Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-15
ECLI:NL:RBDHA:2025:421
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,675 tokens
Dictum
RECHTBANK DEN HAAG
Strafrecht
Lurisnummer: EOB-1-2021010444 Raadkamernummer: 21/1366
Dictum
[klaagster] ,
geboren op [geboortedatum] 1985,
voor deze zaak woonplaats kiezende op het kantoor van haar advocaat mr. R. Malewicz,
Van der Helstplein 3, 1072 PH Amsterdam,
hierna: klaagster.
1Inleiding
Naar aanleiding van een Europees Onderzoeksbevel (hierna: EOB) van de Franse autoriteiten, is door de rechter-commissaris op 26 mei 2021 beslag gelegd op de volgende voorwerpen:
- twee witte iPads;
- zwarte iPad;
- grijze Macbook;
- drie zwarte iPhones;
- twee witte iPhones;
- Samsung telefoon;
- drie laptops;
- Lenovo laptop;
- iMac computer.
Klaagster heeft op 7 juni 2021 bij deze rechtbank een beklag ex artikel 552a Sv ingediend, strekkende tot teruggave van voormelde goederen.
Procesverloop
De rechtbank heeft dit beklag op 5 oktober 2021 in raadkamer behandeld en heeft kennis genomen van het dossier met bovengenoemd lurisnummer.
De Franse autoriteiten hebben in de aanhef van het door hen uitgevaardigde EOB verzocht om geheimhouding van het onderliggende onderzoek. Het EOB en de onderliggende stukken zijn daarom niet verstrekt aan klaagster.
Klaagster is niet verschenen, hoewel zij goed is opgeroepen. Aanwezig was haar advocaat, mr. Y Nieboer.
De officier van justitie, mr. A.M. Ariese, is gehoord.
3Het standpunt van klager
De raadsvrouw voert het woord overeenkomstig haar pleitnota, welke zij aan de voorzitter overlegt en waarvan de inhoud als hier ingelast moet worden beschouwd. De pleitnota is als bijlage aan dit proces-verbaal gehecht.
Op een vraag van de rechter onder 2 van de pleitnota tegen welke specifieke goederen het beklag zich richt, antwoordt de raadsvrouw dat het beklag zich richt op alle ICT-apparatuur. Het beklag richt zich niet op het inbeslaggenomen geldbedrag.
4Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het beklag ongegrond moet worden verklaard. Hiertoe is aangevoerd dat het strafvordering belang nog steeds aanwezig is. De Franse autoriteiten hebben niet afgezien van dat belang.
Beoordeling
5.1
De bevoegdheid van de rechtbank
De rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het beklag nu de doorzoeking heeft plaatsgevonden binnen het arrondissement Den Haag.
5.2
De ontvankelijkheid van klaagster
Ingevolge artikel 5.4. l O Sv moet een beklag tegen inbeslagname naar aanleiding van een EOB binnen veertien dagen na kennisgeving van het rechtsmiddel worden ingediend bij de rechtbank.
Na de beslaglegging op 26 mei 2021 is aan klaagster voormelde kennisgeving verstrekt. Klaagster heeft vervolgens binnen de termijn van veertien dagen haar klaagschrift ingediend bij de rechtbank, zodat zij kan worden ontvangen in haar beklag.
5.3
De inhoudelijke beoordeling
De toetsing van de beklagrechter in verband met de rechtmatigheid van het beslag en de voortduring van het beslag omvat de vraag of aan de eisen van de wet is voldaan, en of anderszins geen fundamentele beginselen zijn geschonden. Het beklag over de rechtmatigheid van de inbeslagneming dan wel voortduring van het beslag kan tevens betrekking hebben op de gevolgen van de eventuele overdracht van het beslag.
Voor wat betreft de vraag of is voldaan aan de eisen van de wet en of anderszins geen fundamentele beginselen zijn geschonden, dient te worden gekeken naar de bepalingen met betrekking tot de erkenning en uitvoering van een EOB. Een eventuele toetsing die de rechter uitvoert, mocht een beroep worden gedaan op de zorgvuldigheidseis, kan niet anders dan marginaal zijn, en betreft enkel de zorgvuldigheid waarmee de officier van justitie zijn afweging heeft gemaakt.
Evenals in beklagprocedures naar aanleiding van beslag dat is gelegd in een Nederlands strafrechtelijk onderzoek behelst de toets van de rechter verder of het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzet. Die toets blijft marginaal, nu de omstandigheid dat een staat een EOB uitvaardigt in een (kennelijk) lopend onderzoek of strafrechtelijke procedure voldoende is om dit strafvorderlijk belang aan te nemen. Het is immers niet aan de Nederlandse rechter om onderzoek te doen naar de gronden voor het uitvaardigen van het onderliggende rechtshulpverzoek.
De rechtbank stelt vast dat de Franse autoriteiten een EOB hebben uitgevaardigd, in het kader van een lopend strafrechtelijk onderzoek naar onder meer [naam] . Dit EOB is door de officier van justitie erkend en tenuitvoergelegd. De rechter-commissaris heeft gebruik gemaakt van haar bevoegdheid tot het leggen van beslag ex artikel 104 Sv. De inzet van de bevoegdheden is naar Nederlands recht rechtmatig geschied en er doen zich geen weigeringsgronden als bedoeld in artikel 5.4.4 Sv voor.
De rechtbank overweegt - anders dan de raadsvrouw betoogt - dat het Nederlandse Openbaar Ministerie als uitvoerende autoriteit in het onderhavige geval niet kan volstaan met de overdracht van forensische kopieën van de bestanden op de in beslag genomen gegevensdragers. De gegevensdragers zelf dienen te worden overgedragen ter uitvoering van het EOB. Nu de Franse autoriteiten niet hebben medegedeeld afte zien van het beslag, is er naar het oordeel van de rechtbank dan ook een voortdurend belang van strafvordering. Gelet op vorenstaande moet het beklag ongegrond worden verklaard.
Ten overvloede constateert de rechtbank dat de in artikel 5.4.10, vierde lid, Sv neergelegde wettelijke termijn van dertig dagen om tot een beschikking te komen, is overschreden. Dit heeft echter geen gevolgen voor de beoordeling van het beklag, nu deze krappe termijn - evenals de andere termijnen met betrekking tot het EOB - tot doel heeft de doorlooptijden in de internationale samenwerking te beknotten en niet het borgen van de belangen van individuele betrokkenen.
Dictum
De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.
Aldus gedaan te Den Haag door mr. E.C. Kole, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D.G. Lammerts van Bueren, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 oktober 2021.
Deze beslissing is ondertekend door de rechter en de griffier.