Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2025-11-18
ECLI:NL:RBDHA:2025:27193
uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.36548 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. L. Sinoo), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. M.M. van Duren). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. Zij heeft op 13 juli 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 1 augustus 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. 1.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 24 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, B. Diani als tolk en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. 3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het asielrelaas 4. Eiseres stelt dat zij de Venezolaanse nationaliteit heeft en dat zij is geboren op [geboortedatum] 1983. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij Venezuela is ontvlucht vanwege aanhoudende intimidatie, bedreiging en afpersing door lokale autoriteiten die betrokken waren bij het beheer van het winkelcentrum waarin haar winkel was gevestigd. Zij vreest in het bijzonder voor ambtenaren zoals de heer [A] , die haar onder druk hebben gezet, mishandeld en haar winkel onrechtmatig hebben ingenomen. Eiseres heeft op 17 oktober 2022 aangifte gedaan van een inval in haar winkel, is na de aangifte meerdere keren bedreigd en voelde zich op het politiebureau geïntimideerd. Op 10 december 2022 heeft een incident plaatsgevonden, waarbij twee witte Hylux-voertuigen probeerden om de weg waar eiseres liep te blokkeren. Volgens eiseres waren dit de autoriteiten en was dit een poging tot ontvoering. Eiseres vreest dat zij als “vijand van het vaderland” wordt beschouwd. Op 27 december 2022 is eiseres uit Venezuela vertrokken. Zij is ervan overtuigd dat zij, als zij moet terugkeren, bij aanhouding zal worden overgedragen aan de inlichtingendienst Sebin en dat zij haar zullen doden. Het bestreden besluit 5. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: Identiteit, nationaliteit en herkomst; het confisqueren van de winkel van eiseres en de daaruit voortvloeiende problemen. 6. De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. De enkele omstandigheid dat eiseres uit Venezuela komt, is echter onvoldoende om aan te nemen dat zij bij terugkeer een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade. 7. De minister acht het confisqueren van de winkel van eiseres en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig. Eiseres heeft haar verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten die dit asielmotief volledig onderbouwen. Volgens de minister is dit asielmotief niet alsnog aannemelijk, omdat haar verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen ingevolge artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De minister betrekt hierbij dat: eiseres zonder problemen legaal uit Venezuela heeft kunnen reizen, terwijl zij stelt door de autoriteiten te worden gezocht; eiseres via de autoriteiten een officieel paspoort heeft gekregen, terwijl zij stelt door de autoriteiten te worden gezocht; het op aannames berust dat de Hylux-voertuigen en inzittenden van de autoriteiten naar eiseres op zoek waren; het verblijf van eiseres na het incident met de Hylux-voertuigen ongerijmd is; eiseres tegenstrijdig verklaart over haar kennis van het feit dat zij asiel kon aanvragen; bijlagen 4 t/m In het bestreden besluit is over de aangifte onder andere opgemerkt dat het een fotokopie betreft en dat eiseres heeft verklaard dat de handtekening niet van haar is en dat zij niet weet of de aangifte formeel is opgenomen. Het document mist daardoor voldoende waarborgen van echtheid en betrouwbaarheid. De minister heeft in de beoordeling van de kopie van de aangifte kunnen betrekken dat eiseres weliswaar aangifte heeft gedaan, maar dat de aangifte ook is opgesteld naar aanleiding van hetgeen eiseres bij de politie heeft verklaard. De minister heeft dan ook een beperkte waarde aan de kopie van de aangifte kunnen toekennen. Verder kan de rechtbank het standpunt van de minister volgen dat eiseres haar verklaring, dat zij is geïntimideerd en onder druk stond op het politiebureau, onvoldoende heeft onderbouwd met concrete en verifieerbare gegevens. Anders dan eiseres stelt, is in het bestreden besluit duidelijk vermeld welke gegevens zij had kunnen overleggen zoals verklaringen van haar advocaat of van andere aanwezigen, of andere contextuele aanwijzingen. De rechtbank ziet geen aanleiding om eiseres – zoals zij ter zitting heeft verzocht – in de gelegenheid te stellen om alsnog een verklaring van haar advocate op te vragen. Uit het bestreden besluit bleek immers al dat de minister tegenwerpt dat er onvoldoende steunbewijs is, waardoor het voor rekening en risico van eiseres komt dat zij niet eerder een verklaring heeft opgevraagd. Ook is gesteld noch gebleken dat eiseres niet in staat was of gelegenheid had om op een eerder moment een verklaring op te vragen. Ook volgt de rechtbank eiseres niet in haar betoog op de zitting dat de minister de fotokopie had moeten voorleggen aan Bureau Documenten. Eiseres heeft daarbij gewezen op par. 9.3 van de Vakbijlage van Bureau Documenten, waaruit blijkt dat ook kopieën kunnen worden onderzocht, en dat op basis van technische of tactische elementen soms wel een oordeel kan worden gegeven. Uit die passage blijkt echter ook dat aan (gewaarmerkte) kopieën slechts beperkt onderzoek uitgevoerd kan worden. Bovendien geeft ook een originele aangifte enkel het verhaal van eiseres weer en laat dit onverlet dat eiseres geen steunbewijs heeft overgelegd. De beroepsgrond slaagt niet. 1. ECLI:NL:RVS:2019:433, r.o. 2.1. 2 Uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats van 10 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10057 r.o. 7.1-7.3. Incident met de Hylux-voertuigen: waarnemingen en verblijf daarna 12. Eiseres voert dat het een feit van algemene bekendheid is dat de witte Hylux-voertuigen die zij heeft beschreven doorgaans door de Venezolaanse autoriteiten worden gebruikt. Verder zijn haar verklaringen (dat zij een gedeelte van het wapen dat doorgaans door de autoriteiten wordt gebruikt, en de zwarte broek en hoge laarzen die vaak door overheidsfunctionarissen worden gedragen, heeft waargenomen) niet volledig weergegeven in het bestreden besluit. Volgens eiseres blijkt uit het voorgaande wel degelijk dat de autoriteiten in de Hylux-voertuigen zaten. Verder werpt de minister haar ten onrechte tegen dat zij na het incident op 10 december 2022 nog enige tijd in Venezuela heeft verbleven. Eiseres heeft in de zienswijze uiteengezet dat zij geen hulp kon zoeken, geen familie heeft en haar vriendin niet in gevaar wilde brengen. Hier is in het bestreden besluit niet op ingegaan. 13. De rechtbank overweegt als volgt. Ook als de omschrijving van eiseres van de Hylux-voertuigen zou worden gevolgd en dat dit dus voertuigen van de autoriteiten zijn, dan heeft de minister kunnen tegenwerpen dat de stelling van eiseres dat de autoriteiten naar haar op zoek waren, op aannames berust en niet is onderbouwd met concrete of verifieerbare kenmerken. 14. Eiseres heeft namelijk verklaard dat het haar “logisch leek” dat ze haar zochten (NG, p. 17). Ook heeft de minister het ongerijmd kunnen vinden dat eiseres heef verklaard dat het incident op 10 december 2022 de directe aanleiding was om te vluchten, maar dat zij De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat eiseres geen goede redenen heeft aangevoerd voor het niet zo spoedig mogelijk indienen van haar asielaanvraag. De minister heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiseres pas na zeven maanden asiel heeft aangevraagd terwijl zij wist dat zij twee à drie maanden visumvrij in Nederland kon verblijven. Eiseres heeft ook pas nadat zij door de politie voor de keuze is gesteld om het land te verlaten of asiel aan te vragen, besloten om asiel aan te vragen. Eiseres was dus op de hoogte van haar illegale verblijf en had in ieder geval na verloop van de visumvrije termijn asiel kunnen vragen. Van iemand die stelt dat sprake is van een acute vrees voor vervolging of ernstige schade in het land van herkomst, mag worden verwacht dat diegene direct of zo spoedig mogelijk na binnenkomst om bescherming verzoekt. De verklaring van eiseres dat zij wilde afwachten of de situatie in Venezuela zou verbeteren, vormt geen toereikende reden. Voor zover eiseres stelt dat de mantelzorg voor haar Nederlandse partner betrokken had moeten worden, volgt de rechtbank dit niet. Dit biedt immers geen verklaring voor het niet tijdig indienen van de asielaanvraag. Bovendien kan de rechtbank het standpunt van de minister volgen dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over haar kennis omtrent de mogelijkheid om asiel aan te vragen. Eiseres heeft enerzijds verklaard dat zij niet wist dat zij asiel kon aanvragen in Nederland, maar anderzijds heeft zij ook verklaard dat zij van plan was om in Spanje asiel aan te vragen, maar dat haar vriend dit niet kon verwerken (NG, p. 19). De minister heeft kunnen tegenwerpen dat uit die laatste verklaring blijkt dat eiseres wel op de hoogte was van de asielprocedure in Europa, en dat van haar verwacht mag worden dat zij bij aankomst in Nederland actief informeert over bescherming. Eiseres heeft ook verklaard dat haar advocate in Venezuela haar in februari 2023 heeft aangeraden om asiel aan te vragen in Nederland of elders (NG, p. 11) en dat zij bang was om asiel aan te vragen, en niet wist hoe het moest (NG, p. 12). Deze verklaringen duiden er ook op dat eiseres wél op de hoogte was van het feit dat zij asiel kon aanvragen. De minister heeft aan eiseres dan ook kunnen tegenwerpen dat zij dit niet heeft gedaan. De beroepsgrond slaagt niet. Politiek actieve familie 19. Eiseres voert aan dat zij in de gehoren en in de zienswijze de aandacht heeft gevestigd op het feit dat zij behoort tot een politiek actieve familie die tot vijand van het vaderland is bestempeld. Hier is ten onrechte niet op ingegaan in het voornemen. Verder is in het bestreden besluit miskend dat de problemen zich in 2022 nog niet voordeden, waardoor zij toen zonder problemen Venezuela kon in- en uitreizen. 20. De rechtbank overweegt als volgt. Eiseres heeft in het aanmeldgehoor verklaard dat haar familie als “vijand van het vaderland” wordt gezien (p. 9). In het nader gehoor heeft zij dit echter alleen toegepast op haar eigen verzet tegen de inname van haar winkel (p. 22). Eiseres heeft toen ook verklaard dat zij nooit persoonlijke problemen heeft gevonden vanwege haar politieke overtuiging en nooit lid is geweest van een politieke partij of groepering (p. 14 en 23). Eiseres heeft ook verklaard dat zij niet is gevlucht om de ontvoering van haar vader in 2002, maar vanwege haar winkel (NG, p. 15). De minister heeft zich in het bestreden besluit terecht op het standpunt gesteld dat eiseres haar politiek actieve familie niet als zelfstandig asielmotief heeft aangevoerd noch dat zij dat in het nader gehoor of in haar aanvullende verklaringen heeft onderbouwd. Bovendien heeft de minister kunnen tegenwerpen dat eiseres heeft verklaard dat de ontvoering van haar vader plaatsvond rond 2002, en dat zij in 2021 en 2022 meerdere maanden in Europa heeft verbleven en vervolgens op 20 januari 2022 zonder problemen is teruggekeerd naar Venezuela. Daaruit blijkt niet dat eiseres destijds in de negatieve belangstelling