Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2025-10-23
ECLI:NL:RBDHA:2025:27706
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 25/1568 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 oktober 2025 in de zaak tussen Puma Tactical B.V., uit Voorhout, eiseres en de minister van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.P. Stehouwer). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van 14 januari 2025 (het bestreden besluit) waarin is beslist dat de korpschef van politie (de korpschef) het wijzigingsvoorstel van eiseres op voorschriften en beperkingen behorende bij de erkenning op grond van de Wet wapens en munitie (Wwm) terecht heeft geweigerd. 1.1. De korpschef heeft het wijzigingsvoorstel van eiseres op 9 november 2023 geweigerd. Eiseres heeft op 22 november 2023 administratief beroep ingesteld. 1.2. Met het bestreden besluit heeft verweerder het administratief beroep van eiseres ongegrond verklaard. 1.3. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en aanvullende stukken ingediend. 1.4. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.5. De rechtbank heeft het beroep op 16 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] namens eiseres en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat de zaak over? 2. Aan eiseres is op 5 april 2022 door de korpschef een erkenning afgegeven. Op grond van die erkenning mag eiseres wapens van categorie III in de zin van de Wwm onder andere vervaardigen, verhandelen, uitwisselen en verhuren of anderszins ter beschikking stellen. Aan deze erkenning zijn voorschriften en beperkingen verbonden. Volgens eiseres zou het ter beschikking stellen ook omvatten dat cursisten van trainingen aan overheidsdiensten en sportschutters met wapens uit de handelsvoorraad van eiseres kunnen schieten. De formulering van de voorschriften en beperkingen gaf hierover volgens eiseres onvoldoende duidelijkheid. De korpschef heeft aanleiding gezien om bij beslissing van 9 november 2023 een bijlage te voegen bij de erkenning, waarin voorschriften en beperkingen zijn geformuleerd met betrekking tot de tijdelijke verhuur van vuurwapens van categorie III aan derden (bijlage A). Eiseres heeft op de conceptversie wijzigingsvoorstellen gedaan, die niet door de korpschef zijn overgenomen. Eiseres is het hier niet mee eens. 3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het administratief beroep van eiseres ongegrond verklaard. Daartoe heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiseres met haar wijzigingsvoorstellen in de gelegenheid wil worden gesteld om met de onder de erkenning vallende (scherpschietende) vuurwapens trainingen te geven, maar dat dit geen handelingen zijn die ingevolge artikel 9, eerste lid, van de Wwm zijn toegestaan. Deze passen ook niet binnen het in de Circulaire wapens en munitie 2019 (de Circulaire) geformuleerde beleid. De erkenning is volgens verweerder niet bedoeld om vuurwapens ter beschikking te stellen om daar als erkenninghouder instructies en trainingen mee te geven. Het geven van trainingen met (scherpschietende) vuurwapens aan particulieren op locaties buiten de vestigingslocatie levert volgens verweerder ook een gevaar op voor de openbare orde en veiligheid. Wat vindt eiseres in beroep? 4. Eiseres kan zich niet vinden in het bestreden besluit, waarin verweerder de beslissing van de korpschef heeft gehandhaafd. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de handelingen die zij beoogt met de door haar voorgestelde wijzigingen wel zijn toegestaan. Nergens staat dat dit niet het geval is. Het is niet gebleken dat de voorbeelden die in de Circulaire worden genoemd van situaties waarin wapens ter beschikking worden gesteld limitatief van aard zijn. Er is sprake van beleidsvrijheid voor de korpschef als het gaat om het stellen van voorwaarden en beperkingen. In bijlage A kan dan ook worden uitgewerkt dat het ter beschikking stellen ook het geven van trainingen met de wapens omvat. De wijzigingsvoorstellen van eiseres op de tekst van bijlage A ha De erkenning van eiseres ziet, voor zover relevant, op het uitwisselen van wapens van categorie III, alsmede het verhuren of anderszins ter beschikking stellen van wapens van categorie III. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het ‘uitwisselen, verhuren of anderszins ter beschikking stellen’ aan artikel 9 van de Wwm is toegevoegd om de definitie van handelaar in de Wwm op één lijn te krijgen met die van een Europese wapenrichtlijn . Volgens die richtlijn wordt onder wapenhandelaar verstaan iedere natuurlijke of rechtspersoon wiens beroepswerkzaamheden geheel of ten dele bestaan uit de vervaardiging, handel, uitwisseling, verhuur, reparatie of transformatie van vuurwapens. De rechtbank constateert dat het geven van trainingen of instructie niet in deze definitie is vermeld. Nu de wetgever met de wijziging van artikel 9 van de Wwm destijds kennelijk beoogd heeft bij deze definitie aansluiting te zoeken, kan hieruit niet worden afgeleid dat aan het ‘ter beschikking stellen’ een ruime uitleg toekomt in die zin dat dan ook met de wapens trainingen en instructies mogen worden gegeven. Verder overweegt de rechtbank dat het ter beschikking stellen van vuurwapens naar normaal spraakgebruik, net als in het geval van uitwisseling en verhuur, ook niet omvat dat daar los van de overdracht nog andere handelingen mee worden verricht. 10.4. Uit zowel de tekst van de wet als de wetsgeschiedenis, mede in aanmerking genomen de restrictieve aard van de wapenwetgeving, volgt dan ook niet dat een erkenning voor het verhuren of anderszins ter beschikking stellen van wapens mede omvat het kunnen geven van trainingen of instructies met die wapens. Dat in de Cwm enkele meer voorkomende situaties rondom verhuur van wapens zijn uitgewerkt, doet daar niet aan af. Die situaties zijn bovendien niet vergelijkbaar met het door eiseres beoogde gebruik van de wapens, zoals eiseres op de zitting ook heeft bevestigd. 10.5. Artikel 9 van de Wwm biedt dan ook geen ruimte om eiseres toe te staan dat met wapens die onder de erkenning vallen ook trainingen en instructies worden verzorgd. Dit betekent dat de korpschef en verweerder de wijzigingsvoorstellen van eiseres op de tekst van bijlage A niet over konden nemen. Aan een afweging van belangen kon ook niet worden toegekomen. Het betoog van eiseres treft dus geen doel. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel 11. Eiseres heeft ook betoogd dat het vertrouwensbeginsel is geschonden. Daaraan heeft eiseres ten grondslag gelegd dat de korpschef de indruk wekte dat er met eiseres werd meegedacht en verweerder nu niet achter de tekst van bijlage A blijkt te staan. 11.1. Het vertrouwensbeginsel houdt in dat erop moet kunnen worden vertrouwd dat een toezegging van een bestuursorgaan ook nagekomen wordt. Eiseres heeft op de zitting bevestigd dat aan haar geen toezegging is gedaan door de korpschef rondom de inhoud van bijlage A. Daarom kan een beroep op het vertrouwensbeginsel naar het oordeel van de rechtbank niet slagen. 12. Ook het betoog van eiseres dat sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel kan niet slagen. Eiseres heeft in dat kader aangevoerd dat zij door de toevoeging van bijlage A aan de erkenning in een slechtere positie is terechtgekomen dan andere erkenninghouders, die geen aanvullend voorschrift hebben. Ter onderbouwing hiervan heeft eiseres vier erkenningen van andere erkenninghouders overgelegd. 12.1. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit deze erkenningen niet dat sprake is van gelijke gevallen. Uit de erkenningen blijkt immers niet dat de betreffende erkenninghouders vergelijkbare diensten aanbieden als door eiseres beoogd. Reeds om deze reden kan het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel niet slagen. Had de korpschef eiseres om een zienswijze moeten vragen? 13. Ten aanzien van het standpunt van eiseres dat de korpschef haar in de gelegenheid had moeten stellen om een zienswijze te geven, voordat bijlage A werd vastgesteld, overweegt de rechtbank als volgt. 13.1. D