Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-12-17
ECLI:NL:RBDHA:2025:27930
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
6,522 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2025:27930 text/xml public 2026-04-28T15:36:59 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-12-17 NL25.53020 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27930 text/html public 2026-04-28T15:36:28 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:27930 Rechtbank Den Haag , 17-12-2025 / NL25.53020 India - beroep ongegrond - verweerder mocht vinden dat Canada voor eiser kan worden aangemerkt als veilig derde land. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.53020 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. E. Stap), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. D.A.H. van den Tillaar). Procesverloop 1. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 22 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard . 1.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 11 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. J.W.F. Menick als waarnemer van de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder. Eiser is niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? Het asielrelaas 2. Eiser heeft de Indiase nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1997. Eiser heeft verklaard dat hij panseksueel en non-binair is. Eiser heeft van augustus 2023 tot juli 2025 in Canada gewoond en gestudeerd. In Canada kon hij zijn seksuele gerichtheid openlijk uiten. Eiser heeft Canada verlaten, omdat hij gedwongen moest stoppen met zijn studie. Eiser dacht dat hij in Canada geen kans zou maken met een asielaanvraag, vanwege een aanstaande wetswijziging in de vorm van de Strong Borders Act. Eiser heeft daarom besloten om in Nederland asiel aan te vragen. In India kan eiser niet in vrijheid leven en niet openlijk zijn seksuele gerichtheid uiten. Bij terugkeer naar India vreest eiser mentale onderdrukking door zijn familie. Het bestreden besluit 3. Verweerder vindt dat Canada voor eiser als veilig derde land kan worden beschouwd. Eiser heeft allereerst een band met Canada. Ook is het volgens verweerder aannemelijk dat eiser opnieuw tot Canada zal worden toegelaten. Tot slot is Canada voor eiser een veilig land. Gelet hierop, heeft verweerder de aanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Ook dient eiser onmiddellijk te vertrekken naar Canada en is er een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Wat vindt eiser in beroep? 4. Allereerst verwijst eiser naar de zienswijze, die door verweerder onvoldoende in zijn beoordeling is betrokken, en moet de inhoud hiervan onverkort als herhaald en ingelast worden beschouwd. Verweerder heeft de door eiser ingediende asielaanvraag ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Eiser had ten tijde van het gehoor weliswaar contact met zijn neef en diens vrouw in Canada, maar heeft dat inmiddels niet meer. Ook zal eiser niet worden toegelaten tot Canada, omdat hij niet langer rechtmatig verblijf heeft. Eiser voldoet namelijk niet meer aan de voorwaarden die zijn verbonden aan een studievisum, dus het is zeer aannemelijk dat dit is ingetrokken. Daarnaast blijkt uit openbare bronnen dat een studievisum na 90 dagen ongeldig wordt verklaard. Deze termijn is verstreken en eiser heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een werkvergunning aan te vragen. Verder kan Canada voor eiser persoonlijk niet als veilig derde land worden aangemerkt, want het is slechts een kwestie van tijd dat de in rechtsoverweging 2. vermelde wetswijziging ingevoerd zal worden, waardoor eiser geen asiel kan aanvragen in Canada. Tot slot vindt eiser dat hij in aanmerking komt voor erkenning en toelating als vluchteling en dat hij bij terugkeer naar India een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Toetsingskader 6. Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw kan een aanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard als een derde land voor de vreemdeling als veilig derde land wordt beschouwd. Daarvoor moet verweerder eerst beoordelen of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land, dat het voor hem of haar redelijk is daarnaartoe te gaan. 6.1. Daarna moet verweerder beoordelen of aannemelijk is dat de vreemdeling tot dit land wordt toegelaten. Het is aan de vreemdeling om met tegenbewijs te komen, waaruit blijkt dat er geen mogelijkheden zijn om toegang te krijgen tot dit land. De vreemdeling moet ook inspanningen verrichten om daadwerkelijk te worden toegelaten, tenzij niet kan worden verlangd om opnieuw te proberen toegang tot en verblijf in dit land te krijgen. 6.2. Tot slot moet verweerder beoordelen of de vreemdeling in dit derde land volgens de beginselen genoemd in artikel 3.106a, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) zal worden behandeld. Kort gezegd moet het aannemelijk zijn dat de vreemdeling in het derde land niet hoeft te vrezen voor vervolging, geen risico loopt op ernstige schade, dat het derde land het beginsel van non-refoulement naleeft en dat voor de vreemdeling de mogelijkheid bestaat om in het derde land om verlening van de vluchtelingenstatus te verzoeken en, als tot erkenning als vluchteling wordt overgegaan, om bescherming te krijgen overeenkomstig het Vluchtelingenverdrag. Mocht verweerder Canada aanmerken als veilig derde land voor eiser? 7. Allereerst kan de rechtbank uit het in algemene zin verwijzen naar de zienswijze niet afleiden waarom eiser van mening is dat het besluit onrechtmatig tot stand is gekomen dan wel gebreken bevat. De rechtbank ziet hierin dan ook geen toegelichte beroepsgrond. Eisers standpunt dat de inhoud van de zienswijze onvoldoende is betrokken bij de beoordeling, volgt de rechtbank evenmin. Eiser heeft namelijk niet nader onderbouwd dan wel geconcretiseerd waar verweerder volgens hem de zienswijze onvoldoende heeft betrokken bij de beoordeling. Band met Canada 8. De rechtbank oordeelt dat verweerder mocht vinden dat eiser een band heeft met Canada. Gelet op Afdelingsjurisprudentie kan een band worden aangenomen wanneer een vreemdeling in het verleden in dat land heeft gewoond. Niet in geschil is dat eiser van augustus 2023 tot juli 2025 onafgebroken in Canada heeft verbleven. Verder spreekt eiser de taal, kon hij er als queer persoon leven en heeft hij deelgenomen aan LBHTI-activiteiten. Eiser was ook lid van LHBTI-organisaties en is daar in contact gekomen met mensen die een belangrijke rol hebben gespeeld op het gebied van zelfontdekking en het proces om te beseffen non-binair te zijn. Verweerder mocht vinden dat dit alles wijst op een persoonlijke en sociale verbondenheid met Canada, waar eiser zich vrij en veilig genoeg voelde om zichzelf te zijn. Dit staat in contrast met India, waar eiser nooit openlijk zichzelf heeft kunnen zijn. Bovendien heeft verweerder in zijn beoordeling mogen betrekken dat eiser familie heeft in Canada, te weten zijn neef en diens vrouw. Gelet op Afdelingsjurisprudentie kan verblijf van familie in het derde land namelijk bijdragen aan het vaststellen van de band met dat land. Dat eiser nu stelt geen contact meer te hebben met zijn neef en diens vrouw, maakt dit niet anders, aangezien niet vast staat dat het contact niet hersteld kan worden dan wel in de toekomst niet meer zal plaatsvinden. 8.1. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat er voor eiser sprake is van een zodanige band met Canada dat het voor hem redelijk zou zijn om naar Canada te gaan. Toelating tot Canada 9. Niet in geschil is dat eiser in het bezit is geweest van een Canadese verblijfsvergunning en eerder toegang tot en verblijf in Canada heeft gehad. Het is aan verweerder om redenen aan te dragen waarom toelating in beginsel mogelijk moet zijn.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2025:27930 text/xml public 2026-04-28T15:36:59 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-12-17 NL25.53020 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27930 text/html public 2026-04-28T15:36:28 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:27930 Rechtbank Den Haag , 17-12-2025 / NL25.53020 India - beroep ongegrond - verweerder mocht vinden dat Canada voor eiser kan worden aangemerkt als veilig derde land. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.53020 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. E. Stap), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. D.A.H. van den Tillaar). Procesverloop 1. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 22 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard . 1.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 11 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. J.W.F. Menick als waarnemer van de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder. Eiser is niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? Het asielrelaas 2. Eiser heeft de Indiase nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1997. Eiser heeft verklaard dat hij panseksueel en non-binair is. Eiser heeft van augustus 2023 tot juli 2025 in Canada gewoond en gestudeerd. In Canada kon hij zijn seksuele gerichtheid openlijk uiten. Eiser heeft Canada verlaten, omdat hij gedwongen moest stoppen met zijn studie. Eiser dacht dat hij in Canada geen kans zou maken met een asielaanvraag, vanwege een aanstaande wetswijziging in de vorm van de Strong Borders Act. Eiser heeft daarom besloten om in Nederland asiel aan te vragen. In India kan eiser niet in vrijheid leven en niet openlijk zijn seksuele gerichtheid uiten. Bij terugkeer naar India vreest eiser mentale onderdrukking door zijn familie. Het bestreden besluit 3. Verweerder vindt dat Canada voor eiser als veilig derde land kan worden beschouwd. Eiser heeft allereerst een band met Canada. Ook is het volgens verweerder aannemelijk dat eiser opnieuw tot Canada zal worden toegelaten. Tot slot is Canada voor eiser een veilig land. Gelet hierop, heeft verweerder de aanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Ook dient eiser onmiddellijk te vertrekken naar Canada en is er een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Wat vindt eiser in beroep? 4. Allereerst verwijst eiser naar de zienswijze, die door verweerder onvoldoende in zijn beoordeling is betrokken, en moet de inhoud hiervan onverkort als herhaald en ingelast worden beschouwd. Verweerder heeft de door eiser ingediende asielaanvraag ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Eiser had ten tijde van het gehoor weliswaar contact met zijn neef en diens vrouw in Canada, maar heeft dat inmiddels niet meer. Ook zal eiser niet worden toegelaten tot Canada, omdat hij niet langer rechtmatig verblijf heeft. Eiser voldoet namelijk niet meer aan de voorwaarden die zijn verbonden aan een studievisum, dus het is zeer aannemelijk dat dit is ingetrokken. Daarnaast blijkt uit openbare bronnen dat een studievisum na 90 dagen ongeldig wordt verklaard. Deze termijn is verstreken en eiser heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een werkvergunning aan te vragen. Verder kan Canada voor eiser persoonlijk niet als veilig derde land worden aangemerkt, want het is slechts een kwestie van tijd dat de in rechtsoverweging 2. vermelde wetswijziging ingevoerd zal worden, waardoor eiser geen asiel kan aanvragen in Canada. Tot slot vindt eiser dat hij in aanmerking komt voor erkenning en toelating als vluchteling en dat hij bij terugkeer naar India een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Toetsingskader 6. Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw kan een aanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard als een derde land voor de vreemdeling als veilig derde land wordt beschouwd. Daarvoor moet verweerder eerst beoordelen of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land, dat het voor hem of haar redelijk is daarnaartoe te gaan. 6.1. Daarna moet verweerder beoordelen of aannemelijk is dat de vreemdeling tot dit land wordt toegelaten. Het is aan de vreemdeling om met tegenbewijs te komen, waaruit blijkt dat er geen mogelijkheden zijn om toegang te krijgen tot dit land. De vreemdeling moet ook inspanningen verrichten om daadwerkelijk te worden toegelaten, tenzij niet kan worden verlangd om opnieuw te proberen toegang tot en verblijf in dit land te krijgen. 6.2. Tot slot moet verweerder beoordelen of de vreemdeling in dit derde land volgens de beginselen genoemd in artikel 3.106a, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) zal worden behandeld. Kort gezegd moet het aannemelijk zijn dat de vreemdeling in het derde land niet hoeft te vrezen voor vervolging, geen risico loopt op ernstige schade, dat het derde land het beginsel van non-refoulement naleeft en dat voor de vreemdeling de mogelijkheid bestaat om in het derde land om verlening van de vluchtelingenstatus te verzoeken en, als tot erkenning als vluchteling wordt overgegaan, om bescherming te krijgen overeenkomstig het Vluchtelingenverdrag. Mocht verweerder Canada aanmerken als veilig derde land voor eiser? 7. Allereerst kan de rechtbank uit het in algemene zin verwijzen naar de zienswijze niet afleiden waarom eiser van mening is dat het besluit onrechtmatig tot stand is gekomen dan wel gebreken bevat. De rechtbank ziet hierin dan ook geen toegelichte beroepsgrond. Eisers standpunt dat de inhoud van de zienswijze onvoldoende is betrokken bij de beoordeling, volgt de rechtbank evenmin. Eiser heeft namelijk niet nader onderbouwd dan wel geconcretiseerd waar verweerder volgens hem de zienswijze onvoldoende heeft betrokken bij de beoordeling. Band met Canada 8. De rechtbank oordeelt dat verweerder mocht vinden dat eiser een band heeft met Canada. Gelet op Afdelingsjurisprudentie kan een band worden aangenomen wanneer een vreemdeling in het verleden in dat land heeft gewoond. Niet in geschil is dat eiser van augustus 2023 tot juli 2025 onafgebroken in Canada heeft verbleven. Verder spreekt eiser de taal, kon hij er als queer persoon leven en heeft hij deelgenomen aan LBHTI-activiteiten. Eiser was ook lid van LHBTI-organisaties en is daar in contact gekomen met mensen die een belangrijke rol hebben gespeeld op het gebied van zelfontdekking en het proces om te beseffen non-binair te zijn. Verweerder mocht vinden dat dit alles wijst op een persoonlijke en sociale verbondenheid met Canada, waar eiser zich vrij en veilig genoeg voelde om zichzelf te zijn. Dit staat in contrast met India, waar eiser nooit openlijk zichzelf heeft kunnen zijn. Bovendien heeft verweerder in zijn beoordeling mogen betrekken dat eiser familie heeft in Canada, te weten zijn neef en diens vrouw. Gelet op Afdelingsjurisprudentie kan verblijf van familie in het derde land namelijk bijdragen aan het vaststellen van de band met dat land. Dat eiser nu stelt geen contact meer te hebben met zijn neef en diens vrouw, maakt dit niet anders, aangezien niet vast staat dat het contact niet hersteld kan worden dan wel in de toekomst niet meer zal plaatsvinden. 8.1. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat er voor eiser sprake is van een zodanige band met Canada dat het voor hem redelijk zou zijn om naar Canada te gaan. Toelating tot Canada 9. Niet in geschil is dat eiser in het bezit is geweest van een Canadese verblijfsvergunning en eerder toegang tot en verblijf in Canada heeft gehad. Het is aan verweerder om redenen aan te dragen waarom toelating in beginsel mogelijk moet zijn.
Volledig
Verweerder mocht zich op het standpunt stellen dat, nu eiser eerder een vergunning heeft gehad, het in beginsel aannemelijk is dat eiser opnieuw zal worden toegelaten tot Canada. Vervolgens is het aan eiser om met tegenbewijs te komen door voldoende twijfel te zaaien dat de door verweerder geschetste mogelijkheden om toegang te krijgen tot Canada in zijn geval niet aanwezig zijn. Eiser is hier niet in geslaagd. Eiser heeft enkel aangevoerd dat hij geen rechtmatig verblijf meer heeft, omdat het zeer aannemelijk is dat zijn studievisum inmiddels is ingetrokken en omdat uit openbare bronnen blijkt dat een studievisum na 90 dagen ongeldig wordt verklaard. Verweerder heeft mogen vinden dat eiser hiermee niet heeft aangetoond dat zijn verblijfsvergunning inmiddels verlopen is. Hieruit blijkt evenmin dat eiser niet opnieuw een verblijfsvergunning of visum kan krijgen voor Canada dan wel dat eiser in het algemeen niet zal worden toegelaten tot Canada. Bovendien is niet gebleken dat eiser inspanningen heeft verricht om te worden toegelaten tot Canada. Hij heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat niet van hem kan worden verwacht dat hij pogingen onderneemt om opnieuw toegang tot Canada te verkrijgen. 9.1. De rechtbank volgt verweerder dan ook in zijn standpunt dat eiser in beginsel tot het grondgebied van Canada zal worden toegelaten en dat eiser niet heeft aangetoond dat dit niet het geval is. Is Canada voor eiser een veilig derde land? 10. Uit hetgeen eiser in beroep naar voren heeft gebracht kan niet worden afgeleid dat eiser in Canada niet zal worden behandeld overeenkomstig de beginselen genoemd in artikel 3.106a van het Vreemdelingenbesluit 2000. Eiser heeft namelijk aangevoerd dat Canada voor hem persoonlijk niet als veilig derde land kan worden aangemerkt, omdat het slechts een kwestie van tijd is dat de wetswijziging van de Strong Borders Act ingevoerd zal worden, hetgeen zou meebrengen dat eiser geen asielaanvraag kan indienen in Canada. De rechtbank oordeelt dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het wetsvoorstel tot op heden nog niet is aangenomen of van kracht is en dat evenmin vaststaat dát het wetsvoorstel zal worden aangenomen of van kracht zal worden. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat het enkele feit dat het wetsvoorstel in behandeling is, niet betekent dat eiser geen asielaanvraag kon dan wel op dit moment kan indienen. Bovendien mocht verweerder vinden dat hieruit evenmin blijkt dat Canada niet langer zijn internationale verdragsverplichtingen zou nakomen of het verbod op non-refoulement niet langer zou naleven. Eisers enkele stelling ter zitting dat hij problemen zou krijgen in Canada omdat hij non-binair is, is niet nader onderbouwd dan wel geconcretiseerd en maakt het voorgaande daarom niet anders. 10.1. Gelet op het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat Canada voor eiser een veilig derde land is. 10.2. Gelet op hetgeen reeds is overwogen, heeft verweerder de aanvraag op goede gronden niet-ontvankelijk verklaard. De vraag of verweerder had moeten beoordelen of eiser zich kan handhaven in India ligt niet ter beoordeling voor, gelet op het standpunt van verweerder dat eiser kan terugkeren naar Canada. Deze grond behoeft daarom geen verdere bespreking. Conclusie en gevolgen 11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft. 12. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Vlassak, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), van 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:122. Zie uitspraak van de Afdeling, van 17 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1480. Zie uitspraak Afdeling, van 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3379, r.o. 6.1. Zie uitspraak Afdeling, van 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3379, r.o. 6.1.
Volledig
Verweerder mocht zich op het standpunt stellen dat, nu eiser eerder een vergunning heeft gehad, het in beginsel aannemelijk is dat eiser opnieuw zal worden toegelaten tot Canada. Vervolgens is het aan eiser om met tegenbewijs te komen door voldoende twijfel te zaaien dat de door verweerder geschetste mogelijkheden om toegang te krijgen tot Canada in zijn geval niet aanwezig zijn. Eiser is hier niet in geslaagd. Eiser heeft enkel aangevoerd dat hij geen rechtmatig verblijf meer heeft, omdat het zeer aannemelijk is dat zijn studievisum inmiddels is ingetrokken en omdat uit openbare bronnen blijkt dat een studievisum na 90 dagen ongeldig wordt verklaard. Verweerder heeft mogen vinden dat eiser hiermee niet heeft aangetoond dat zijn verblijfsvergunning inmiddels verlopen is. Hieruit blijkt evenmin dat eiser niet opnieuw een verblijfsvergunning of visum kan krijgen voor Canada dan wel dat eiser in het algemeen niet zal worden toegelaten tot Canada. Bovendien is niet gebleken dat eiser inspanningen heeft verricht om te worden toegelaten tot Canada. Hij heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat niet van hem kan worden verwacht dat hij pogingen onderneemt om opnieuw toegang tot Canada te verkrijgen. 9.1. De rechtbank volgt verweerder dan ook in zijn standpunt dat eiser in beginsel tot het grondgebied van Canada zal worden toegelaten en dat eiser niet heeft aangetoond dat dit niet het geval is. Is Canada voor eiser een veilig derde land? 10. Uit hetgeen eiser in beroep naar voren heeft gebracht kan niet worden afgeleid dat eiser in Canada niet zal worden behandeld overeenkomstig de beginselen genoemd in artikel 3.106a van het Vreemdelingenbesluit 2000. Eiser heeft namelijk aangevoerd dat Canada voor hem persoonlijk niet als veilig derde land kan worden aangemerkt, omdat het slechts een kwestie van tijd is dat de wetswijziging van de Strong Borders Act ingevoerd zal worden, hetgeen zou meebrengen dat eiser geen asielaanvraag kan indienen in Canada. De rechtbank oordeelt dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het wetsvoorstel tot op heden nog niet is aangenomen of van kracht is en dat evenmin vaststaat dát het wetsvoorstel zal worden aangenomen of van kracht zal worden. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat het enkele feit dat het wetsvoorstel in behandeling is, niet betekent dat eiser geen asielaanvraag kon dan wel op dit moment kan indienen. Bovendien mocht verweerder vinden dat hieruit evenmin blijkt dat Canada niet langer zijn internationale verdragsverplichtingen zou nakomen of het verbod op non-refoulement niet langer zou naleven. Eisers enkele stelling ter zitting dat hij problemen zou krijgen in Canada omdat hij non-binair is, is niet nader onderbouwd dan wel geconcretiseerd en maakt het voorgaande daarom niet anders. 10.1. Gelet op het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat Canada voor eiser een veilig derde land is. 10.2. Gelet op hetgeen reeds is overwogen, heeft verweerder de aanvraag op goede gronden niet-ontvankelijk verklaard. De vraag of verweerder had moeten beoordelen of eiser zich kan handhaven in India ligt niet ter beoordeling voor, gelet op het standpunt van verweerder dat eiser kan terugkeren naar Canada. Deze grond behoeft daarom geen verdere bespreking. Conclusie en gevolgen 11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft. 12. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Vlassak, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), van 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:122. Zie uitspraak van de Afdeling, van 17 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1480. Zie uitspraak Afdeling, van 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3379, r.o. 6.1. Zie uitspraak Afdeling, van 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3379, r.o. 6.1.