Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-20
ECLI:NL:RBDHA:2025:5898
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
633 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.45148
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster
(gemachtigde: mr. H. Drenth),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).
Procesverloop
Bij besluit van 14 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.45147, op 12 februari 2025 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.
Als tolk is verschenen X. Chu. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Verzoekster stelt van Chinese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1989.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.45147, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Gelet op de uitkomst van de beroepszaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 907,-, omdat de gemachtigde van verzoekster een verzoekschrift heeft ingediend.
Dictum
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
veroordeelt de minister tot betaling van €907,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
20 februari 2025
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.