Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-25
ECLI:NL:RBDHA:2025:4832
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
1,109 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.52186
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag van 7 september 2023.
2. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt. Partijen hebben hier mee ingestemd, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten en het beroep dus niet heeft behandeld op een zitting.
Beoordeling
3. Voordat eiseres een beroep kan indienen tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag, moet eiseres schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat er binnen twee weken alsnog moet worden beslist (de ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan eiseres beroep indienen.
4. De minister moet binnen zes maanden op de asielaanvraag van eiseres beslissen. Voor bepaalde categorieën vreemdelingen die een asielaanvraag hebben ingediend, kan deze termijn worden verlengd tot ten hoogste 21 maanden wanneer naar verwachting voor een korte periode onzekerheid zal bestaan over de situatie in het land van herkomst en op grond daarvan redelijkerwijs niet beslist kan worden of de aanvraag op een van de gronden uit artikel 29 van de Vw ingewilligd kan worden.
5. Met het Besluit- en Vertrekmoratorium (BVM) Syrië van 11 december 2024, in werking getreden op 14 december 2024, is voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië die een asielaanvraag indienen of hebben ingediend, de beslistermijn verlengd met een jaar tot ten hoogste 21 maanden.
6. Eiseres heeft haar aanvraag ingediend op 7 september 2023. Op 7 december 2024 is de beslistermijn verstreken. Eiseres heeft de minister op 11 december 2024 in gebreke gesteld. Omdat op 14 december 2024 het BVM inwerking is getreden, kon de minister niet alsnog binnen de termijn van twee weken na indiening van de ingebrekestelling een besluit nemen. Dat betekent dat het beroep niet tijdig beslissen prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.7. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat op 7 juni 2025 de termijn van 21 maanden na het indienen van de aanvraag zal verstrijken. Daarmee verstrijkt op die datum ook de beslistermijn om op de aanvraag van eiseres te beslissen volgens het BVM, tenzij het BVM eerder eindigt dan 7 juni 2025. In dit laatste geval verstrijkt de beslistermijn op het moment dat het BVM eindigt. Eiseres kan de minister na 7 juni 2025, of indien het BVM eerder eindigt dan 7 juni 2025, in gebreke stellen.
Conclusie
8. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Artikel 6:2, aanhef en onder b, en artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
Artikel 42, eerste lid, van de Vw.
Artikel 43, eerste lid, van de Vw.
Besluit van 11 december 2024 tot het instellen van een besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië (Stscrt. 2024, 41538).