Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-20
ECLI:NL:RBDHA:2025:5706
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,201 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/681865 / FA RK 25-1912
Datum beschikking: 20 maart 2025
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking naar aanleiding van het op 17 maart 2025 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1996,
wonende te [woonplaats] , Duitsland,
thans verblijvende in de accommodatie [instelling] te [plaats] ,
advocaat: mr. B.F. van Es te Den Haag.
Procesverloop
Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 14 maart 2025 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente ‘s-Gravenhage tot het nemen van de crisismaatregel;
een op 14 maart 2025 ondertekende medische verklaring van B.H. Pieterse, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 17 maart 2025, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 maart 2025. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en een telefonische tolk in de Engelse taal;
- de arts, de heer [naam] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Door en namens betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat er geen sprake was van achterdochtige wanen bij betrokkene. Betrokkene verzet zich tegen de opname en medicatie en er is een passend behandelalternatief bij zijn accommodatie in Duitsland.
De arts heeft ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene in verwarde toestand op station Den Haag HS werd aangetroffen. Betrokkene liet een psychotisch toestandsbeeldbeeld zien waarbij hij zich achterdochtig en wantrouwend opstelde tegenover de arts en de psychiater. Na de gebruikelijke wachttermijn om uit te sluiten dat het toestandsbeeld van betrokkene werd veroorzaakt door drugsgebruik is gestart met het toedienen van olanzepine. Sindsdien wordt gezien dat hij minder achterdochtig is. Er is contact gezocht met de behandelaren van betrokkene in Duitsland. Zij hebben aangegeven dat betrokkene daar woonachtig is op de polikliniek en bekend is met chronische schizofrenie. Het geschetste beeld komt overeen met hoe zij betrokkene kennen en zij hebben geadviseerd om de voortzetting van de crisismaatregel niet te verlengen. Op dit moment is betrokkene geen gevaar meer voor zichzelf noch voor anderen. Betrokkene kan op vrijwillige basis terugkeren naar de accommodatie in Duitsland. De arts verzoekt daarom om het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af te wijzen.
Beoordeling
Uit het behandelde ter zitting is gebleken dat het toestandsbeeld van betrokkene inmiddels zodanig is opgeknapt dat er geen sprake meer is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Betrokkene is geen gevaar meer voor zichzelf of anderen en zal op vrijwillige basis terug keren naar zijn accommodatie in Duitsland waar alternatieve passende behandelopties zijn. Gelet op het voorgaande is niet voldaan aan de criteria voor een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J.M. Bellekom, rechter, bijgestaan door mr. A. Laverman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 maart 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 31 maart 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.