Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-11
ECLI:NL:RBDHA:2025:4636
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
858 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.35982
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker, V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. A.C.M. Nederveen), en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. E.M.J.H. de Bonth).
Inleiding
1. In het besluit van 13 september 2024 (het primaire besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning met het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [A]’ afgewezen.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat de uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het bezwaar is beslist.
1.2.
Partijen hebben de voorzieningenrechter toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen.
Beoordeling
2. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht kan, indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen dat vereist.
3. De minister heeft in een brief van 28 januari 2025 laten weten dat zij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
4. Nu partijen het er over eens zijn dat van uitzetting van verzoeker behoort te worden afgezien totdat op zijn bezwaar is beslist, wijst de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening toe en verbiedt de uitzetting van verzoeker tot de beslissing op het bezwaar bekend is gemaakt.
5. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoeker een vergoeding van de proceskosten die hij heeft gemaakt. De minister moet die vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht € 907,- (1 punt voor het indienen van een verzoekschrift, met een waarde per punt van € 907,- en wegingsfactor 1). De minister moet ook het betaalde griffierecht aan verzoeker vergoeden.
Dictum
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
schorst het primaire besluit en verbiedt de minister verzoeker uit Nederland te verwijderen totdat de beslissing op bezwaar bekend is gemaakt;
veroordeelt de minister tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoeker;
bepaalt dat de minister het griffierecht van € 187,- aan verzoeker moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van Z.P. de Wilde, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
11 maart 2025
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.