Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2025-11-14
ECLI:NL:RBDHA:2025:27182
Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/692617 / KG ZA 25-989 Vonnis in kort geding van 14 november 2025 in de zaak van de vereniging naar Italiaans recht FEDERAZIONE ORNICOLTORI ITALIANI – ENTE DEL TERZO SETTORE (FOI-ETS) te Piacenza, Italië, de vereniging naar Italiaans recht C.O.M. ITALIA , te Piacenza, Italië, eiseressen, advocaat mr. L.F.B.M. Peeters te Vught, tegen: de vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid CONFEDERATION ORNITHOLOGIQUE (C.O.M.) te Den Haag, gedaagde, advocaat mr. S. Yntema en mr. O.J. Hennis te Amsterdam. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de FOI’, ‘de COM Italië’ en ‘de COM’. Eiseressen zullen hierna gezamenlijk ‘de FOI c.s.’ worden genoemd. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 7 oktober 2025 met producties 1 tot en met 24; - de van de zijde van de COM overgelegde producties 1 tot en met 16; - de op 24 oktober 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij van de zijde van de COM pleitnotities zijn overgelegd. 1.2. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag. 2 De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. De COM 2.1. De COM is een vereniging (met schriftelijke statuten) naar Nederlands recht, opgericht op 14 juli 1973, met haar statutaire zetel in Den Haag. De COM houdt zich bezig met activiteiten op het gebied van vogelkunde (ornithologie) wereldwijd. Het ledenbestand van de COM wordt gevormd door nationale federaties van ornithologische verenigingen uit meer dan vijftig landen. Op grond van artikel 7 van de statuten van de COM kan elk aangesloten land door maximaal één nationale entiteit binnen de COM worden vertegenwoordigd. 2.2. De COM kent verschillende organen, waaronder het dagelijks bestuur (Comité Directeur, hierna: het COM-bestuur). Het COM-bestuur telt zeven leden en wordt voorgezeten door de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ). Het COM-bestuur wordt bijgestaan door een uitvoerend comité van de OMJ (Ordre Mondial des Juges) (hierna: C.E./OMJ). De statuten kennen een algemene ledenvergadering (hierna: het Congres). 2.3. Jaarlijks coördineert de COM de organisatie van wereldkampioenschappen ornithologie op het zuidelijk en het noordelijk halfrond. Het wereldkampioenschap op het noordelijk halfrond gaat gepaard met een Congres. Door het jaar heen organiseren de lidstaten van de COM verder allerlei nationale en internationale ornithologische tentoonstellingen, waarvan een deel onder de vlag van de COM plaatsvindt. 2.4. De statuten van de COM bevatten, voor zover in deze procedure van belang, de volgende bepalingen (de statuten zijn in het Frans opgesteld, vanwege de leesbaarheid volgt hier de Nederlandse vertaling die is overgelegd): “ARTIKEL 10 Ontslag Uitsluiting van een lidstaat Elk lidstaat heeft het recht om op elk moment uit de C.O.M. te treden. Het kan ook worden uitgesloten in de volgende gevallen: - weigering om zich te houden aan de bepalingen van deze statuten of aan die van het reglement of de statutaire besluiten van het congres; - notoir onwaardig gedrag, fraude of ernstige fouten van zijn vertegenwoordiger(s), bij gebrek aan afkeuring door de leidinggevende instanties van het lidstaat; - indien het voortduren van zijn lidstaat of zijn gedrag de belangen van de C.O.M. kan schaden; - indien hij schriftelijke kritiek op de C.O.M. en/of de O.M.J. heeft verspreid. (…) ARTIKEL 21 Het statutaire congres Het komt eenmaal per jaar bijeen in het land dat het wereldkampioenschap (“Mondial”) van het noordelijk halfrond organiseert. (…) Het statutaire congres heeft de meest uitgebreide bevoegdheden; zijn beslissingen zijn bindend voor alle leden, ongeacht of zij aanwezig zijn of niet. Het statutaire congres en, in voorkomend geval, het buitengewone congres beraadslagen geldig over de punten die op de agenda staan, ongeacht het aantal vertegenwoordigde lidstaten. Besluiten worden alleen aangenomen met absolute meerderheid v In geen geval wordt het naast elkaar bestaan van twee vertegenwoordigers voor één land toegestaan. (…) ARTIKEL 7 De uitsluiting van een lidstaat wordt door het Directiecomité van de C.O.M. uitgesproken met een meerderheid van 2/3, d.w.z. vijf (5) leden. Het lidland wordt per aangetekende brief met ontvangstbevestiging uitgenodigd om zijn verdediging voor te leggen aan het statutaire congres. Indien het congres de uitsluiting bevestigt, verliest het betrokken lidstaat al zijn rechten en eventuele voordelen (zie artikel 6 van dit reglement). Indien de nationale entiteit die de C.O.M. vertegenwoordigt, wordt uitgesloten, wordt haar deze vertegenwoordiging ambtshalve ontnomen, met alle gevolgen van dien. (…) ARTIKEL 11 Nieuwe commissies of andere structuren kunnen door het C.O.M. worden opgericht, onder voorbehoud van ratificatie door het statutaire congres. (…) ARTIKEL 26 Het statutaire congres van de C.O.M. bestaat uit twee delen: een technisch deel (OMJ) en een administratief deel. (…) De volgende punten worden ambtshalve opgenomen in de agenda van het administratieve gedeelte van het statutaire congres van de C.O.M.: (…) Organisatie van de volgende wereldkampioenschappen (plaats en data); Kandidatuur(en) voor de volgende wereldkampioenschappen; Bekrachtiging van de administratieve en/of technische beslissing(en); Vragen van nationale entiteiten overeenkomstig de bepalingen van artikel 27 hieronder. ARTIKEL 27 Lidstaten die punten willen voorstellen voor de agenda van de C.O.M.- en O.M.J.-congressen, moeten deze vóór 30 juni voorafgaand aan de datum van het congres (datum van de poststempel) per aangetekende brief versturen naar het adres vermeld in de “Nieuws”; een kopie van de brief wordt naar de secretaris-generaal gestuurd.” 2.6. In het huishoudelijk reglement O.M.J. is in artikel 1 het volgende bepaald: “Een nationale rechter die als zodanig erkend is door een lidstaat van de C.O.M. kan, na een periode van ten minste vijf (5) volledige jaren ononderbroken effectieve en praktijkervaring, kandidaat zijn en examens afleggen om deskundig rechter van de O.M.J. te worden. De inschrijving moet gebeuren via de C.O.M. of de nationale entiteit van het land van de kandidaat-rechter en volgens de geldende richtlijnen en voorschriften van de O.M.J. (30 juni van het lopende jaar). (…)” COM Italië 2.7. De COM Italië is een vereniging naar Italiaans recht, die zich volgens artikel 6 van haar statuten richt op de vertegenwoordiging van de belangen van Italiaanse organisaties en verbanden bij de COM en fungeert als tussenpersoon tussen de COM en de Italiaanse ornithologie. Op dit moment zijn de volgende vier organisaties lid van de COM Italië: i) de FOI, ii) de Federazione Colombofila Italiana, iii) de Federazione Italiana Allevatori Colombi, en iv) de Federationze Italiana Associazioni Avicole. De FOI 2.8. De FOI is een vereniging naar Italiaans recht die zich onder meer bezig houdt met de bevordering van de liefde voor en de kennis van vogels en hun leefomgeving en de verspreiding van systemen voor het correct fokken van vogels voor sier- en tentoonstellingsdoeleinden. Binnen de FOI zijn Italiaanse ornithologische verenigingen verenigd. De FOI is vanuit Italië al decennia betrokken bij de activiteiten van de COM. De FOI heeft in de loop der jaren – in afwisseling met andere aangesloten landen – ten behoeve van de COM verschillende wereldkampioenschappen op het noordelijk halfrond georganiseerd in Italië. De FOI heeft een dagelijks bestuur en een ledenvergadering. 2.9. Onderdeel van de FOI is de Italiaanse orde van Keurmeesters (hierna: de Italiaanse Orde). De Italiaanse Orde is de tegenhanger van de OMJ op Italiaans (nationaal) niveau. Contacten tussen de COM en COM Italië over onder meer aansluiting van de FAI en de organisatie van het wereldkampioenschap 2027 2.10. Op 23 augustus 2024 heeft de heer [naam 2] , in hoedanigheid van tijdelijk voorzitter van de Italiaanse vereniging Federazione Allevatori Italinani (hierna: de FAI) de COM I De COM Italië heeft [naam 2] daarop laten weten dat er op 30 september 2024 weldegelijk is gereageerd op het verzoek om toelating. 2.16. Op 1 mei 2025 hebben de FOI en de COM Italië bij de COM een arbitrageverzoek ingediend op grond van artikel 22 van de statuten van de COM. Het verzoek bevat een zestal punten die de FOI en COM Italië in arbitrage beslecht willen zien: 2.17. Op 28 juli 2025 heeft de COM de COM Italië bericht over de organisatie van het wereldkampioenschap 2027. Het COM-bestuur heeft de COM Italië bericht dat het verzoek om van de COM Italië om de COM-wereldkampioenschappen 2027 in Italië te organiseren, niet kan aanvaarden. In de brief zijn onder meer de volgende omstandigheden genoemd: de COM heeft tot op heden geen verdere informatie ontvangen, zelfs geen indicatie van de gaststad, het voorlopige tijdschema, informatie over de hallen, informatie over de noodzakelijke procedures om de toepasselijke veterinaire voorwaarden te controleren en de contacten en stappen die zijn ondernomen bij de veterinaire autoriteiten van het land om de COM in staat te stellen de deelname van de lidstaten correct te plannen; het wk in 2022 dat gepland was in Piacenza was minder dan 24 uur voor aanvang van het internationale transport door de FOI geannuleerd, waarbij tot op heden geen plausibele uitleg is gegeven; er is geen contract of bestek ondertekend door de COM en de COM-Italië of de bij de FOI aangesloten federatie; het CD COM heeft geen nieuws over het gedane verzoek om de FOI-reglementen aan te passen, die op dit moment afwijken van die van de COM met betrekking tot COM-evenementen in Italië; de FOI heeft vorig jaar, via haar voorzitter, geprobeerd om de internationale evenementen die gepland waren voor het seizoen 2024 te annuleren, de deelname van deze OMJ-juryleden aan het Algemeen Congres van Santa Maria de Feira 2024 te annuleren en te verklaren dat het Italiaanse transport naar het Wereldkampioenschap 2025 niet zou worden georganiseerd; uitbraken van vogelgriep in Noord-Italië duren voort en er mag geen risico genomen worden om lidstaten op te roepen deel te nemen aan een evenement als een COM-wereldkampioenschap, als deze is georganiseerd door instellingen die geen vertrouwen en respect hebben voor de bestuursorganen van de COM en ook geen interesse en ook geen competentie lijken te hebben om te toepasselijke sanitaire en veterinaire voorwaarden goed te bestuderen en de relaties met de Italiaanse overheidsinstellingen goed te beheren om de organisatie van het evenement mogelijk te maken. 2.18. Op 29 juli 2025 heeft de COM de COM Italië bericht dat de COM de directe aansluiting van de FAI bij de COM op 16 november 2024 heeft aanvaard. De COM heeft daarbij zorgen geuit omdat de COM Italië de FAI niet heeft aanvaard als lid. De COM heeft daarbij opgemerkt dat het recent de gewijzigde statuten van COM Italië grondig heeft bestudeerd, met name de artikelen over toelating van nieuwe leden en met het oog op de bestaande voorschriften in de statuten en het huishoudelijk reglement. De COM Italië is daarbij bericht dat de huidige statuten niet in overeenstemming zijn met het huishoudelijk reglement van de COM, met name artikel 7. De COM heeft de COM Italië bericht dat deze moet instemmen met toelating van de FAI als lid van COM Italië en de deelname van haar individuele leden, fokkers, verenigingen en keurmeesters. Daarbij is bericht dat deze aanvaarding voor 30 september 2025 moet zijn beslist en geconcretiseerd. Het uitblijven van een aanvaarding wordt uitgelegd als een niet-aanvaarding van het besluit en een niet-naleving van het reglement en de statuten van de COM, en dus als een belemmering voor de voortzetting van de huidige COM Italië als nationale COM-entiteit die Italië vertegenwoordigt in de COM. 2.19. Bij brief van 26 augustus 2025 heeft het COM-bestuur aan de advocaat van de FOI en COM Italië bericht dat artikel 22 van de statuten van de COM niet is bedoeld om individuele leden of derden de mogelijkheid te bieden Eisers vorderen – zakelijk weergegeven – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: de COM te veroordelen tot medewerking aan de arbitrageprocedure van artikel 22 van haar statuten en de COM te verplichten: 1) haar arbiter binnen 10 werkdagen na dagtekening van dit vonnis aan te wijzen, 2) haar dossier binnen 20 werkdagen na dagtekening van dit vonnis aan te leveren bij de arbiters, 3) te bewerkstelligen dat de arbiters uiterlijk op dinsdag 23 december 2025 hun uitspraak doen, en 4) de COM te verplichten de uitspraak van de arbitragecommissie te delen met haar ledenvergadering zodra deze beschikbaar is, en in ieder geval uiterlijk op 23 december 2025; de COM te veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare en niet voor matiging vatbare dwangsom van € 50.000,- voor elke dag of dagdeel dat het met aanwijzing van een arbiter en/of met aanlevering van haar dossier conform dit vonnis in gebreke blijft; de COM te veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare en niet voor matiging vatbare dwangsom van € 10.000,- voor elke dag of dagdeel vanaf 24 december 2025 tot aan de dag dat de COM de uitspraak van de arbitragecommissie deelt met haar ledenvergadering; de COM te verbieden de COMITALIA te erkennen als nationale entiteit vanuit Italië, dan wel het besluit tot erkenning van de COMITALIA per direct te schorsen en de COM te gebieden het besluit tot erkenning van de COMITALIA binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis in te trekken; de COM te verbieden de FAI te erkennen als één van haar leden, dan wel het besluit tot erkenning van de FAI te schorsen en de COM te gebieden het besluit tot erkenning van de FAI binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis in te trekken; de COM te verbieden de COM Italië uit te sluiten als Italiaanse nationale entiteit, dan wel het besluit tot uitsluiting van de COM Italië te schorsen en de COM te gebieden het besluit tot uitsluiting in te trekken binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis; te bepalen dat de hiervoor onder iv) tot en met vi) gevorderde verboden/geboden in ieder geval gelden totdat definitief is beslist in de arbitrageprocedure of – indien de arbitrageprocedure niet van toepassing is – de Ledenvergadering over deze kwestie heeft beslist, en ten slotte te bepalen dat de verboden voortduren tot de ledenvergadering van 2028 indien de arbitrageprocedure of de Ledenvergadering beslist in het voordeel van de COM Italië en de FOI; de COM te gebieden de erkenning van de heer [naam 3] als jurylid namens de OMJ in te trekken; de COM te verbieden juryleden die niet door de FOI worden erkend, tot het examen van de OMJ toe te laten en/of als officiële juryleden van de OMJ te erkennen, daarbij te bepalen dat deze verboden in ieder geval gelden totdat definitief is beslist in de arbitrageprocedure of – indien de arbitrageprocedure niet van toepassing is – de Ledenvergadering over deze kwestie heeft beslist, en tot slotte te bepalen dat de verboden voortduren tot de ledenvergadering van 2028 indien de arbitrageprocedure of de Ledenvergadering beslist in het voordeel van de COM Italië en de FOI; de COM te verbieden het wereldkampioenschap voor het noordelijk halfrond in 2027 toe te kennen aan een andere lidstaat dan Italië; de COM te veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare en niet voor matiging vatbare dwangsom van € 25.000,- voor elke dag of dagdeel waarop het handelt in strijd met één of meerdere van de verboden of geboden als geëist onder de randnummers iv) tot en met x); en de COM te veroordelen in de kosten van dit geding, inclusief nakosten, te voldoen binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis, en – voor het geval de voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf de bedoelde termijn voor voldoening. 3.2. Daartoe voeren eisers – samengevat – het volgende aan. Op grond van artikel 22 van de statuten van de COM geldt dat geschille ingediende vorderingen niet-arbitrabel zijn in de zin van artikel 1020 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). 4.5. Anders dan de COM heeft bepleit is de voorzieningenrechter van oordeel dat artikel 22 van de statuten niet uitsluitend aan de COM de bevoegdheid toekent om een geschil met een lidstaat aan een arbitragecommissie voor te leggen. In genoemd artikel wordt in algemene zin bepaald dat geschillen tussen het Directiecomité van de COM (het COM-bestuur) en een van de “ bovengenoemde partijen” worden voorgelegd aan een arbitragecommissie. Nu lidstaten in artikel 22 als dergelijke partijen zijn omschreven, moet het ervoor worden gehouden dat ook de COM Italië – als aangesloten lidstaat – deze bevoegdheid heeft. Dat in het vervolg van het artikel over de wijze van benoemen van arbiters alleen wordt uitgegaan van de situatie dat een lidstaat zijn medewerking niet verleent aan het benoemen van een arbiter, en dat er geen woorden zijn gewijd aan de situatie dat het COM-bestuur zijn medewerking onthoudt, betekent niet dat daarom aangenomen moet worden dat sprake is van een asymmetrische arbitrageovereenkomst. In algemene zin is bepaald dat geschillen tussen de partijen aan een arbitragecommissie voorgelegd moeten worden, zodat voorshands aangenomen wordt dat ook een lidstaat het initiatief daartoe kan nemen. 4.6. Artikel 1027 Rv regelt de wijze van benoeming van arbiters. Het derde lid van dit artikel bepaalt dat als de benoeming van de arbiter of arbiters niet binnen de in lid 2 bedoelde termijn plaatsvindt, de ontbrekende arbiter of arbiters op verzoek van de meest gerede partij worden benoemd door de voorzieningenrechter van de rechtbank. Daarbij wordt de wederpartij in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Lid 4 bepaalt dat de voorzieningenrechter (of de derde zoals genoemd in lid 1) de arbiter of arbiters benoemt ongeacht de vraag of de overeenkomst tot arbitrage geldig is. De wet biedt aldus een effectieve rechtsgang om het door FOI c.s. gewenste resultaat te bereiken, een rechtsgang die bovendien op een relatief korte termijn tot de verzochte benoeming door de voorzieningenrechter zal kunnen leiden. Deze wettelijke regeling, die de ruimte biedt om tot benoeming van een voor het geschil geschikte arbiter te komen – staat aan toewijzing van de vordering van FOI c.s. in de weg. De vorderingen onder i tot en met iii zullen worden afgewezen. Verbod tot erkenning FAI althans schorsing besluit tot erkenning van de FAI? (vordering v) 4.7. De COM heeft met een beroep op artikel 2 van haar huishoudelijk reglement toegestaan dat de FAI zich rechtstreeks bij haar aansluit. De COM heeft aangevoerd dat de FAI om directe aansluiting bij de COM heeft verzocht omdat de COM Italië niet op het verzoek van de FAI tot toetreding zou hebben gereageerd. De COM meent dat het voor haar niet is vast te stellen of er door de COM Italië wel of niet is gereageerd op het verzoek (en of deze reactie in goede orde is ontvangen door de FAI), maar dat zij de facto de conclusie mocht trekken dat de FAI werd geweigerd, zodat de COM bevoegd was de FAI rechtstreeks bij haar te laten aansluiten. De voorzieningenrechter volgt de COM hierin niet. Daarvoor is het volgende van belang. 4.8. De COM Italië heeft aangevoerd dat zij in aansluiting op het verzoek van de FAI tot toekenning van het lidmaatschap van de COM Italië op 30 september 2024 om aanvullende informatie heeft gevraagd. De COM Italië heeft deze brief ook overgelegd, en gewezen op het bewijs van elektronische verzending en ontvangst (productie 18 FOI c.s.). Hoewel het voor de voorzieningenrechter niet is vast te stellen of deze brief de FAI daadwerkelijk heeft bereikt, kan in ieder geval niet geconcludeerd worden dat toelating van de FAI door de COM Italië is geweigerd. Er zijn geen stukken overgelegd waaruit dat zou blijken. Ook van een de facto weigering van de FAI door niet te beslissen op het verzoek is kennelijk geen sprake. Daarbij springt in het oog dat de COM, nadat de FAI zich Dat niet gebleken is van een formeel besluit van de COM om het lidmaatschap van de COM Italië te beëindigen doet daar niet aan af. In aanloop naar een arbitrageprocedure of bodemprocedure (als geschilbeslechting door arbitrage toch niet mocht zijn overeengekomen, dan wel partijen alsnog gezamenlijk kiezen voor de bodemprocedure) heeft de COM Italië er belang bij dat haar positie als lid van de COM niet alleen formeel, maar ook in de praktische zin behouden blijft. Dat ITALIACOM nog geen werkzaamheden zou hebben verricht, zoals de COM stelt, verhoudt zich daarbij niet met de eigen stelling van de COM dat de ITALIACOM naast de COM Italië functioneert. 4.12. In het voorgaande wordt aanleiding gezien om de COM enerzijds de te verbieden om de COM Italië uit te sluiten als aangesloten nationale entiteit in de zin van artikel 7 van de statuten van de COM, en anderzijds om de COM te verbieden om ITALIACOM te laten functioneren als nationale entiteit in de zin van artikel 7 van de statuten van de COM. Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissingen, is aangewezen. De op te leggen dwangsom zullen worden gematigd en gemaximeerd. Intrekking status OMJ jurylid van [naam 3] ? (vordering viii) en verbod juryleden toe te laten tot examen OMJ? (vordering ix) 4.13. [naam 3] is bij brief van 26 september 2024 geroyeerd als jurylid van de FOI. De FOI stelt in de loop van 2025 te hebben vernomen dat [naam 3] , ondanks zijn royement, rechtstreeks is toegelaten tot het examen voor toelating van juryleden namens de OMJ. De FOI meent dat dit in strijd is met artikel 1 van het reglement OMJ, zodat de COM gehouden is de erkenning van [naam 3] als jurylid namens de OMJ in te trekken. De COM heeft aangevoerd dat de vorderingen van de FOI c.s. iedere feitelijke en juridische grondslag missen. 4.14. Het debat over de legitimiteit van de gestelde toelating van [naam 3] als jurylid van de OMJ heeft zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter nog onvoldoende uitgekristalliseerd. Hoewel op grond van wat de FOI c.s. hebben aangevoerd niet valt uit te sluiten dat het royement van [naam 3] in de weg staat aan aansluiting bij de OMJ, is onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe het proces is verlopen en welke normen voor deze toelating relevant zijn. Dit geschilpunt leent zich dus niet voor beoordeling in dit kort geding, noch daargelaten dat de voorzieningenrechter niet duidelijk is gemaakt welk spoedeisend belang van de FOI c.s. onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk maakt en het afwachten van de uitkomst van de arbitrage of de bodemprocedure niet van FOI c.s. verlangd kan worden. De vordering van de FOI c.s. in de toelating van [naam 3] als jurylid in te grijpen zal dan ook worden afgewezen. Ook het in algemene zin gevorderde verbod om juryleden die niet door de FOI worden erkend tot het examen van de OMJ toe te laten, zal bij gebrek aan (spoedeisend) belang worden afgewezen. Verbod toekenning wereldkampioenschap 2027 aan een andere lidstaat dan Italië? (vordering x) 4.15. Tot slot verschillen partijen van mening over de vraag of het wereldkampioenschap voor het noordelijk halfrond (definitief) aan Italië is toegekend. De FOI c.s. hebben in dit verband gewezen op de notulen van het congres van 4 december 2021 waarin onder punt 12 “ Organisatie van de volgende wereldkampioenschappen (locaties en data)” voor het jaar 2027 “Italië” staat vermeld. De FOI c.s. menen dat de COM het wereldkampioenschap haar op onjuiste gronden ontneemt. De COM heeft aangevoerd dat de FOI c.s. een rechterlijk oordeel vraagt over een besluit dat op grond van artikel 26 van het huishoudelijk reglement door de ledenvergadering genomen moet worden. Zij voert ook aan dat er geen sprake is van een definitieve toewijzing en dat er ook nog geen contract is gesloten tussen de COM en de FOI c.s. over de toewijzing. Zij meent dat toewijzing van het wereldkampioenschap 2027 ook op inhoudelijke gronden (veiligheid en organisatorische tekortkomingen) onwenselijk is.