Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-29
ECLI:NL:RBDHA:2025:3181
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
644 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: AWB 24/12180
uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 januari 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.M. Langereis),
en
de minister van Asiel en Migratie
(gemachtigde: mr. M. Dalhuisen).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster.
1.1.
Met het besluit van 11 maart 2024 (primaire besluit) heeft de minister vastgesteld dat verzoekster in Nederland geen rechtmatig verblijf op grond van het recht van de Europese Unie (EU) heeft. Met het besluit van 3 juli 2024 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard en is hij bij zijn vaststelling gebleven.
1.2.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak AWB 24/12179, op 17 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. A.G.P. de Boon als waarnemer van de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. Verzoekster was niet aanwezig.
Beoordeling
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 24/12179, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Valk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.