogste 21 maanden. Dit betekent dat eiseres na het verstrijken van 21 maanden na de aanvraag, dus op 22 mei 2025, de minister in gebreke kan stellen. Dat is anders wanneer het BVM eerder eindigt dan 22 mei 2025. In dat geval kan eiseres de minister na het eindigen van het BVM in gebreke stellen.
Conclusie
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars,, rechter, in aanwezigheid van
mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb.
Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
Artikel 4:17, derde lid, van de Awb en artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
Besluit van 11 december 2024 tot het instellen van een besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië (Stscrt. 2024, 41538).