Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-15
ECLI:NL:RBDHA:2025:3298
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,498 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Zittingsplaats Den Haag
CJIB-nummer: 256889992
Registratienummer team straf: 11388541 MB VERZ 24-7275
Uitspraakdatum : 15 januari 2025
Dictum
in de zaak van
[de betrokkene]
wonende dan wel gevestigd te: [postcode] [woonplaats]
[adres], nader ook te noemen: betrokkene.
Gemachtigde: M.J.M. Bergers (Boete.nu)
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene en gemachtigde zijn niet ter zitting verschenen.
Overwegingen
Verkeersboete
Het gaat om een bedrag van € 289,00 (inclusief administratiekosten) voor feitcode N420A.
Beroepsgronden en standpunten
De beroepsgronden houden in de kern het volgende in. De gedraging kan niet worden vastgesteld omdat er een enkelvoudige scheur in de voorruit zit, hetgeen is toegestaan volgens artikel 93 Regeling Voertuigen. De officier van justitie heeft voorts de hoorplicht geschonden door na de ingebrekestelling een beslissing te nemen zonder eerst een hoorzitting te organiseren. De beslissing is pas op 13 maart 2024 ontvangen door gemachtigde terwijl de 14 dagen-termijn reeds op 5 maart 2024 was verstreken. Er is dan ook wel degelijk nog een dwangsom verschuldigd. Tenslotte wordt een proceskostenvergoeding verzocht.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting voorgesteld het beroep ongegrond te verklaren. De vertegenwoordiger heeft daarover in het bijzonder aangevoerd dat er geen dwangsom is beslist omdat er binnen 2 weken na de ingebrekestelling is beslist.
De gedraging kan worden vastgesteld nu er een barst over de gehele voorruit is waargenomen door de verbalisanten. Proceskostenvergoeding is voorts niet bedoeld als volledige schadeloosstelling. Met betrekking tot de hoorplicht is er in dit geval sprake geweest van een incidentele schending.
Oordeel
Het beroep is ongegrond.
Daartoe overweegt de kantonrechter het volgende.
Gemachtigde heeft namens betrokkene vooral procedurele bezwaren aangevoerd. Het niet horen van betrokkene door de officier van justitie kan onder bepaalde omstandigheden tot schending van de procedurele voorschriften leiden, maar alleen indien betrokkene hierdoor in zijn belangen is geschaad. In dit geval is niet gebleken dat betrokkene hierdoor in zijn verdediging is benadeeld, nu gemachtigde voldoende gelegenheid heeft gehad een schriftelijke aanvulling op het beroep in te dienen.
Uit het dossier blijkt dat de ingebrekestelling ertoe heeft geleid dat de officier van justitie tijdig heeft beslist. Aangezien er een beslissing is genomen, is er geen reden om aan te nemen dat de procedure is vertraagd of dat sprake is van nalatigheid. Er zal dan ook geen compensatie plaatsvinden door matiging van het boetebedrag.
In het dossier bevindt zich een zaakoverzicht met daarin de waarneming van de verbalisant. De verbalisant heeft een barst waargenomen, die horizontaal over de gehele voorruit liep en zich op ooghoogte van de bestuurder bevond waardoor het gezichtsveld werd belemmerd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd of in het dossier, geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant of aan zijn waarneming. De gedraging staat naar het oordeel van de kantonrechter dan ook voldoende vast en rechtvaardigt de opgelegde boete. Er zijn ook geen andere feiten of omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot matiging van de opgelegde boete.
Dwangsom
Op 6 maart 2024 is er door de officier van justitie een beslissing genomen op het administratief beroep. Dit is binnen twee weken na de ontvangst van de ingebrekestelling. De beslissing is zowel per post als via het Digitaal Loket verstuurd. De officier van justitie heeft daarom terecht afgezien van het vaststellen van een dwangsom. De beroepsgrond slaagt niet.
Proceskosten
Het verzoek om een proceskostenvergoeding zal worden afgewezen.
Dictum
De kantonrechter:
- verklaart het beroep ongegrond.
- wijst het verzoek om toekenning van een dwangsom af;
- wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.X. Cozijn, kantonrechter, bijgestaan door D.C. Carsten, griffier en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.