Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2025-03-10
ECLI:NL:RBDHA:2025:27283
RECHTBANK den haag Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Den Haag Zaaknummer: 11005620 \ RP VERZ 24-50173 Beschikking van 10 maart 2025 van de kantonrechter inzake het verzoek ex artikel 96 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de zaak van 1 [verzoekende partij 1] , 2. [verzoekende partij 2] , beiden wonende te [woonplaats] ,verzoekende partijen, hierna samen te noemen: [verzoekers] c.s., gemachtigde: mr. L.G. de Rond, tegen 3. STICHTING CHRISTELIJK ONDERWIJS HAAGLANDEN (SCOH), het bevoegd gezag van [school] , gevestigd te Den Haag, hierna te noemen: [school] , medeverzoekster, gemachtigde: mr. M.W.A. Scholtes, 4. STICHTING KINDEROPVANG [kinderopvang] , gevestigd te [vestigingsplaats] , hierna te noemen: [kinderopvang] , medeverzoekster, gemachtigde: mr. F.C.M. Luiten. 1 De procedure 1.1. [verzoekers] c.s. hebben in overeenstemming met het procesreglement Project Wijkrechter een aanmeldformulier ingediend. Alle partijen hebben ingestemd met een procedure onder de naam “De Wijkrechter”. Op deze procedure is het Procesreglement Project Wijkrechter van toepassing. De procedure wordt gevoerd bij de kantonrechter. 1.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft met instemming van partijen op 23 mei 2024 bij [verzoekers] thuis plaatsgevonden. Na de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (STAB) opdracht gegeven om een geluidsmeting uit te voeren. De mondelinge behandeling is vervolgens op 10 februari 2025 voortgezet bij de rechtbank in Den Haag. Daarbij zijn alle partijen verschenen en hebben zij tijdens deze zitting hun standpunten toegelicht. Van beide zittingen zijn door de griffier aantekeningen gemaakt. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag en partijen hebben kenbaar gemaakt de mogelijkheid van hoger beroep te willen openhouden. 2 De feiten 2.1. [verzoekers] c.s. wonen sinds 2021 aan de [adres 1] (hierna: de woning). De woning is gelegen achter de eerstelijns bebouwing van de Prinsegracht en is toegankelijk via de toegangspoort in/onder het gebouw [adres 2] . De voordeur van de woning zit op de begane grond binnen het toegangshek van de Prinsegracht, maar buiten de begrenzing van het schoolplein. De woning zelf grenst aan het schoolplein van [school] . 2.2. [school] is gevestigd aan de [adres 3] en ligt tussen de bebouwing van de straten Prinsegracht, Buitenom en Oliënberg/Spijkermakersstraat. Het schoolplein van [school] ligt rondom het schoolgebouw aan de noord-, oost- en zuidkant. Het schoolplein is vanaf drie zijden toegankelijk: vanaf de Prinsegracht, vanaf de Buitenom via de Zeepziedershof en via de steeg tussen de Oliënberg/Spijkermakersstraat. Alle drie de toegangen zijn voorzien van een afsluitbaar toegangshek. 2.3. [kinderopvang] is gevestigd aan de [adres 4] op de begane grond. Zij maakt gebruik van een eigen afgescheiden deel van het schoolplein dat grenst aan het schoolgebouw. Daarnaast spelen de (oudere) kinderen ook op het schoolplein. Verder heeft [kinderopvang] een eigen buitenspeelruimte achter [adres 4] . Die buitenspeelruimte grenst eveneens aan het schoolplein. 2.4. De onder 2.1 tot en met 2.3 geschetste omstandigheden zien er op de kaart als volgt uit: Situering gebouwen [school] , [kinderopvang] en de woning (rood), schoolplein (blauw), speelplaats [kinderopvang] (groen), afsluitbare toegangshekken schoolplein (gele lijnen) en toegangsroutes naar het schoolplein en schoolgebouw (zwarte stippellijnen). 2.5. Het schoolplein is van 7.30 uur tot 18.00 uur toegankelijk en wordt tijdens schooltijd (8.30 en 15.00 uur) in de pauzes gebruikt door de kinderen van [school] . Van 15.00 uur tot 18.00 uur wordt het schoolplein gebruikt door de (oudere) kinderen van [kinderopvang] en door kinderen die in de buurt wonen. 2.6. STAB heeft op 28 november 2024 een rapport opgesteld met betrekking tot de gestelde geluidsoverlast. Daarin beschrijft zij dat er geluidmetingen zijn uitgevoerd op de gevels van en in de woning Gemeenten kunnen de regels voor geluid van scholen op hun grondgebied die in het tijdelijk deel van het omgevingsplan staan, aanpassen. Deze aangepaste regels komen dan in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Dat is bij de gemeente Den Haag op 1 mei 2024 ook gebeurd. Kort gezegd geldt dat het beschermingsniveau voor geluid van scholen en kinderopvang in het omgevingsplan van Den Haag gelijk is aan het beschermingsniveau uit het Activiteitenbesluit. Bij het bepalen van het geluid mag het voor het primair onderwijs het stemgeluid van kinderen op het schoolplein niet worden meegenomen. Dit geldt voor de periode vanaf een uur voor aanvang van het onderwijs tot een uur na beëindiging van het onderwijs. Bij een instelling voor kinderopvang mag het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt speelterrein ook niet worden meegenomen. Daarbij is geen tijdblok aangegeven. 4.3. Gedurende de dag (07:00 – 19:00 uur) gelden geluidnormen van 50 dB(A) voor het gemiddelde geluidniveau (langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; LAr,LT) en 70 dB(A) voor het maximale geluidniveau (LAmax). Deze geluidnormen gelden op de gevel van woningen. Voor het geluidniveau in woningen gelden alleen geluidnormen als de activiteit in- of aanpandig is. Dat is bij een schoolplein in beginsel niet het geval. Omdat het voetballen ook gepaard gaat met schieten van de bal tegen de muur van de woning en de stepjes worden gereden met harde wielen op een verharde bodem naast de woning, is er echter sprake van contactgeluid. Het geluid gaat dan immers via de constructie van de woning naar binnen. De kantonrechter volgt STAB dat het in die situatie wenselijk is om ook een beoordeling aan de normen voor in- en aanpandige situaties uit te voeren. Die normen zijn gedurende de dag 25 dB(A) voor het gemiddelde geluidniveau en 55 dB(A) voor het maximale geluidniveau. 4.4. De kantonrechter stelt voorop dat de wijze van uitvoering van het onderzoek van STAB door partijen niet is betwist. Aangenomen mag worden dat de deskundige het onderzoek heeft verricht naar de maatstaven en methoden die daarvoor onder zijn vakgenoten gangbaar zijn. Het rapport geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk, consistent en coherent. De vragen zijn volledig en duidelijk beantwoord. Daarom neemt de kantonrechter de conclusies van de deskundige, die hij overtuigend vindt, over en maakt die tot de zijne. Dit betekent dat niet is gebleken dat de geluidnormen uit het omgevingsplan van de gemeente Den Haag worden overschreden en er daarom geen objectieve grond is om de door [verzoekers] c.s. ervaren hinder als onrechtmatig te bestempelen. Hierbij overweegt de kantonrechter nog dat niet weersproken is dat de woning voorheen niet als woonhuis in gebruik was en [verzoekers] c.s. in de woning zijn gaan wonen, terwijl [school] en [kinderopvang] daar al gevestigd waren. Vanwege privéomstandigheden waren [verzoekers] c.s. een lange periode de hele dag thuis en zijn dat nu ook grotendeels nog. Als gevolg daarvan worden zij gedurende de hele dag continu geconfronteerd met de geluiden en is het invoelbaar dat dit als hinderlijk wordt ervaren. Die omstandigheid leidt echter nog niet tot onrechtmatigheid aan de zijde van [school] en/of [kinderopvang] . Dit kan hen immers niet worden aangerekend. 4.5. De kantonrechter merkt nog wel op dat uit het rapport blijkt dat ondanks dat aan de geluidnormen wordt voldaan de laagfrequent geluiden (dreungeluiden) als hinderlijk kunnen worden ervaren. Dit geldt met name als deze geluiden ook voelbare trillingen veroorzaken, zoals het schieten van ballen tegen de gevel en het steppen langs de gevel. Hoewel dit niet als onrechtmatig gekwalificeerd kan worden mag van [school] en [kinderopvang] , nu zij daarvan op de hoogte zijn, wel verwacht worden dat zij deze activiteiten tot een minimum beperken. [school] heeft na de mondelinge behandeling van 23 mei 2024 de mogelijkheid onderzocht om het voetbalveld te verplaatsen op het schoolplein. Hiervoor was al een ka