Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-19
ECLI:NL:RBDHA:2025:4350
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
480 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.1854
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , [v-nummer] , verzoekster
(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),
en
de Minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. M. Dalhuisen).
Procesverloop
Bij besluit van 13 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL25.1853, op 12 maart 2025 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Ter zitting was tevens een tolk aanwezig. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.1853, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Derks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.