Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-14
ECLI:NL:RBDHA:2025:27802
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,028 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2025:27802 text/xml public 2026-04-07T11:26:20 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-11-14 NL25.33503 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27802 text/html public 2026-04-07T11:25:38 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:27802 Rechtbank Den Haag , 14-11-2025 / NL25.33503 beroep tegen niet tijdig beslissen, beroep niet tijdig, BNT, kruisjesformulier, beroep gegrond RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummer: NL25.33503 V-nummer: [v-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [belanghebbende] , belanghebbende (gemachtigde: mr. F. Khodajoo-Aziz Maleki), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Procesverloop Belanghebbende heeft beroep ingesteld. Verweerder heeft de gelegenheid van verweer gehad. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Overwegingen Voor het wettelijke kader en de aan het beroep ten grondslag liggende overwegingen verwijst de rechtbank naar de bijlage bij deze uitspraak. Is de beslistermijn overschreden? ( x ) Ja, belanghebbende heeft onbetwist gesteld dat de beslistermijn is overschreden. ( ) Ja, dit is tussen partijen niet in geschil. ( ) Ja, verweerders standpunt dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard volgt de rechtbank niet. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van 6 januari 2023 . ( ) Ja, verweerders standpunt dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard volgt de rechtbank niet. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraken van 24 januari 2024 . ( ) Ja, verweerders standpunt dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard volgt de rechtbank niet. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak 24 april 2025 . ( ) Nee. Is er een correcte ingebrekestelling en is het beroep meer dan twee weken later ingesteld? ( x ) Ja. ( ) Nee. ( ) Een ingebrekestelling is in dit geval niet vereist. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van de Afdeling van 8 maart 2019. Is het beroep gegrond? ( x ) Ja. ( ) Nee. Het beroep is niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Is er een bestuurlijke dwangsom verbeurd? ( ) Ja. ( ) De rechtbank heeft in een eerder beroep al beslist op de bestuurlijke dwangsom. ( x ) Nee. Binnen welke termijn moet verweerder alsnog een besluit nemen? ( ) De rechtbank stelt een termijn vast die aansluit bij het 8+8-wekenmodel zoals geformuleerd in de uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2020. Het nader gehoor is nog niet afgenomen. Dat betekent dat de rechtbank verweerder thans nog zestien weken biedt om te beslissen op de asielaanvraag. ( ) De rechtbank stelt een termijn vast die aansluit bij het 8+8-wekenmodel zoals geformuleerd in de uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2020. Het nader gehoor is al afgenomen. Dat betekent dat de rechtbank verweerder thans nog acht weken biedt om te beslissen op de asielaanvraag. ( ) De rechtbank stelt vast dat verweerder in het verleden uitdrukkelijk is opgedragen te beslissen op de aanvraag van belanghebbende, maar dat nog steeds niet heeft gedaan. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die daaraan sedertdien in de weg hebben gestaan. Dat betekent dat de rechtbank verweerder thans de standaardtermijn van twee weken biedt om te beslissen op de asielaanvraag. ( x ) De rechtbank ziet in dit geval aanleiding om verweerder op te dragen zo snel mogelijk op de asielaanvraag van belanghebbende te beslissen, maar uiterlijk twee weken na verzending van deze uitspraak. De rechtbank stelt vast dat de uiterste termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen. Hoe hoog is de rechterlijke dwangsom als verweerder niet binnen deze termijn beslist? ( ) € 100,-, met een maximum van € 15.000,-. ( x ) € 200,-, met een maximum van € 15.000,-. ( ) € 250,-, met een maximum van € 37.500,-. Is er aanleiding om proceskosten vast te stellen? ( x ) Ja. ( ) Nee. Hoe hoog zijn de te vergoeden proceskosten? De volgende proceskosten worden toegekend: ( x ) 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5. ( ) 0,5 punt voor een nadere reactie met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5. ( ) 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1. ( ) 0,5 punt voor een nadere reactie met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1. Beslissing De rechtbank: ( ) verklaart het beroep niet-ontvankelijk; ( x ) verklaart het beroep gegrond; ( ) draagt verweerder op binnen maximaal zestien weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken; ( ) draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken; ( ) draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken; ( x ) draagt verweerder op zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken; ( x ) bepaalt dat verweerder aan belanghebbende een dwangsom van ( ) € 100,- ( x ) € 200,- ( ) € 250,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van ( x ) € 15.000,- ( ) € 37.500,-. ( x ) veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van ( x ) € 453,50 ( ) € 680,25 ( ) € 907,- ( ) € 1.360,50. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Özçelik, griffier. Bijlage Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. Als niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een beroep tegen niet tijdig beslissen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Als een beschikking niet op tijd wordt genomen, is het bestuursorgaan een dwangsom verschuldigd voor elke dag (vanaf de vijftiende dag na ontvangst van de ingebrekestelling) dat het in gebreke is voor ten hoogste 42 dagen. Dit is de bestuurlijke dwangsom. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23,- per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35,- per dag en de overige dagen € 45,- per dag. Deze dwangsom kan slechts eenmaal worden vastgesteld. Als de ingebrekestelling is ingediend op of na 15 april 2025 is op grond van artikel 71b van de Vw geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd. Als de ingebrekestelling is ingediend vóór de inwerkingtreding van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken, geldt de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, waarmee de wetgever de bestuurlijke dwangsom heeft afgeschaft in asielzaken. Dit is niet in strijd met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel of doeltreffendheidsbeginsel. Voor de motivering van dit oordeel verwijst de rechtbank naar de uitspraak van Afdeling van 30 november 2022. Als de ingebrekestelling is ingediend op of na 15 april 2025 is op grond van artikel 71b van de Vreemdelingenwet 2000 geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd. Als verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit in beginsel doen binnen twee weken na het verzenden van de uitspraak. Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen. De rechtbank bepaalt dat verweerder bij het overschrijden van de door de rechtbank vastgestelde termijn een dwangsom verschuldigd is voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden. Dit is de rechterlijke dwangsom. Daarbij past de rechtbank het landelijke beleid toe. Voor de dwangsomtermijn wordt uitgegaan van een termijn van 150 dagen voor verweerder om alsnog een besluit te nemen.