Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-10-09
ECLI:NL:RBDHA:2025:27263
Bestuursrecht; Belastingrecht
Mondelinge uitspraak
2,039 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2025:27263 text/xml public 2026-02-27T11:26:17 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-10-09 AWB - 23 _ 7820 Uitspraak Mondelinge uitspraak Proces-verbaal NL Den Haag Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026021706 V-N Vandaag 2026/315 FutD 2026-0320 NLF 2026/0365 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27263 text/html public 2026-02-16T08:37:50 2026-02-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:27263 Rechtbank Den Haag , 09-10-2025 / AWB - 23 _ 7820 Inkomstenbelasting voor het jaar 2018. Eiser heeft werkzaamheden verricht als "Short Term Consultant" Voor de Wereldbank. De rechtbank is van oordeel dat de genoten inkomsten van de Wereldbank zijn vrijgesteld als loon uit dienstbetrekking. De in aftrek gebrachte kosten komen daarom niet voor aftrek in aanmerking. Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 23/7820 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 oktober 2025 in de zaak tussen [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, en de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van verweerder van 11 oktober 2023 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2018 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en de daarbij in rekening gebrachte belastingrente. Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 september 2025. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn partner. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] en [naam 2] Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Eiser is op 1 januari 2011 onder de naam [bedrijf] een eenmanszaak gestart. [bedrijf] staat sinds 14 november 2019 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, met als omschrijving: ‘Adviesverlening, kenniscentrum en training centrum voor burgerlijke stand en identiteit’. 2. Eiser heeft op 21 januari 2016 een overeenkomst gesloten met de Wereldbank om werkzaamheden te verrichten als “Short Term Consultant”. De Wereldbank is een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties. 4. In de jaren 2016 tot en met 2018 heeft eiser werkzaamheden verricht voor de Wereldbank, waarvoor hij vergoedingen heeft ontvangen van € 88.045 (2016), € 100.822 (2017) en € 17.861 (2018). In 2017 heeft eiser eenmalig een opdracht verricht voor de Europese Unie, waarvoor een kostenvergoeding van € 244,60 is ontvangen in 2018. 5. Op 30 oktober 2020 heeft eiser een herziene aangifte IB/PVV 2018 (de aangifte) ingediend. In de aangifte is een verzamelinkomen opgenomen van € 20.927, bestaande uit binnenlands inkomen uit vroegere dienstbetrekking van € 23.177, buitenlands inkomen uit vroegere dienstbetrekking van € 11.416, een negatief bedrag aan winst uit onderneming van € 5.873 en een persoonsgeboden aftrek van € 7.793. Daarnaast is een vrijgesteld inkomen Functionaris Internationale Organisatie van € 18.107 aangegeven. 6. Verweerder heeft eiser per brief van 17 november 2022 geïnformeerd over zijn voornemen om van de aangifte af te wijken en wel door de persoonsgebonden aftrek te corrigeren naar € 7.455 en het bedrag aan winst uit onderneming naar € 0. 7. De definitieve aanslag IB/PVV 2018 (de aanslag) is overeenkomstig de aangekondigde correcties, met dagtekening 8 december 2022, opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning (box 1) van € 27.138 (tevens het verzamelinkomen). Hierbij is uitgegaan van een vrijgesteld inkomen Functionaris Internationale Organisatie van € 18.107. Geschil 8. In geschil is of het aangegeven verlies van € 5.873 als winst uit onderneming terecht is geweigerd. 9. Eiser stelt dat het inkomen ontvangen van de Wereldbank van € 18.107 weliswaar is vrijgesteld van belastingheffing op grond van het besluit Positie short term consultants bij de Wereldbank (het Besluit), maar dat niettemin sprake is van een onderneming, zodat de kosten die daarmee gemoeid zijn voor aftrek in aanmerking komen. De correctie winst uit onderneming is daarom ten onrechte, aldus eiser. 10. Verweerder heeft de stellingen van eiser gemotiveerd weersproken. Beoordeling 11. Van een bron van inkomen is sprake als wordt deelgenomen aan het economische verkeer met het doel om voordelen te behalen en het behalen van dat voordeel redelijkerwijs kan worden verwacht. De vraag of in enig jaar sprake is van een objectieve voordeelsverwachting moet in beginsel worden beantwoord op basis van feiten en omstandigheden van dat jaar maar feiten en omstandigheden van andere jaren kunnen licht werpen op het antwoord op de vraag of in het betreffende jaar sprake is van een objectieve voordeelsverwachting en mogen daarom mede in aanmerking worden genomen. 12. Nu eiser een negatief resultaat in aanmerking wil nemen, brengt een redelijke verdeling van de bewijslast mee dat eiser feiten en omstandigheden dient te stellen en bij betwisting aannemelijk dient te maken op grond waarvan kan worden geoordeeld dat het door eiser beoogde voordeel ook redelijkerwijs kon worden verwacht. 13. De rechtbank stelt voorop dat in het Besluit is goedgekeurd dat short term consultants van de Wereldbank kunnen worden beschouwd als functionarissen van een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties, die vrijstelling genieten van belasting op salarissen en emolumenten. Op basis van het Besluit zijn de door eiser genoten inkomsten van de Wereldbank aldus vrijgesteld als loon uit dienstbetrekking. Naar het oordeel van de rechtbank brengt dit mee dat de met die inkomsten gemoeide (in aftrek gebrachte) kosten niet voor aftrek in aanmerking komen. 14. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat naast zijn werkzaamheden voor de Wereldbank sprake is van een bron van inkomen. Eiser heeft in de jaren 2016 tot en met 2018 namelijk niet tot nauwelijks andere werkzaamheden verricht dan die voor de Wereldbank en vanaf het jaar 2015 zijn enkel negatieve resultaten als winst uit onderneming in de aangiften IB/PVV opgenomen. Dit betekent dat in 2018 geen sprake is geweest van ondernemerschap in de zin van de wet IB 2001 en dat verweerder het negatieve resultaat van € 5.873 daarom terecht niet in aanmerking heeft genomen bij de vaststelling van het box 1-inkomen. Hetgeen eiser overigens nog heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep is in zoverre ongegrond. 15. Tegen de in rekening gebrachte belastingrente zijn geen afzonderlijke gronden ingediend. Dat in strijd met enige regel van geschreven of ongeschreven recht belastingrente in rekening is gebracht, is gesteld noch gebleken. 16. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard. 17. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De rechtbank wijst het verzoek van eiser om een schadeloosstelling van maximaal € 10.000 af. Voor een schadeclaim dient eiser zich tot de burgerlijke rechter te wenden. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.G. Scholten, rechter, in aanwezigheid van mr. M.D. Plukaard, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2025. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht). Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen: 1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd; 2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend. Verder vermeldt u ten minste het volgende: a. de naam en het adres van de indiener; b. de datum van verzending; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep). Besluit van de staatssecretaris van Financiën van 20 september 1999, Positie short term consultants bij de Wereldbank, nr. IFZ99/1044.