Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-17
ECLI:NL:RBDHA:2025:27563
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,840 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2025:27563 text/xml public 2026-02-27T10:43:21 2026-02-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-04-17 AWB 24/14603 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27563 text/html public 2026-02-27T10:42:53 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:27563 Rechtbank Den Haag , 17-04-2025 / AWB 24/14603 Regulier - mvv - verblijf bij familie- of gezinslid - verblijf bij gestelde moeder, die in NL een verblijfsrecht bij haar twee minderjarige Nederlandse kinderen heeft o.g.v. het arrest Chavez en artikel 20 VWEU - middelenvereiste - familierechtelijke relatie - belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM - voorwaarden uit het arrest Chavez-Vilchez - beroep ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 24/14603 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2025 in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer 1] , eiser en [eiseres] , V-nummer: [v-nummer 2] , eiseres tezamen aangeduid als eisers (gemachtigde: mr. A. Alam-Khan), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) onder de beperking “verblijf bij familie- of gezinslid”. 1.1. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 10 augustus 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 22 augustus 2024 op het bezwaar van eisers is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.2. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met twee verweerschriften. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 8 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referente en [naam] als waarnemer van de gemachtigde van eisers. De gemachtigde van verweerder is met bericht van verhindering niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiser is geboren op [geboortedatum 1] 2005 en eiseres is geboren op [geboortedatum 2] 2010. Eisers hebben de Ghanese nationaliteit. Eisers hebben op 21 februari 2023 een aanvraag ingediend voor de afgifte van een mvv met als verblijfsdoel “verblijf als gezinslid bij [referente] ” (referente). Referente stelt de moeder te zijn van eisers en heeft in Nederland een verblijfsrecht bij haar twee minderjarige Nederlandse kinderen op grond van het arrest Chavez en artikel 20 VWEU . 3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eisers niet voldoen aan de voorwaarden voor de afgifte van een mvv. Referente voldoet niet aan het middelenvereiste. Daarnaast is de familierechtelijke relatie tussen eiser en referente en het gezag over eiser niet aangetoond of voldoende aannemelijk gemaakt. Nu tussen eiser en referente geen familie- of privéleven bestaat, is het besluit niet in strijd met artikel 8 van het EVRM . Verder heeft verweerder nog een belangenafweging gemaakt in het kader van artikel 8 van het EVRM, maar deze belangenafweging is in het nadeel van eisers uitgevallen. Tot slot is verweerder tot de conclusie gekomen dat eisers niet voldoen aan de voorwaarden voor een afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU. Wat vinden eisers in beroep? 4. Eisers zijn het niet eens met het bestreden besluit. Ten aanzien van het middelenvereiste voeren zij aan dat referente onderhandelt over meer werkuren en zij het voornemen heeft om een andere baan te zoeken, zodat zij wel voldoet aan het wettelijk middelenvereiste. Ook woont referente feitelijk samen met de vader van haar twee Nederlandse kinderen en hij voldoet aan het middelenvereiste. Ten aanzien van de familierechtelijke relatie heeft referente in de aanvullende beroepsgronden de gelegaliseerde geboorteakte van eiser overgelegd en hiermee is de familierechtelijke relatie aangetoond. Verder is een tardief opgemaakte geboorteregistratie de normale gang van zaken in Ghana. Ten aanzien van de belangenafweging heeft verweerder ten onrechte het belang van de Nederlandse staat zwaarder laten wegen. Wat betreft het afgeleide verblijfsrecht op grond van het arrest Chavez, voert referente aan dat zij tot haar vertrek uit Ghana verantwoordelijk was voor de zorg- en opvoedingstaken van eisers. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Middelenvereiste 6. Niet in geschil is dat referente niet voldoet aan het wettelijk middelenvereiste. In geschil is of de persoonlijke omstandigheden van referente moeten leiden tot vrijstelling van het middelenvereiste, zoals namens eisers is betoogd. 6.1. Op grond van artikel 3.22, eerste lid, van het Vb wordt een verblijfsvergunning verleend indien de vreemdeling duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan. Vaststaat dat referente hier niet aan voldoet. De beroepsgrond dat referente onderhandelt over meer werkuren en dat zij een andere baan zal zoeken, is niet nader onderbouwd met documenten en doet niet af aan verweerders ten tijde van het bestreden besluit gemaakte beoordeling. Ten aanzien van de beroepsgrond dat referente feitelijk samenwoont met de vader van haar Nederlandse kinderen en dat deze vader financieel wil bijdragen, heeft verweerder kunnen betrekken dat referente ook dit niet met documenten heeft onderbouwd. Om die reden heeft verweerder mogen concluderen dat het inkomen van deze vader niet meetelt voor het middelenvereiste. Op zitting heeft referente gesteld dat ze meer zou kunnen werken als eisers naar Nederland zouden komen. Omdat dit een onzekere toekomstige gebeurtenis is, heeft verweerder hiermee in het bestreden besluit geen rekening kunnen houden. 6.2. Gelet op het voorgaande heeft verweerder op goede gronden geconcludeerd dat niet is voldaan aan het middelenvereiste. Familierechtelijke relatie 7. Verder is in geschil of eiser heeft aangetoond dat hij een familierechtelijke relatie heeft met referente. 7.1. Kort voor de zitting heeft eiser bij de aanvullende beroepsgronden een gelegaliseerde geboorteakte en een ziekenhuiskaart van eiser overgelegd. Verweerder heeft in reactie hierop te kennen gegeven dat legalisatie geen uitsluitsel biedt over de inhoudelijke juistheid van het document en wijst er verder op dat de geboorte van eiser tardief is geregistreerd. Eiser heeft in reactie hierop aangegeven dat hij deze tegenwerpingen van verweerder vreemd vindt, omdat hem in het bestreden besluit juist is tegengeworpen dat de geboorteakte niet is gelegaliseerd. 7.2. De rechtbank begrijpt dat het voor eiser bevreemding wekt dat verweerder in eerste instantie heeft tegengeworpen dat er geen gelegaliseerde geboorteakte is overgelegd en dat vervolgens – nadat eiser de gelegaliseerde geboorteakte heeft overgelegd – wordt tegengeworpen dat deze gelegaliseerde geboorteakte niets zegt over de inhoudelijke juistheid van het document. De rechtbank overweegt echter dat ook als de familierechtelijke relatie moet worden aangenomen, de aanvraag van eiser – in het licht van wat hiervoor (over het middelenvereiste) en hierna (over artikel 8 van het EVRM) wordt overwogen – ook los van deze tegenwerping mocht worden afgewezen. De belangenafweging van artikel 8 van het EVRM 8. Tussen partijen is in geschil of verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat de weigering om aan eisers een mvv te verlenen niet in strijd is met artikel 8 van het EVRM. 8.1. Uit vaste jurisprudentie van het EHRM en van de hoogste bestuursrechter volgt dat bij aanvragen op grond van artikel 8 van het EVRM er een ‘fair balance’ moet worden gevonden tussen het belang van de vreemdeling en diens familie enerzijds, en het Nederlandse algemeen belang dat is gediend bij het uitvoeren van een restrictief toelatingsbeleid anderzijds. De rechtbank moet beoordelen of verweerder alle relevante feiten en omstandigheden in die belangenafweging heeft betrokken. Deze maatstaf impliceert verder dat de rechter de door verweerder gemaakte belangenafweging enigszins terughoudend moet toetsen. 8.2.
Volledig
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de belangen van eisers in het kader van artikel 8 van het EVRM kenbaar afgewogen tegen het belang van de Nederlandse overheid en voldoende gemotiveerd waarom de belangenafweging in het nadeel van eisers uitvalt. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt. 8.3. Eisers betogen allereerst tevergeefs dat verweerder bij de door haar verrichte belangenafweging niet mocht betrekken dat geen sprake is van een objectieve belemmering om het gezinsleven in Ghana uit te oefenen. Daartoe is het volgende van belang. Anders dan eisers op zitting naar voren hebben gebracht, is het niet zo dat alleen al uit het feit dat referente een verblijfsrecht ontleent aan het arrest Chavez-Vilchez blijkt dat er een objectieve belemmering bestaat om het gezinsleven in Ghana uit te oefenen. Het Chavez-verblijfsrecht is een afgeleid verblijfsrecht dat aan referente is toegekend zodat haar kinderen - die Unieburger zijn - niet gedwongen worden het grondgebied van de Europese Unie te verlaten. De toekenning van dit recht berust daarmee op de keuze van referente om haar gezinsleven in Nederland uit te oefenen. Dat wil echter niet zeggen dat het voor haar niet mogelijk is dat gezinsleven in Ghana uit te oefenen. De belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM wordt aan de hand van een geheel ander toetsingskader verricht dan de toetsing in het kader van een Chavez-verblijfsrecht. Verweerder moet, zo dit wordt gesteld, bij zijn beoordeling kenbaar betrekken of de omstandigheid dat iemand een afgeleid verblijfsrecht in de zin van het arrest Chavez-Vilchez heeft een objectieve belemmering vormt om het gezinsleven elders uit te oefenen. Dit heeft verweerder gedaan , zij het dat zij tot een andere uitkomst komt dan eisers graag hadden gezien. Verweerder heeft hierbij genoegzaam gemotiveerd waarom het Chavez-verblijfsrecht in dit geval geen objectieve belemmering vormt. 8.4. Verweerder heeft ten aanzien van het economisch belang in het nadeel van eisers kunnen meewegen dat referente niet voldoet aan het inkomensvereiste. Verder heeft verweerder, zoals hiervoor is overwogen, in het nadeel kunnen meewegen dat er geen objectieve belemmering bestaat om het gezinsleven in Ghana uit te oefenen. Dat twee kinderen van referente de Nederlandse nationaliteit hebben, betekent niet dat zij referente desgewenst niet kunnen volgen naar Ghana. Verweerder heeft de belangen van deze Nederlandse kinderen betrokken en voldoende aandacht besteed aan hun belang om het gezinsleven met referente te kunnen uitoefenen. Ook heeft verweerder betrokken dat referente zelf afkomstig is uit Ghana en dus bekend is met de taal en cultuur. Bovendien hebben eisers maar kort met referente samengewoond en wonen zij al jaren bij hun oma, die de belangrijkste zorg- en opvoedingstaken op zich neemt. Verweerder heeft verder kunnen betrekken dat de overgelegde stukken geen blijk geven van intensief contact tussen eisers en referente. Gelet op deze omstandigheden heeft verweerder niet ten onrechte geconcludeerd dat het algemeen belang van de Nederlandse overheid zwaarder weegt dan het persoonlijk belang van eisers en referente, zodat geen sprake is van strijd met artikel 8 van het EVRM. 8.5. De omstandigheid dat voor eiseres inmiddels een aanvraag tot afgifte van een Nederlands paspoort is gedaan, is een toekomstig onzekere gebeurtenis waarmee in deze procedure geen rekening kan worden gehouden. Chavez-Vilchez 9. Ten slotte is in geschil of referente daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken verricht en of sprake is van een zodanige afhankelijkheidsverhouding tussen eisers en referente dat referente en haar minderjarige Nederlandse kinderen gedwongen zouden zijn het grondgebied van de Europese Unie te verlaten als aan eisers een verblijfsrecht wordt geweigerd. 9.1. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eisers niet voldoen aan de voorwaarden van het Chavez-Vilchez arrest. Verweerder heeft daarbij van belang kunnen vinden dat referente onvoldoende heeft aangetoond daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken te verrichten. Referente heeft weliswaar ter onderbouwing van de gestelde afhankelijkheidsrelatie een aantal documenten – zoals ongedateerde foto’s, schermpopnamen van whatsappgesprekken en geldtransacties – overgelegd, maar verweerder heeft bij zijn beoordeling mogen betrekken dat referente geen objectieve bewijsstukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat referente daadwerkelijke (intensieve) zorg- en opvoedingstaken heeft verricht. Verweerder heeft er daarbij niet ten onrechte op gewezen dat referente nooit of slechts kort met eisers heeft samengewoond en dat hun oma altijd de belangrijkste rol in de zorg- en opvoedingstaken heeft gehad. Gelet op het voorgaande heeft verweerder dan ook kunnen stellen dat niet is gebleken van een zodanige afhankelijkheidsverhouding tussen eisers en referente dat referente, als aan eisers geen verblijfsrecht wordt verleend, gedwongen zou zijn het grondgebied van de Europese Unie te verlaten met haar twee minderjarige Nederlandse kinderen. Conclusie en gevolgen 10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. P.P. Schaap, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 april 2025. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 mei 2017, ECLI:EU:C:2017:354. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Vreemdelingenbesluit 2000. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Onder meer uiteengezet in de uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 11 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:73 en 28 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:974. Zie de uitspraak van de Afdeling van 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:964. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van zittingsplaats Middelburg van 11 maart 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:2253. Eerder zo overwogen door zittingsplaats Middelburg van 27 augustus 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:9737. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 18 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2751. Zie pagina 5 van het bestreden besluit. Als bedoeld in artikel 3 van het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK).