Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-24
ECLI:NL:RBDHA:2025:2816
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
525 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.8751
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Met het besluit van 10 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Bij uitspraak van 10 februari 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep tegen het bestreden besluit met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen de uitspraak van 10 februari 2025 verzet gedaan. Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.1914, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het verzet. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Schouw, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Het dictum is telefonisch medegedeeld aan de gemachtigde van verzoeker op 24 februari 2025 om 12:27 uur en aan de gemachtigde van verweerder op 24 februari 2025 om 12:30 uur.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Algemene wet bestuursrecht.