Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-06-05
ECLI:NL:RBDHA:2025:27557
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,772 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2025:27557 text/xml public 2026-02-27T08:55:53 2026-02-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-06-05 11124008 \ RL EXPL 24-10109 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27557 text/html public 2026-02-27T08:54:28 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:27557 Rechtbank Den Haag , 05-06-2025 / 11124008 \ RL EXPL 24-10109 Provisionele vordering. Huurachterstand. RECHTBANK DEN HAAG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Den Haag JB/c Datum: 5 juni 2025 Zaaknummer: 11124008 \ RL EXPL 24-10109 Vonnis in het incident ex artikel 223 Rv van de kantonrechter in de zaak van: in de zaak van STICHTING HOF WONEN , gevestigd te 's-Gravenhage, eisende partij in de provisionele vordering, verwerende partij in de provisionele tegenvordering, hierna te noemen: Hof Wonen, gemachtigde: mr. H.W. van Yperen, tegen WIZZCONCEPT B.V. , gevestigd te 's-Gravenhage, verwerende partij in de provisionele vordering, eisende partij inde provisionele tegenvordering, hierna te noemen: Wizzconcept B.V., gemachtigde: mr. J. Roose, 1 De procedure 1.1. De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken: - de incidentele conclusie houdende provisionele vordering als bedoeld in artikel 223 Rv van Hof Wonen van 8 januari 2025; - de akte uitlating tevens houdende conclusie houdende provisionele tegenvordering als bedoeld in artikel 223 Rv van Wizzconcept van 15 januari 2025; - de akte vermeerdering van eis (provisionele vordering) van Hof Wonen van 3 april 2025; - de akte aanvullende producties van Wizzconcept van 3 april 2025; - de akte aanvullende producties van Hof Wonen van 3 april 2025; 1.2. Op 3 april 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden waarbij voor Wizzconcept is verschenen [naam 1], bijgestaan door mr. J. Roose. Voor Hof Wonen is verschenen [naam 2] (servicemanager), [naam 3] (accountmanager vastgoed) en [naam 4] (vastgoedbeheerder), bijgestaan door mr. H.W. van Yperen. Tijdens deze mondelinge behandeling is door de kantonrechter, met instemming van partijen, besloten de procedure van de provisionele vorderingen te schorsen tot de descente op 15 mei 2025. Ten slotte is vonnis bepaald. 1.3. Gelet op de samenhang van de provisionele vorderingen van zowel Hof Wonen als Wizzconcept en om proceseconomische redenen, heeft de kantonrechter besloten om in één vonnis te beslissen op zowel de provisionele vordering van Hof Wonen als de provisionele vordering van Wizzconcept. 2 De feiten 2.1. Sinds 1 augustus 2022 huurt Wizzconcept (door middel van een indeplaatsstellingsovereenkomst) van Hof Wonen de bedrijfsruimte aan het [adres] te ([postcode]) te Den Haag, blijkens de huurovereenkomst bestaande uit een gedeelte van de begane grond en de 40e tot en met 42e etage. De huurprijs bedraagt thans € 25.801,13 per maand. 2.2. Al eerder heeft tussen partijen een juridische procedure plaatsgevonden. Op 4 juli 2024 heeft de kantonrechter te Den Haag in een kort geding een mondelinge uitspraak gedaan en als volgt geoordeeld: ‘1.4 Ook de gevorderde huurachterstand tot en met juni 2024 zal worden afgewezen. De huur is in beginsel wel verschuldigd, maar zoals hiervoor overwogen wordt een beroep op verrekening dan wel huurprijsvermindering niet (volledig) uitgesloten waardoor vooruitlopen op de bodemprocedure met een toewijzend vonnis voor de huurachterstand nu nog niet gerechtvaardigd is. De hoogte van de achterstand wordt tot op heden nog proportioneel geacht in het licht van de gestelde kosten van de herstelwerkzaamheden. Dit bedrag zal als een reservering kunnen worden bevroren. 1.5 Daar staat echter tegenover dat de huur van juli 2024 en verder weer volledig betaald dienen te worden, omdat anders sprake dreigt te zijn van een wanverhouding tussen de inhouding en kosten voor herstel. Omdat de huur voor juli 2024 reeds opeisbaar is zal die maand worden toegewezen inclusief eventuele jaarlijkse indexeringen. Voor de maanden daarna zal geen toewijzend vonnis worden afgegeven, omdat die huur nog niet opeisbaar is en er – na de inhoudelijke behandeling in deze zaak – onvoldoende aanleiding is te veronderstellen dat Wizzconcept die verplichting niet zal nakomen.’ 3 Het incidentele geschil in de provisionele vordering van Hof Wonen 3.1. Hof Wonen heeft – na eiswijziging - bij wege van voorlopige voorziening gevorderd dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Wizzconcept wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 152.133,80, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldata van de termijnen tot de dag van algehele voldoening; betaling van een bedrag van € 25.801,13 per maand vanaf 1 april 2025 totdat in de hoofdzaak is beslist, te vermeerderen met de handelsrente vanaf de vervaldata van de termijnen tot de dag van algehele voldoening; de firma Trition toegang te verschaffen tot het gehuurde op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat zij niet voldoet aan deze veroordeling met een maximum van € 15.000,-; e firma Unica toegang te verschaffen tot het gehuurde op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat zij niet voldoet aan deze veroordeling met een maximum van € 15.000,-; 3.2. Hof Wonen heeft aan deze incidentele vorderingen ten grondslag gelegd dat uit het vonnis van de kortgedingrechter van 4 juli 2024 volgt dat Wizzconcept vanaf juli 2024 de huurbetalingen moest hervatten, nadat Wizzconcept een bedrag van € 129.245,56 aan huur mocht inhouden. Nu Wizzconcept vanaf oktober 2024 geen huur meer betaalt, vordert Hof Wonen betaling van de huurachterstand en betaling van de huur vanaf 1 april 2025 totdat in de hoofdzaak is beslist. Hof Wonen voert aan dat van haar niet kan worden verlangd de huurachterstand nog verder op te laten lopen nu Wizzconcept geen verhaal biedt voor een enorme huurachterstand. Hierom heeft zij een spoedeisend belang, aldus Hof Wonen. Aan haar vordering tot het verschaffen van toegang aan Trition legt Hof Wonen ten grondslag dat Wizzconcept het verschaffen van toegang aan Trition weigert en dat de procesorde erbij is gebaat als Trition voor de descente wel toegang tot het gehuurde krijgt, zodat zij goed geïnformeerd is tijdens de descente. Aan haar vordering tot het verschaffen van toegang aan Unica legt Hof Wonen ten grondslag dat Unica werkzaamheden dient te verrichten om haar jaarlijks af te geven onderhoudscertificaat te kunnen verstrekken en dat Wizzconcept het verschaffen van toegang weigert uit vrees voor het wegmaken van bewijsmateriaal dat zou aantonen dat de installatie gebrekkig is. 3.3. Wizzconcept verweert zich tegen betaling van de huur met een beroep op opschorting. Wizzconcept voert hiertoe aan dat zolang Hof Wonen geen huurgenot verschaft, zij de betaling van de huur opschort. Dat Hof Wonen geen huurgenot verschaft, blijkt volgens Wizzconcept uit de in de hoofdzaak gestelde gebreken. in de provisionele (tegen)vordering van Wizzconcept 3.4. Wizzconcept heeft bij wege van voorlopige voorziening gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: te bepalen dat de huurbetaling wordt opgeschort tot de datum waarop Wizzconcept in voldoende mate in stand wordt gesteld tot exploitatie van het gehuurde; te bepalen dat Hof Wonen binnen 72 uur na datum vonnis de camera’s in en rond gehuurde verwijdert en verwijderd houdt op straffe van de betaling van een dwangsom van € 1.000,00 per dag tot het moment dat de camera’s verwijderd zijn; te bepalen dat Hof Wonen vanaf heden niet ongevraagd het gehuurde betreedt, op straffe van de betaling van een dwangsom van € 1.000,00 per overtreding. 3.5. Wizzconcept legt hieraan ten grondslag dat er problemen zijn met de liften en het gebruik van de ontvangsthal. Door de camera’s wordt de privacy van de gasten geschonden. Tevens stelt Wizzconcept dat Hof Wonen regelmatig zonder toestemming en aankondiging het gehuurde betreedt. Wizzconcept voert ten slotte aan dat het gehuurde niet gebruikt kan worden door voornoemde omstandigheden, in combinatie met de aanwezige lekkages. 3.6. Hof Wonen verweert zich tegen de eerste vordering met de stelling dat opschorting en verrekening contractueel zijn uitgesloten.
Volledig
Verder betwist Hof Wonen het belang bij verwijdering van de camera’s, omdat door Wizzconcept wordt gesteld dat er geen exploitatie meer plaatsvindt. Ten aanzien van het ongevraagd betreden van het gehuurde betwist Hof Wonen dat zij regelmatig onaangekondigd het gehuurde betreedt, behoudens spoedeisend bezoek, bijvoorbeeld in het geval van dringende werkzaamheden. 3.7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Vooropgesteld wordt dat de voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv geldt voor de duur van dit geding en dat het incidenteel vonnis de rechter niet bindt bij het beslissen op de vordering in de hoofdzaak. De kantonrechter overweegt dat ingevolge artikel 223 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) iedere partij tijdens een aanhangig geding kan vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat de vordering moet samenhangen met de hoofdvordering. Daarvan is ten aanzien van zowel de provisionele vorderingen van Hof Wonen als de provisionele vorderingen van Wizzconcept sprake. De kantonrechter dient dan de vraag te beantwoorden of er sprake is van een zodanig spoedeisend belang dat van de eisende partij niet kan worden gevergd dat hij de afloop van de procedure in de hoofdzaak afwacht. in de provisionele vordering van Hof Wonen Betaling huurachterstand + huurbetaling vanaf 1 april 2025 4.2. Bij de beoordeling van een provisionele vordering moet in acht worden genomen dat bij een gevorderde voorlopige voorziening in de vorm van betaling van een geldsom, mede in verband met het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, toewijzing over het algemeen alleen gerechtvaardigd is, indien de vordering tot het beloop van het gevorderde voorschot al voldoende vaststaat dan wel op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld (zie onder meer Hof Den Haag 31 maart 2020 ECLI:NL:2020:1922). 4.3. Het door Wizzconcept gedane beroep op opschorting van de huurbetaling vanwege diverse gebreken aan het gehuurde, slaagt niet. Allereerst heeft de kantonrechter op 4 juli 2024 bepaald dat Wizzconcept vanaf juli 2024 de huurbetalingen moest hervatten. Voor zover Wizzconcept betoogt dat nadien opnieuw heftige lekkages hebben plaatsgevonden is de kantonrechter van oordeel dat het al dan niet bestaan van gebreken (die leiden tot lekkage) aan het gehuurde, op dit moment in het midden kan blijven. Opschorting is immers een verweermiddel dat wordt ingezet om de schuldeiser tot nakoming te bewegen. Bovendien leidt opschorting niet tot bevrijding, maar tot uitstel van nakoming. Door tot opschorting over te gaan heeft Wizzconcept Hof Wonen willen bewegen tot het herstellen van de door Wizzconcept gestelde gebreken. Echter, Wizzconcept heeft bij het herstel van de gebreken door Hof Wonen geen belang meer, nu zij het gehuurde (vrijwillig) heeft ontruimd. Dit betekent dat het verweer van Wizzconcept niet in de weg staat aan toewijzing van de vordering van Hof Wonen. In het ontruimen van het gehuurde, althans het staken van de exploitatie sinds oktober 2024, ligt het verhaalsrisico van Hof Wonen. Dat Wizzconcept hierdoor sinds oktober 2024 geen omzet meer genereert, maakt dat Hof Wonen een spoedeisend belang heeft bij haar vordering tot betaling van de huurachterstand en betaling van de lopende huur vanaf april 2025. Dit betekent dat Wizzconcept zal worden veroordeeld tot betaling van de huurachterstand van een bedrag van € 152.133,80 en vanaf april 2025 tot betaling van een bedrag van € 25.801,13 per maand, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente zoals in de beslissing vermeld. Toelating Trition en Unica 4.4. Ten aanzien van de vordering van Hof Wonen tot het veroordelen van Wizzconcept tot het verlenen van Trition en Unica is de kantonrechter van oordeel dat Hof Wonen hier inmiddels geen belang meer bij heeft. Tijdens de mondelinge behandeling is immers gebleken dat Wizzconcept het gehuurde heeft ontruimd. Hof Wonen kan hierdoor in beginsel vrij beschikken over het gehuurde en Wizzconcept kan zich hiertegen niet met recht verzetten. Verder is tijdens de descente gebleken dat Trition en Unica inmiddels toegang hadden gekregen tot het gehuurde. Dit onderdeel van de vordering zal dus worden afgewezen. Proceskosten 4.5. Wizzconcept is ten aanzien van de provisionele vordering van Hof Wonen grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Hof Wonen worden begroot op: - salaris gemachtigde € 1.630,00 (2 punten × € 815,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.765,00 in de provisionele (tegen)vordering van Wizzconcept Opschorting huurbetaling 4.6. Gelet op hetgeen overwogen in randnummer 4.3 van dit vonnis, wordt de vordering van Wizzconcept gericht op het opschorten van de huurbetaling afgewezen. Verwijdering camera’s & ongevraagd betreden van het gehuurde 4.7. De kantonrechter is van oordeel dat Wizzconcept geen belang meer heeft bij deze vorderingen nu tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat zij het gehuurde heeft ontruimd. Deze vorderingen van Wizzconcept zullen dan ook worden afgewezen. Proceskosten 4.8. De provisionele vorderingen van Wizzconcept zullen worden afgewezen. Wizzconcept wordt veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van Hof Wonen begroot op nihil, gelet op de nauwe samenhang met de provisionele vorderingen van Hof Wonen. in de hoofdzaak 4.9. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 5 De beslissing De kantonrechter in de provisionele vordering van Hof Wonen 5.1. veroordeelt Wizzconcept om aan Hof Wonen te betalen een bedrag van € 152.133,80, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf de vervaldata van de termijnen tot de dag van volledige betaling; 5.2. veroordeelt Wizzconcept om met ingang van 1 april 2025 voor de duur van de procedure in de hoofdzaak, aan Hof Wonen per maand te betalen een bedrag van € 25.801,13, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag van volledige betaling; 5.3. veroordeelt Wizzconcept in de proceskosten van € 1.765,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Wizzconcept niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.4. verklaart de veroordelingen onder 5.1, 5.2 en 5.3 uitvoerbaar bij voorraad; 5.5. wijst af het meer of anders gevorderde; in de provisionele (tegen)vordering van Wizzconcept 5.6. wijst de vorderingen af; 5.7. veroordeelt Wizzconcept in de kosten van het geding, aan de zijde van Hof Wonen begroot op nihil; In de hoofdzaak 5.8. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. B.C. Vink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2025.