Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-03
ECLI:NL:RBDHA:2025:3357
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
999 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.40334
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H. Hassan),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister.
Procesverloop
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis (de aanvraag).
Overwegingen
1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit.
Is het beroep van eiseres ontvankelijk?
3. In het beroepschrift van 21 oktober 2024 heeft eiseres aangegeven dat zij de minister op 23 juli 2024 in gebreke heeft gesteld. Bij brief van 2 augustus 2024 zou de minister de ontvangst daarvan hebben bevestigd. Bij brief van 21 november 2024 heeft de griffier van de rechtbank eiseres de gelegenheid geboden om een kopie van de ingebrekestelling en van de ontvangstbevestiging over te leggen. Eiseres heeft hierop een verklaring per e-mail van 4 december 2024 ingebracht. Uit deze verklaring blijkt dat [A.] , de referent van eiseres, bij VluchtelingenWerk [locatie] een ingebrekestelling heeft ingevuld. De e-mail vermeldt evenwel niet wanneer dit is gebeurd en of, en zo ja wanneer, deze ingebrekestelling is ingediend bij de minister. Verder heeft eiseres een
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
ontvangstbevestiging overgelegd van 19 november 2024. Deze ontvangstbevestiging heeft evenwel betrekking op een klacht die eiseres had ingediend en ziet dus niet op de gestelde ingebrekestelling. Van een ontvangstbevestiging van 2 augustus 2024 is verder niet gebleken.
4. Gelet hierop heeft eiseres niet aangetoond dat zij de minister in gebreke heeft gesteld. Het is verder niet gebleken dat redelijkerwijs niet van eiseres kon worden gevergd dat zij de minister in gebreke stelde. De minister is derhalve niet in verzuim. Dit maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen door de minister.2 Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
_________
2 Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
5. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
D.A.M. Delger, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
03 februari 2025
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.