Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-19
ECLI:NL:RBDHA:2025:4595
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
648 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.4228
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres, V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. T. der Bedrosian),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde]).
Inleiding
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om
verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij
[referent].
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht
(Awb) uitspraak zonder zitting.
Beoordeling
1. De rechtbank stelt vast dat eiseres op 16 december 2024 al beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de door referent ingediende aanvraag om een mvv. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft bij uitspraak van 24 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2831, dit beroep gegrond verklaard en bepaald dat verweerder binnen acht weken na de dag van bekendmaking van de uitspraak alsnog een besluit bekend moet maken op de aanvraag. Ook heeft de rechtbank verweerder in de proceskosten veroordeeld voor het niet tijdig nemen van een besluit.
2. Nu eiseres al beroep had ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om een mvv en hierop reeds uitspraak is gedaan door de rechtbank, is het onderhavige beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Verweerder zal niet opnieuw worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 19 maart 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.