Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-31
ECLI:NL:RBDHA:2025:5550
Civiel recht; Insolventierecht
Bodemzaak
1,597 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK
DEN HAAG
Team Insolventies
faillissementsnummer: C/09/24/87 F
schuldsaneringsnummer: C/09/25/33 R
vonnis van 31 maart 2025
in de zaak van:
[naam],
wonende te [adres 1]
[postcode 1] ,
advocaat: mr. A.C.E.G. Cordesius.
Waar deze zaak over gaat
De heer [naam] is op 27 februari 2024 failliet verklaard. Om tot een oplossing voor de schulden te komen heeft de heer [naam] een verzoek gedaan zijn faillissement op te heffen en tegelijkertijd te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
Procesverloop
1.1.
Het faillissement is op 27 februari 2024 op eigen verzoek uitgesproken met benoeming van D. de Loor tot rechter-commissaris en mr. M.W.J. Huyssen van Kattendijke, advocaat te Den Haag, tot curator.
1.2.
In het faillissement is nog geen verificatievergadering gehouden.
1.3.
De heer [naam] heeft een verzoek ingediend zijn faillissement op te heffen en tegelijkertijd te worden toegelaten tot de WSNP.
1.4.
De curator heeft laten weten het verzoek te ondersteunen.
1.5.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 31 maart 2025. Op de zitting verschenen:
- de heer [naam], bijgestaan door mr. A.C.E.G. Cordesius,
- de curator.
Beoordeling
2.1.
In bepaalde gevallen kan een faillissement op verzoek van de schuldenaar worden opgeheven, terwijl gelijktijdig de toepassing van de WSNP wordt uitgesproken (artikel 15b Fw). Deze ‘omzetting’ is mogelijk wanneer het faillissement op eigen verzoek werd uitgesproken. Is het faillissement uitgesproken op verzoek van één of meer schuldeisers dan is een ‘omzetting’ mogelijk wanneer het de schuldenaar redelijkerwijs niet is toe te rekenen dat hij of zij niet eerder (voordat het faillissement werd uitgesproken) een beroep heeft gedaan op de schuldsaneringsregeling.
2.2.
Voorwaarde voor omzetting is verder dat in het faillissement nog geen verificatievergadering heeft plaatsgevonden. Er dient (uiteraard) te worden voldaan aan de gebruikelijke toelatingseisen voor de WSNP. Dat betekent dat de heer [naam] alleen kan worden toegelaten tot de WSNP als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [naam] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. De verplichtingen waaraan de heer [naam] tijdens de WSNP moet voldoen, zijn samengevat: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.3.
De heer [naam] voldoet aan de voorwaarden om te worden toegelaten tot de WSNP. De rechtbank zal daarom het faillissement van de heer [naam] opheffen en hem toelaten tot de WSNP.
2.4.
Het WSNP-traject duurt in principe 18 maanden. Als de heer [naam] zich gedurende die periode houdt aan de verplichtingen die de WSNP met zich brengt, kan de WSNP na verloop van die 18 maanden eindigen met de zogenoemde “schone lei”. Dat betekent dat schuldeisers hun vorderingen niet meer op de heer [naam] kunnen verhalen.
2.5.
De heer [naam] heeft verzocht om de termijn van de WSNP met 9 maanden te verkorten. Hierover is op de zitting met hem gesproken.
2.6.
De heer [naam] heeft tijdens het faillissement 9 maanden fulltime gewerkt en volgens de Recofa-richtlijnen boven het vrij te laten bedrag afgedragen aan de faillissementsboedel en voor zijn crediteuren gespaard. De curator heeft op de zitting bevestigd dat de heer [naam] heeft voldaan aan zijn afdrachtverplichting en dat hij ook voor het overige zijn inspanningsplicht, zoals bedoeld in de WSNP, heeft ingevuld. De rechtbank ziet dan ook reden de looptijd van de WSNP met 9 maanden te verkorten.
2.7.
De wet schrijft voor dat de eerste 13 maanden van het WSNP-traject een postblokkade geldt. Dat betekent dat gedurende die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan de heer [naam].
2.8.
De rechtbank zal het salaris van de curator, mr. M.W.J. Huyssen van Kattendijke, en het bedrag van de faillissementskosten bij latere beschikking vaststellen.
Dictum
De rechtbank:
- heft het faillissement van de heer [naam] op;
- stelt het salaris van de curator, mr. M.W.J. Huyssen van Kattendijke, en het bedrag van de faillissementskosten bij latere beschikking vast;
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit over:
[naam],
geboren op [geboortedatum]-1990 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1], [postcode 1] [woonplaats],
voorheen handelend onder de naam [handelsnaam],
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [handelsnaam],
gevestigd te [adres 2], [postcode 2] ’[vestigingsplaats],
- wijst het verzoek tot verkorten van de looptijd van de schuldsaneringsregeling toe en stelt de looptijd vast op 9 maanden, met ingang van vandaag;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. R. Cats,
en tot bewindvoerder
D.H.H. Graven-Quasters
correspondentieadres:
Postbus 12
2270 AA Voorburg;
- draagt de bewindvoerder op om de komende 13 maanden, of zoveel eerder als de schuldsaneringsregeling eindigt, de post van de heer [naam] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2025.