Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-25
ECLI:NL:RBDHA:2025:4835
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
823 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.9982
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam],
V-nummer: [nummer],
[naam],
V-nummer: [nummer],
[naam],
V-nummer: [nummer],
[naam],
V-nummer: [nummer],
[naam],
V-nummer: [nummer],
gezamenlijk: eisers,
(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. In een eerdere procedure (NL24.45071) heeft deze rechtbank en zittingsplaats bij uitspraak van 28 januari 2025 het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond verklaard en daarbij de minister opgedragen voor 1 april 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken. Daarbij is eveneens een dwangsom opgelegd van € 100,- voor elke dat dat de minister deze beslistermijn zou overschrijden, met een maximum van € 7.500,-.
2. Op 28 februari 2025 hebben eisers opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) in het kader van nareis, van 10 april 2024. In deze uitspraak beslist de rechtbank op dat beroep.
3. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling
4. In de uitspraak van 28 januari 2025 van deze rechtbank en zittingsplaats heeft de rechtbank de minister opgedragen voor 1 april 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken. Eisers hebben op 28 februari 2025 opnieuw beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op hun aanvraag. Op dat moment was de door deze rechtbank en zittingsplaats opgelegde beslistermijn nog niet verstreken. Dit betekent dat het beroep te vroeg (prematuur) is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
Conclusie
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr.B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).