Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-06
ECLI:NL:RBDHA:2025:27762
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,766 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2025:27762 text/xml public 2026-04-03T14:13:39 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-11-06 NL25.38395 V Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Verzet NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27762 text/html public 2026-04-03T14:13:28 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:27762 Rechtbank Den Haag , 06-11-2025 / NL25.38395 V Dublin verzet ongegrond RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.38395 V uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet in de zaak tussen [opposant] , opposant, V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. R.J. Schenkman), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Inleiding 1. Bij besluit van 13 augustus 2025 heeft verweerder de aanvraag van opposant tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. 1.1. Opposant heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Het beroep is bij uitspraak van 24 september 2025 (de bestreden uitspraak) buiten zitting kennelijk ongegrond verklaard. 1.2. Opposant heeft op 1 oktober 2025 tegen de bestreden uitspraak verzet ingediend. 1.3. De zitting heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2025. Opposant en zijn gemachtigde waren niet aanwezig en hebben dat van te voren bericht. Verweerder was daarom ook niet aanwezig. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Opposant heeft de Armeense nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1991. Hij heeft in Nederland een asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is niet in behandeling genomen omdat Spanje daarvoor verantwoordelijk is. Ditzelfde geldt voor zijn partner [partner] (NL25.38397 V), die eenzelfde procedure heeft lopen. Wat heeft de rechtbank in de bestreden uitspraak geoordeeld? 3. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Zij heeft in de bestreden uitspraak – kort samengevat – geoordeeld dat het besluit van 13 augustus 2025 voldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder niet gehouden was om af te wijken van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje. Opposant heeft niet aannemelijk gemaakt dat het Spaanse asiel- en opvangsysteem zodanige tekortkomingen kent dat overdracht aan Spanje een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest met zich meebrengt. Ook heeft opposant niet onderbouwd dat klagen bij de Spaanse autoriteiten of andere instanties bij problemen onmogelijk of zinloos zou zijn. Wat vindt opposant in verzet? 4. Opposant betoogt dat er van een kennelijk ongegrond beroep geen sprake is geweest nu hij in Spanje is mishandeld vanwege zijn seksuele gerichtheid. Ten onrechte wordt in de bestreden uitspraak overwogen dat niet duidelijk is geworden wie hem heeft mishandeld en met welk oogmerk dit is gedaan. Nu bij de rechter hierover onduidelijkheid bestaat is er geen sprake van een kennelijk ongegrond beroep. Op een zitting had de rechter opposant en zijn partner hierover kunnen bevragen, wat de rechtbank ten onrechte heeft nagelaten. Bovendien verwijst de bestreden uitspraak naar uitspraken van de hoogste bestuursrechter waarin geoordeeld is dat uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel tegenover Spanje, maar deze uitspraken zien slechts op de situatie van algemene asielzoekers. Opposant behoort echter vanwege zijn seksuele gerichtheid tot een kwetsbare groep asielzoekers in Spanje. Ter onderbouwing wordt verwezen naar het AIDA-rapport wat tijdens de procedure is overgelegd. Dit argument wordt in de bestreden uitspraak ongemotiveerd terzijde geschoven. Wat is het toetsingskader bij verzet? 5. Bij verzet oordeelt de rechtbank uitsluitend of het beroep van opposant buiten redelijke twijfel ongegrond verklaard kon worden zonder het houden van een zitting. Als opposant met gegronde redenen kan onderbouwen dat het beroep niet zonder zitting afgedaan mocht worden bij de bestreden uitspraak, kan het verzet gegrond verklaard worden. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht die bij een normale behandeling ook nog hadden kunnen worden aangevoerd, moet worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de uitkomst. Zo ja, dan wordt het verzet gegrond verklaard zodat nader onderzoek kan plaatsvinden. Wat is het oordeel van de rechtbank over het verzet? 6. Het betoog dat opposant op een zitting meer uitleg had kunnen geven over de stelling dat hij in Spanje is mishandeld vanwege zijn geaardheid, is op zichzelf onvoldoende om te oordelen dat de rechtbank de beroepszaak niet zonder zitting mocht afdoen. Het is immers aan opposant en zijn gemachtigde om in zijn beroepsgronden zo volledig mogelijk aan te geven waarom hij het niet eens is met het besluit van verweerder. Opposant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij daar niet toe in staat was. Bovendien heeft opposant in de beroepsgronden van 22 augustus 2025 al uitleg gegeven over de gestelde mishandeling in Spanje. Hij heeft niet uitgelegd wat aan deze uitleg ontbreekt en geen gronden naar voren gebracht waaruit blijkt dat zich feiten en omstandigheden voordoen die bij een behandeling ter zitting nog hadden kunnen worden aangevoerd en die zich mogelijk tegen een overdracht naar Spanje verzetten. Verder was opposant niet op verzet-zitting aanwezig om dit toe te lichten. 7. De rechtbank heeft in de uitspraak van 24 september 2025 geoordeeld dat er ten opzichte van Spanje van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Daarbij heeft de rechtbank het door opposant aangevoerde AIDA-rapport (update 2024) betrokken. De rechtbank stelt vast dat wat opposant in dit verzetschrift aanvoert, gelijk is aan wat hij al in beroep heeft aangedragen. De rechtbank heeft al deze gronden voldoende zorgvuldig en gemotiveerd beoordeeld. Dat opposant het niet eens is met de inhoud van de uitspraak is onvoldoende om het verzet gegrond te verklaren. 8. In wat opposant heeft aangevoerd, ziet de rechtbank dus geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 24 september 2025. Conclusie en gevolgen 9. Gelet op het voorgaande is het verzet ongegrond. Dat betekent dat de eerdere uitspraak van 24 september 2025 in stand blijft. 10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van V. Nooteboom, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Tegen de uitspraak op het verzet is geen hoger beroep mogelijk. NL25.38395 en NL25.38396. Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden. Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.