Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-14
ECLI:NL:RBDHA:2025:4201
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,508 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-5388
Zaaknummer: C/09/670109
Datum beschikking: 14 februari 2025 (bij vervroeging)
Beëindiging gezag en voorziening in de voogdij
Beschikking op het op 24 juli 2024 ingekomen verzoek van:
[grootouder 1] en [grootouder 2] ,
de grootouders tevens pleegouders,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.A. van den Heuvel te Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift met producties.
Op 10 februari 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de grootouders met hun advocaat, de moeder en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
Verzoekers zijn de ouders van de moeder.
Uit de moeder is op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats] geboren de minderjarige [minderjarige] .
De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast.
[minderjarige] is niet erkend.
Blijkens de Basisregistratie Personen verblijft [minderjarige] sinds 10 augustus 2021 in het huidige, perspectief biedende pleeggezin van zijn grootouders.
Verzoek en verweer
De grootouders verzoeken het gezag van de moeder over [minderjarige] te beëindigen en hen te benoemen tot voogd over [minderjarige] .
De moeder voert geen verweer tegen het verzoek.
Beoordeling
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de moeder al sinds jonge leeftijd kampt met verslavingsproblematiek. Zes maanden na de geboorte van [minderjarige] heeft de moeder hierin een terugval gehad, waardoor zij niet in staat is gebleken om de verzorging en opvoeding van [minderjarige] op zich te nemen. Een maand na deze terugval is [minderjarige] daarom ondergebracht bij zijn grootouders en sindsdien verblijft hij daar. De moeder komt eens per week langs om [minderjarige]
gedurende één uur te zien.
Alle betrokkenen kunnen zich vinden in de huidige en toekomstige woonsituatie van [minderjarige] , maar verzoekers ondervinden hinder bij het snel kunnen nemen van noodzakelijke beslissingen rond bijvoorbeeld administratieve zaken, medische aangelegenheden of schoolkeuze.
De moeder heeft zich niet tegen het verzoek verweerd.
Ook de pleegzorginstantie (Jeugdformaat) die bij [minderjarige] betrokken is, heeft schriftelijk kenbaar gemaakt achter de verzoeken van de grootouders te staan.
De rechtbank overweegt dat zij op grond van artikel 1:266 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) het gezag van een ouder kan beëindigen, indien
a. een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of
b. de ouder het gezag misbruikt.
De rechtbank is van oordeel dat aan het criterium van artikel 1:266 lid 1 onder a BW is voldaan. Uit het verzoekschrift en dat wat op de zitting is besproken is gebleken dat de moeder – hoewel zij zichtbaar veel van haar zoontje houdt – vanwege haar drugsproblematiek niet in staat is om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] te dragen. Er moeten adequate en soms spoedige besluiten in het leven van [minderjarige] kunnen worden genomen. [minderjarige] woont al sinds augustus 2021 bij de grootouders en zij zijn nu zijn belangrijkste opvoeders. De rechtbank is daarom van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is dat de pleegouders de beslissingen over hem gaan nemen.
De rechtbank zal het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder toewijzen.
Aangezien de beëindiging van het gezag van de moeder ertoe zal leiden dat een gezagsvoorziening over [minderjarige] komt te ontbreken, dient de rechtbank op grond van artikel 1:275 lid 1 BW een voogd over hem te benoemen.
Omdat de grootouders het verzoek hebben ingediend, staat vast dat zij bereid zijn de voogdij over [minderjarige] te aanvaarden.
Zoals hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is dat zijn belangrijkste opvoeders snel en adequaat beslissingen kunnen nemen. Omdat de grootouders op het tijdstip van het verzoek [minderjarige] ten minste een jaar als behorende tot hun gezin hebben verzorgd en opgevoed, wordt voldaan aan artikel 1:275 lid 3 BW.
De rechtbank zal het verzoek van de grootouders om tot voogd over [minderjarige] te worden benoemd toewijzen.
Dictum
De rechtbank:
beëindigt het ouderlijk gezag van de moeder, [de moeder] , geboren op
[geboortedatum 2] 1994 te [geboorteplaats] , over de minderjarige:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats] ;
benoemt tot voogden over voormelde minderjarige ( [minderjarige] ):
- [grootouder 1] , geboren op [geboortedatum 3] 1970 te [geboorteplaats] en
- [grootouder 2] , geboren op [geboortedatum 4] 1966 te [geboorteplaats] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
Aldus gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, bijgestaan door mr. M.G.J. Konings als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2025.