Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-17
ECLI:NL:RBDHA:2025:5309
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,776 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK
DEN HAAG
Team Insolventies
faillissementsnummer: C/09/24/2 F
schuldsaneringsnummer: C/09/25/26 R
vonnis van 17 maart 2025
in de zaak van:
[naam] ,
wonende te [adres 1]
[postcode 1] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [naam] is op [dag] 2024 failliet verklaard. Om tot een oplossing voor de schulden te komen heeft de heer [naam] een verzoek gedaan zijn faillissement op te heffen en tegelijkertijd te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
Procesverloop
1.1.
Het faillissement is op [dag] 2024 op eigen aangifte uitgesproken met benoeming van mr. R. Cats tot rechter-commissaris en mr. H.B. de Waard, advocaat te Den Haag, tot curator.
1.2.
In het faillissement is nog geen verificatievergadering gehouden.
1.3.
De heer [naam] heeft een verzoek ingediend zijn faillissement op te heffen en tegelijkertijd te worden toegelaten tot de WSNP.
1.4.
De curator heeft laten weten het verzoek te ondersteunen.
1.5.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 10 maart 2025. Op de zitting verschenen:
- de heer [naam] , vergezeld door zijn voormalige compagnon,
- de curator.
Beoordeling
2.1.
In bepaalde gevallen kan een faillissement op verzoek van de schuldenaar worden opgeheven, terwijl gelijktijdig de toepassing van de WSNP wordt uitgesproken (artikel 15b Fw). Deze ‘omzetting’ is onder andere mogelijk wanneer het faillissement op eigen verzoek werd uitgesproken.
2.2.
Voorwaarde voor omzetting is dat in het faillissement nog geen verificatievergadering heeft plaatsgevonden. Ten slotte dient (uiteraard) te worden voldaan aan de gebruikelijke toelatingseisen voor de WSNP. Dat betekent dat de heer [naam] alleen kan worden toegelaten tot de WSNP als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [naam] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. De verplichtingen waaraan de heer [naam] tijdens de WSNP moet voldoen zijn samengevat: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.3.
De heer [naam] heeft uitgelegd waarom hij destijds niet een verzoekschrift tot toepassing van de WSNP heeft ingediend, maar aangifte heeft gedaan van zijn eigen faillissement. Hij heeft destijds het juridisch advies
gekregen om eerst het faillissement van de V.O.F. én zijn persoonlijk faillissement aan te vragen om vervolgens, zodra de curator zijn of haar werkzaamheden heeft verricht, vanuit de situatie van zijn persoonlijk faillissement een omzettingsverzoek naar de WSNP te doen. De rechtbank is, gelet op deze omstandigheden, van oordeel dat het de heer [naam] redelijkerwijs niet valt toe te rekenen dat hij destijds heeft gekozen eerst aangifte te doen van zijn faillissement met de gedachte om vervolgens vanuit de situatie van zijn persoonlijk faillissement een omzettingsverzoek te doen.
2.4.
De curator heeft verklaard dat zij de mogelijkheden van een faillissementsakkoord heeft onderzocht, maar dat een dergelijk akkoord geen reële mogelijkheid is.
2.5.
De heer [naam] voldoet aan de voorwaarden om te worden toegelaten tot de WSNP. De rechtbank zal daarom het faillissement van de heer [naam] opheffen en hem toelaten tot de WSNP.
2.6.
Een WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als de heer [naam] zich gedurende die periode houdt aan de verplichtingen die de WSNP met zich brengt, kan de WSNP na verloop van die achttien maanden eindigen met de zogenoemde “schone lei”. Dat betekent dat schuldeisers hun vorderingen niet meer op de heer [naam] kunnen verhalen.
2.7.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het WSNP-traject een postblokkade geldt. Dat betekent dat gedurende die periode, of zoveel korter als de schuldsaneringsregeling eindigt, alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan de heer [naam] .
2.8.
De heer [naam] heeft verzocht om de termijn van de WSNP met twaalf maanden te verkorten. Hierover is op de zitting met hem gesproken.
2.9.
De heer [naam] heeft tijdens de twaalf maanden van het faillissement fulltime gewerkt en volgens de Recofa-richtlijnen boven het vrij te laten bedrag afgedragen aan de faillissementsboedel en aldus voor zijn crediteuren gespaard. De curator heeft ter zitting bevestigd dat de heer [naam] heeft voldaan aan zijn afdrachtsverplichting en dat hij ook voor het overige zijn inspanningsplicht, zoals bedoeld in de WSNP, heeft ingevuld. De rechtbank ziet dan ook reden om de looptijd van de WSNP te verkorten met twaalf maanden.
2.10.
De rechtbank zal het salaris van de curator, mr. H.B. de Waard, en het bedrag van de faillissementskosten bij latere beschikking vaststellen.
Dictum
De rechtbank:
- heft het faillissement van de heer [naam] op;
- stelt het salaris van de curator, mr. H.B. de Waard, en het bedrag van de faillissementskosten bij latere beschikking vast;
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit over:
[naam]
geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats] ,
vennoot van [bedrijf] , gevestigd [adres 2] , [postcode 2] [vestigingsplaats]
- wijst het verzoek tot verkorten van de looptijd van de schuldsaneringsregeling toe en stelt de looptijd vast op 6 maanden, met ingang van vandaag;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. van Nooijen,
en tot bewindvoerder N. Pavljasevic
correspondentieadres:
Postbus 136
2990 AC Barendrecht
- draagt de bewindvoerder op om de komende dertien maanden, of zoveel korter als de schuldsaneringsregeling eindigt, de post van de heer [naam] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
- voor zover de boedel toereikend is.
Dit is een beslissing van mr. J.R. Hagendoorn, rechter, in samenwerking met R.D.A. Babulall-Oemrawsingh, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2025.