Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-24
ECLI:NL:RBDHA:2025:5180
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
641 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.2732
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker, V-nummer: [V-nummer], (gemachtigde: mr. M. Erik),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. J. Raaijmakers).
Inleiding
1. Bij besluit van 15 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de zaak NL25.2731, op 14 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. A. Dogan als waarnemer van de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.2731, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De rechtbank heeft het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag ongegrond verklaard en het beroep tegen het inreisverbod niet-ontvankelijk verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Gelet op de uitkomst van de beroepszaak krijgt verzoeker wel een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 907,- omdat de gemachtigde van verzoeker een verzoekschrift heeft ingediend.
Dictum
De voorzieningenrechter
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van Z.P. de Wilde, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
24 maart 2025
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.