Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-12-17
ECLI:NL:RBDHA:2025:27932
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
7,328 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2025:27932 text/xml public 2026-04-28T15:56:41 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-12-17 NL25.36006 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27932 text/html public 2026-04-28T15:55:05 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:27932 Rechtbank Den Haag , 17-12-2025 / NL25.36006 Uganda - LHBTI - beroep ongegrond - verweerder mocht vinden dat eisers verklaringen over zijn seksuele gerichtheid ongeloofwaardig zijn. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.24542 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. M. Timmer), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Inleiding 1. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 5 mei 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. 1.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 13 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, D.A. Ochieng als tolk. De gemachtigde van verweerder is, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1985 en heeft de Ugandese nationaliteit. Eiser heeft verklaard dat hij homoseksueel is en dat hij in 2000 een relatie kreeg met [naam 1]. In 2012 heeft de familie van eiser hem gedwongen met een vrouw te trouwen. Eiser heeft samen met deze vrouw een kind gekregen. Eiser heeft verklaard dat hij in februari 2015 is betrapt met [naam 1], waarna eiser is opgepakt door de politie maar middels omkoping heeft kunnen ontsnappen. Eiser heeft verklaard dat er twee incidenten zijn die voor hem de directe aanleiding waren voor zijn vertrek. Allereerst is eiser in september 2022 aangevallen op zijn boerderij en is in 2023 zijn oogst vernietigd vanwege zijn seksuele gerichtheid. Daarnaast was eiser eind oktober 2023 aanwezig bij een LHBTI-feest, waar de politie een inval heeft gedaan. Eiser wist te ontsnappen en is vervolgens uit Uganda vertrokken. Bij terugkeer vreest eiser voor de autoriteiten, omdat deze op zoek zouden zijn naar hem. Het bestreden besluit 3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: eisers identiteit, nationaliteit en herkomst; eisers problemen vanwege zijn seksuele gerichtheid. 3.1. Verweerder vindt eisers nationaliteit, identiteit en herkomst geloofwaardig, maar eisers problemen vanwege zijn seksuele gerichtheid niet. Allereerst heeft eiser volgens verweerder zowel zijn seksuele gerichtheid als de problemen niet onderbouwd met objectieve documenten die het asielmotief volledig onderbouwen. Verweerder heeft vervolgens verder geoordeeld dat het asielmotief niet alsnog geloofwaardig is. Verweerder heeft daarbij betrokken dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel zijn . Verweerder vindt dat eiser bij terugkeer geen gegronde vrees voor vervolging heeft als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag en geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. Wat vindt eiser in beroep? 4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en vindt dat wisselende verklaringen over het moment en de personen waarmee eiser voor het eerst zijn gevoelens voor jongens heeft besproken niet mogen worden tegengeworpen. Seks van volwassen mannen met jongens is immers seksueel misbruik, zoals eiser in de correcties en aanvullingen naar voren heeft gebracht. Bovendien worden de verklaringen van eiser over ervaringen als jonge jongen ten onrechte vergeleken en afgezet tegen het oordeel van eiser als volwassen man. Ook kan uit de passages waarnaar is verwezen in het bestreden besluit niet worden afgeleid dat eiser met andere jongens openlijk heeft gesproken over homoseksualiteit. Daarnaast wordt door verweerder erkend dat er geen onderscheid kan worden gemaakt tussen het nader gehoor en aanvullend gehoor en maakt verweerder toch dit onderscheid in het bestreden besluit. Dit is dus een persoonlijke opvatting van de opsteller van de beschikking en dat is niet toegestaan. Verder persisteert eiser dat hij niet tegenstrijdig heeft verklaard over zijn laatste ontmoeting met [naam 1], namelijk na eisers terugkeer uit [land 1] en voor zijn vertrek naar [land 2], omdat niet in geschil is dat eiser heeft verbleven in [land 1] van 2015 tot 2017 en in [land 2] van 2017 tot 2021. Met betrekking tot de verklaringen over het LHBTI-feestje vindt eiser dat er in het bestreden besluit onvoldoende is ingegaan op de correcties en aanvullingen en dat de door eiser betwiste conclusies over het overgelegde internetbericht geen stand kan houden. Verder is eiser begonnen met het posten van politieke berichten op Facebook nadat hij vernam van de opvattingen van [naam 2] over LHBTI kwesties. Om dit te onderbouwen heeft eiser een aantal Facebook-berichten overgelegd. Ook heeft verweerder volgens eiser onvoldoende gereageerd op de stukken die zijn overgelegd bij de zienswijze op 28 april 2025. De stukken van 4 september 2024 heeft verweerder niet juist betrokken bij de beoordeling. Deze stukken onderbouwen namelijk de seksuele oriëntatie van eiser. Verder zijn er in beroep stukken overgelegd ter onderbouwing van eisers seksuele gerichtheid en ter onderbouwing van eisers stelling in beroep dat hij in toenemende mate politiek betrokken is bij de situatie in Uganda. Ook worden ter onderbouwing de volgende stukken overgelegd: e-mail en foto’s over heropening COC [regio], Facebook berichten inclusief intimiderende reacties, foto’s over deelname aan demonstratie en NUP bijeenkomst en stukken ter onderbouwing van financiële ondersteuning NUP. Tot slot wordt verwezen naar verscheidene berichten met betrekking tot de politieke situatie in Uganda. Ter zitting heeft eiser verduidelijkt dat hij actief is geworden voor de oppositiepartij en dat hij daardoor in de negatieve belangstelling staat van de autoriteiten. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Mocht verweerder eisers problemen vanwege zijn seksuele gerichtheid ongeloofwaardig vinden? 6. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat eiser niet inzichtelijk heeft verklaard over het proces waarbij hij zich realiseerde dat hij op mannen viel en dat eiser wisselend heeft verklaard over het moment waarop en de personen met wie hij voor het eerst zijn gevoelens voor jongens heeft besproken. Zo heeft eiser enerzijds verklaard dat hij zijn gevoelens voor jongens heeft besproken met een groep jongens waarmee hij naar het voetbalveld ging van zijn dertiende tot zijn vijftiende. Anderzijds heeft eiser verklaard dat hij zijn homoseksualiteit enkel met zijn eerste vriend [naam 1] heeft besproken. Dat verweerder het feit dat deze verklaringen wisselend zijn niet mag tegenwerpen omdat er sprake zou zijn geweest van seksueel misbruik, kan de rechtbank niet volgen. Eisers enkele stelling dat zijn verklaringen over ervaringen als jonge jongen ten onrechte vergeleken en afgezet worden tegen het oordeel van eiser als volwassen man, volgt de rechtbank daarom evenmin. De rechtbank begrijpt dat eiser bedoelt te stellen dat hij pas als volwassen man seksuele relaties van volwassen mannen met jonge jongens kon kwalificeren als misbruik. Hoe dit van invloed zou zijn op eisers verklaringen over het voor het eerst met anderen spreken over zijn gevoelens met jongens, heeft eiser echter niet duidelijk kunnen maken. Eisers stelling dat uit de passages waarnaar verwezen wordt in het bestreden besluit niet kan worden afgeleid dat eiser met andere jongens openlijk heeft gesproken over homoseksualiteit, volgt de rechtbank ook niet.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2025:27932 text/xml public 2026-04-28T15:56:41 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-12-17 NL25.36006 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27932 text/html public 2026-04-28T15:55:05 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:27932 Rechtbank Den Haag , 17-12-2025 / NL25.36006 Uganda - LHBTI - beroep ongegrond - verweerder mocht vinden dat eisers verklaringen over zijn seksuele gerichtheid ongeloofwaardig zijn. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.24542 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. M. Timmer), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Inleiding 1. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 5 mei 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. 1.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 13 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, D.A. Ochieng als tolk. De gemachtigde van verweerder is, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1985 en heeft de Ugandese nationaliteit. Eiser heeft verklaard dat hij homoseksueel is en dat hij in 2000 een relatie kreeg met [naam 1]. In 2012 heeft de familie van eiser hem gedwongen met een vrouw te trouwen. Eiser heeft samen met deze vrouw een kind gekregen. Eiser heeft verklaard dat hij in februari 2015 is betrapt met [naam 1], waarna eiser is opgepakt door de politie maar middels omkoping heeft kunnen ontsnappen. Eiser heeft verklaard dat er twee incidenten zijn die voor hem de directe aanleiding waren voor zijn vertrek. Allereerst is eiser in september 2022 aangevallen op zijn boerderij en is in 2023 zijn oogst vernietigd vanwege zijn seksuele gerichtheid. Daarnaast was eiser eind oktober 2023 aanwezig bij een LHBTI-feest, waar de politie een inval heeft gedaan. Eiser wist te ontsnappen en is vervolgens uit Uganda vertrokken. Bij terugkeer vreest eiser voor de autoriteiten, omdat deze op zoek zouden zijn naar hem. Het bestreden besluit 3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: eisers identiteit, nationaliteit en herkomst; eisers problemen vanwege zijn seksuele gerichtheid. 3.1. Verweerder vindt eisers nationaliteit, identiteit en herkomst geloofwaardig, maar eisers problemen vanwege zijn seksuele gerichtheid niet. Allereerst heeft eiser volgens verweerder zowel zijn seksuele gerichtheid als de problemen niet onderbouwd met objectieve documenten die het asielmotief volledig onderbouwen. Verweerder heeft vervolgens verder geoordeeld dat het asielmotief niet alsnog geloofwaardig is. Verweerder heeft daarbij betrokken dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel zijn . Verweerder vindt dat eiser bij terugkeer geen gegronde vrees voor vervolging heeft als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag en geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. Wat vindt eiser in beroep? 4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en vindt dat wisselende verklaringen over het moment en de personen waarmee eiser voor het eerst zijn gevoelens voor jongens heeft besproken niet mogen worden tegengeworpen. Seks van volwassen mannen met jongens is immers seksueel misbruik, zoals eiser in de correcties en aanvullingen naar voren heeft gebracht. Bovendien worden de verklaringen van eiser over ervaringen als jonge jongen ten onrechte vergeleken en afgezet tegen het oordeel van eiser als volwassen man. Ook kan uit de passages waarnaar is verwezen in het bestreden besluit niet worden afgeleid dat eiser met andere jongens openlijk heeft gesproken over homoseksualiteit. Daarnaast wordt door verweerder erkend dat er geen onderscheid kan worden gemaakt tussen het nader gehoor en aanvullend gehoor en maakt verweerder toch dit onderscheid in het bestreden besluit. Dit is dus een persoonlijke opvatting van de opsteller van de beschikking en dat is niet toegestaan. Verder persisteert eiser dat hij niet tegenstrijdig heeft verklaard over zijn laatste ontmoeting met [naam 1], namelijk na eisers terugkeer uit [land 1] en voor zijn vertrek naar [land 2], omdat niet in geschil is dat eiser heeft verbleven in [land 1] van 2015 tot 2017 en in [land 2] van 2017 tot 2021. Met betrekking tot de verklaringen over het LHBTI-feestje vindt eiser dat er in het bestreden besluit onvoldoende is ingegaan op de correcties en aanvullingen en dat de door eiser betwiste conclusies over het overgelegde internetbericht geen stand kan houden. Verder is eiser begonnen met het posten van politieke berichten op Facebook nadat hij vernam van de opvattingen van [naam 2] over LHBTI kwesties. Om dit te onderbouwen heeft eiser een aantal Facebook-berichten overgelegd. Ook heeft verweerder volgens eiser onvoldoende gereageerd op de stukken die zijn overgelegd bij de zienswijze op 28 april 2025. De stukken van 4 september 2024 heeft verweerder niet juist betrokken bij de beoordeling. Deze stukken onderbouwen namelijk de seksuele oriëntatie van eiser. Verder zijn er in beroep stukken overgelegd ter onderbouwing van eisers seksuele gerichtheid en ter onderbouwing van eisers stelling in beroep dat hij in toenemende mate politiek betrokken is bij de situatie in Uganda. Ook worden ter onderbouwing de volgende stukken overgelegd: e-mail en foto’s over heropening COC [regio], Facebook berichten inclusief intimiderende reacties, foto’s over deelname aan demonstratie en NUP bijeenkomst en stukken ter onderbouwing van financiële ondersteuning NUP. Tot slot wordt verwezen naar verscheidene berichten met betrekking tot de politieke situatie in Uganda. Ter zitting heeft eiser verduidelijkt dat hij actief is geworden voor de oppositiepartij en dat hij daardoor in de negatieve belangstelling staat van de autoriteiten. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Mocht verweerder eisers problemen vanwege zijn seksuele gerichtheid ongeloofwaardig vinden? 6. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat eiser niet inzichtelijk heeft verklaard over het proces waarbij hij zich realiseerde dat hij op mannen viel en dat eiser wisselend heeft verklaard over het moment waarop en de personen met wie hij voor het eerst zijn gevoelens voor jongens heeft besproken. Zo heeft eiser enerzijds verklaard dat hij zijn gevoelens voor jongens heeft besproken met een groep jongens waarmee hij naar het voetbalveld ging van zijn dertiende tot zijn vijftiende. Anderzijds heeft eiser verklaard dat hij zijn homoseksualiteit enkel met zijn eerste vriend [naam 1] heeft besproken. Dat verweerder het feit dat deze verklaringen wisselend zijn niet mag tegenwerpen omdat er sprake zou zijn geweest van seksueel misbruik, kan de rechtbank niet volgen. Eisers enkele stelling dat zijn verklaringen over ervaringen als jonge jongen ten onrechte vergeleken en afgezet worden tegen het oordeel van eiser als volwassen man, volgt de rechtbank daarom evenmin. De rechtbank begrijpt dat eiser bedoelt te stellen dat hij pas als volwassen man seksuele relaties van volwassen mannen met jonge jongens kon kwalificeren als misbruik. Hoe dit van invloed zou zijn op eisers verklaringen over het voor het eerst met anderen spreken over zijn gevoelens met jongens, heeft eiser echter niet duidelijk kunnen maken. Eisers stelling dat uit de passages waarnaar verwezen wordt in het bestreden besluit niet kan worden afgeleid dat eiser met andere jongens openlijk heeft gesproken over homoseksualiteit, volgt de rechtbank ook niet.
Volledig
Aan eiser is namelijk gevraagd of hij wel eens iemand over zijn gevoelens voor jongens heeft verteld. Deze vraag heeft eiser bevestigend beantwoord en vervolgens heeft hij verklaard dat hij een groep had met wie hij af en toe af sprak. Eisers stelling dat het onderscheid dat wordt gemaakt tussen het nader gehoor en het aanvullend gehoor een persoonlijke opvatting van de opsteller van de beschikking is, volgt de rechtbank evenmin. De rechtbank kan namelijk niet volgen wat eiser hiermee wil zeggen dan wel wil onderbouwen. 6.1. Bovendien mocht verweerder zich op het standpunt stellen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de laatste ontmoeting met [naam 1]. Eiser heeft namelijk enerzijds verklaard dat hij [naam 1] voor het laatst gezien heeft in 2017. Eiser heeft anderzijds verklaard dat hij [naam 1] niet meer heeft kunnen vinden, toen hij terug kwam uit het buitenland in 2017. Eisers stelling dat hij [naam 1] heeft ontmoet na zijn terugkeer uit [land 1], waar hij van 2015 tot 2017 heeft verbleven en voor zijn vertrek naar [land 2], maakt het voorgaande niet anders. Dit is namelijk eveneens tegenstrijdig met eisers verklaring dat hij [naam 1] niet meer heeft kunnen vinden toen hij terug kwam uit het buitenland in 2017. Verder mocht verweerder vinden dat niet valt in te zien dat eiser niet strafrechtelijk is vervolgd in Uganda, nu hij stelt dat hij meerdere keren in aanraking is gekomen met de politie en dat zij op de hoogte zouden zijn geweest van eisers seksuele gerichtheid. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat het hebben van een homoseksuele gerichtheid strafbaar is in Uganda. 6.2. Eisers stelling dat verweerder onvoldoende heeft gereageerd op de stukken die zijn overgelegd bij de zienswijze op 28 april 2025, volgt de rechtbank niet. Verweerder heeft in het bestreden besluit namelijk op de zienswijze gereageerd. Eiser heeft in beroep niet aangegeven waarom de reactie van verweerder tekortschiet, hetgeen wel op zijn weg had gelegen. Eisers stelling dat de stukken van 4 september 2024 niet op de juiste wijze bij verweerders beoordeling zijn betrokken, volgt de rechtbank evenmin. De rechtbank is van oordeel dat verweerder minder waarde heeft mogen toekennen aan de documenten, nu deze niet afkomstig zijn uit objectieve bronnen. Daarnaast heeft verweerder in zijn beoordeling inzichtelijk uiteengezet dat eisers verklaringen ten aanzien van zijn seksuele gerichtheid zwaarder wegen, hetgeen ook in overeenkomst is met Afdelingsjurisprudentie . 6.3. Eisers stelling dat er in het bestreden besluit onvoldoende is ingegaan op de correcties en aanvullingen met betrekking tot eisers verklaringen over het LHBTI-feestje, volgt de rechtbank niet. Eiser heeft namelijk niet nader onderbouwd dan wel geconcretiseerd waarom er volgens hem onvoldoende is ingegaan op de correcties en aanvullingen. De rechtbank volgt eiser in zijn stelling dat verweerder in het bestreden besluit heeft verwezen naar bronnen om uit te leggen hoe de conclusie met betrekking tot het overgelegde internetbericht tot stand is gekomen, maar dat deze bronnen niet worden gespecificeerd en daarom niet kenbaar of verifieerbaar zijn. Dit betekent echter niet dat verweerder eisers problemen vanwege zijn seksuele gerichtheid niet ongeloofwaardig mocht vinden. Gelet op hetgeen de rechtbank onder rechtsoverwegingen 6, 6.1, en 6.2 heeft overwogen, oordeelt de rechtbank dat verweerder zich op het standpunt mocht stellen dat eisers problemen vanwege zijn seksuele gerichtheid ongeloofwaardig zijn. Mocht verweerder vinden dat eiser bij terugkeer naar Uganda geen vrees voor vervolging heeft een geen reëel risico loopt op ernstige schade? 7. Nu verweerder deugdelijk heeft gemotiveerd dat eisers problemen vanwege zijn seksuele gerichtheid ongeloofwaardig zijn, is de rechtbank van oordeel dat verweerder mocht vinden dat eiser bij terugkeer naar Uganda geen vrees voor vervolging en geen reëel risico op ernstige schade loopt vanwege zijn seksuele gerichtheid. Ten aanzien van eisers gestelde toenemende politieke betrokkenheid, oordeelt de rechtbank dat verweerder hier geen asielmotief in had hoeven zien. In de gehoren heeft eiser hier niets over verklaard en in zijn zienswijze heeft hij alleen gesteld interesse te hebben voor politiek in Oeganda en berichten te posten op Facebook. In de gronden van beroep heeft eiser dit herhaald en als bijlage een aantal berichten overgelegd. In de aanvullende gronden heeft eiser melding gemaakt van ‘een toenemende politieke betrokkenheid’ en gewezen op berichten. Eisers enkele stelling, vergezeld van berichten zonder nadere toelichting wat daaruit zou moeten worden opgemaakt, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende concreet om een eventueel asielmotief te onderbouwen. Eiser heeft zijn stelling op zitting weliswaar enigszins nader onderbouwd, door te verklaren de oppositiepartij te steunen en een baret te tonen, maar dit is naar het oordeel van de rechtbank nog steeds onvoldoende en ook in strijd met de goede procesorde om daar pas op zitting mee te komen. De rechtbank gaat hier daarom niet verder op in. Conclusie en gevolgen 8. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. 9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Vlassak, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Artikel 31, zesde lid, onder c, Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Gehoorverslag nader gehoor, pagina 20. Gehoorverslag aanvullend gehoor, pagina 4. Gehoorverslag nader gehoor, pagina 20. Gehoorverslag nader gehoor, pagina 20. Gehoorverslag nader gehoor, pagina 22. Gehoorverslag aanvullend gehoor, pagina 6. Zie uitspraak Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, van 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1754.
Volledig
Aan eiser is namelijk gevraagd of hij wel eens iemand over zijn gevoelens voor jongens heeft verteld. Deze vraag heeft eiser bevestigend beantwoord en vervolgens heeft hij verklaard dat hij een groep had met wie hij af en toe af sprak. Eisers stelling dat het onderscheid dat wordt gemaakt tussen het nader gehoor en het aanvullend gehoor een persoonlijke opvatting van de opsteller van de beschikking is, volgt de rechtbank evenmin. De rechtbank kan namelijk niet volgen wat eiser hiermee wil zeggen dan wel wil onderbouwen. 6.1. Bovendien mocht verweerder zich op het standpunt stellen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de laatste ontmoeting met [naam 1]. Eiser heeft namelijk enerzijds verklaard dat hij [naam 1] voor het laatst gezien heeft in 2017. Eiser heeft anderzijds verklaard dat hij [naam 1] niet meer heeft kunnen vinden, toen hij terug kwam uit het buitenland in 2017. Eisers stelling dat hij [naam 1] heeft ontmoet na zijn terugkeer uit [land 1], waar hij van 2015 tot 2017 heeft verbleven en voor zijn vertrek naar [land 2], maakt het voorgaande niet anders. Dit is namelijk eveneens tegenstrijdig met eisers verklaring dat hij [naam 1] niet meer heeft kunnen vinden toen hij terug kwam uit het buitenland in 2017. Verder mocht verweerder vinden dat niet valt in te zien dat eiser niet strafrechtelijk is vervolgd in Uganda, nu hij stelt dat hij meerdere keren in aanraking is gekomen met de politie en dat zij op de hoogte zouden zijn geweest van eisers seksuele gerichtheid. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat het hebben van een homoseksuele gerichtheid strafbaar is in Uganda. 6.2. Eisers stelling dat verweerder onvoldoende heeft gereageerd op de stukken die zijn overgelegd bij de zienswijze op 28 april 2025, volgt de rechtbank niet. Verweerder heeft in het bestreden besluit namelijk op de zienswijze gereageerd. Eiser heeft in beroep niet aangegeven waarom de reactie van verweerder tekortschiet, hetgeen wel op zijn weg had gelegen. Eisers stelling dat de stukken van 4 september 2024 niet op de juiste wijze bij verweerders beoordeling zijn betrokken, volgt de rechtbank evenmin. De rechtbank is van oordeel dat verweerder minder waarde heeft mogen toekennen aan de documenten, nu deze niet afkomstig zijn uit objectieve bronnen. Daarnaast heeft verweerder in zijn beoordeling inzichtelijk uiteengezet dat eisers verklaringen ten aanzien van zijn seksuele gerichtheid zwaarder wegen, hetgeen ook in overeenkomst is met Afdelingsjurisprudentie . 6.3. Eisers stelling dat er in het bestreden besluit onvoldoende is ingegaan op de correcties en aanvullingen met betrekking tot eisers verklaringen over het LHBTI-feestje, volgt de rechtbank niet. Eiser heeft namelijk niet nader onderbouwd dan wel geconcretiseerd waarom er volgens hem onvoldoende is ingegaan op de correcties en aanvullingen. De rechtbank volgt eiser in zijn stelling dat verweerder in het bestreden besluit heeft verwezen naar bronnen om uit te leggen hoe de conclusie met betrekking tot het overgelegde internetbericht tot stand is gekomen, maar dat deze bronnen niet worden gespecificeerd en daarom niet kenbaar of verifieerbaar zijn. Dit betekent echter niet dat verweerder eisers problemen vanwege zijn seksuele gerichtheid niet ongeloofwaardig mocht vinden. Gelet op hetgeen de rechtbank onder rechtsoverwegingen 6, 6.1, en 6.2 heeft overwogen, oordeelt de rechtbank dat verweerder zich op het standpunt mocht stellen dat eisers problemen vanwege zijn seksuele gerichtheid ongeloofwaardig zijn. Mocht verweerder vinden dat eiser bij terugkeer naar Uganda geen vrees voor vervolging heeft een geen reëel risico loopt op ernstige schade? 7. Nu verweerder deugdelijk heeft gemotiveerd dat eisers problemen vanwege zijn seksuele gerichtheid ongeloofwaardig zijn, is de rechtbank van oordeel dat verweerder mocht vinden dat eiser bij terugkeer naar Uganda geen vrees voor vervolging en geen reëel risico op ernstige schade loopt vanwege zijn seksuele gerichtheid. Ten aanzien van eisers gestelde toenemende politieke betrokkenheid, oordeelt de rechtbank dat verweerder hier geen asielmotief in had hoeven zien. In de gehoren heeft eiser hier niets over verklaard en in zijn zienswijze heeft hij alleen gesteld interesse te hebben voor politiek in Oeganda en berichten te posten op Facebook. In de gronden van beroep heeft eiser dit herhaald en als bijlage een aantal berichten overgelegd. In de aanvullende gronden heeft eiser melding gemaakt van ‘een toenemende politieke betrokkenheid’ en gewezen op berichten. Eisers enkele stelling, vergezeld van berichten zonder nadere toelichting wat daaruit zou moeten worden opgemaakt, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende concreet om een eventueel asielmotief te onderbouwen. Eiser heeft zijn stelling op zitting weliswaar enigszins nader onderbouwd, door te verklaren de oppositiepartij te steunen en een baret te tonen, maar dit is naar het oordeel van de rechtbank nog steeds onvoldoende en ook in strijd met de goede procesorde om daar pas op zitting mee te komen. De rechtbank gaat hier daarom niet verder op in. Conclusie en gevolgen 8. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. 9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Vlassak, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Artikel 31, zesde lid, onder c, Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Gehoorverslag nader gehoor, pagina 20. Gehoorverslag aanvullend gehoor, pagina 4. Gehoorverslag nader gehoor, pagina 20. Gehoorverslag nader gehoor, pagina 20. Gehoorverslag nader gehoor, pagina 22. Gehoorverslag aanvullend gehoor, pagina 6. Zie uitspraak Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, van 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1754.