Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-07
ECLI:NL:RBDHA:2025:3589
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
869 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.820
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres,
v-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. B.W.C. van Geet),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig nemen van een besluit op de mvv-aanvraag in het kader van nareis voor verblijf bij [referent] (referent) voor haarzelf en haar minderjarige kinderen.
Bij besluit van 14 oktober 2024 heeft verweerder de aanvraag van eiseres ingewilligd.
Eiseres heeft het beroep gehandhaafd en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de mvv-aanvraag van eiseres, dient te worden vastgesteld dat met inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eiseres, gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
2. Omdat eiseres vanwege het niet tijdig beslissen op haar mvv-aanvraag terecht beroep heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Daarnaast moet verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het door eiseres betaalde griffierecht aan haar vergoeden. Eiseres moet zich daartoe tot verweerder wenden.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent);
bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 187 (honderdzevenentachtig euro) vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan op 7 maart 2025 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Machtiging tot voorlopig verblijf.
Algemene wet bestuursrecht.