Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2025-12-23
ECLI:NL:RBDHA:2025:27025
Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 24-8706 Zaaknummer: C/09/676748 Datum beschikking: 23 december 2025 Wijziging kinderalimentatie Beschikking op het op 5 december 2024 ingekomen verzoek van: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.L.J. Kapteijn in Alphen aan den Rijn. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M. Braat in ’s-Gravenhage. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek van de moeder; het bericht met bijlagen van 24 november 2025 van de vader; het bericht met bijlagen van 24 november 2025 van de moeder; het bericht met bijlagen van 2 december 2025 van de vader. Op 4 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat en de moeder bijgestaan door haar advocaat. Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd. Feiten Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind: [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] . De vader heeft [de minderjarige 1] erkend. Bij beschikking van 20 februari 2015 zijn de ouders gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] . Bij beschikking van 29 november 2011 is een door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie vastgesteld op € 150,- per maand. Als gevolg van de wijziging van rechtswege op grond van artikel 1:402a van het Burgerlijk Wetboek bedraagt de door de vader te betalen kinderalimentatie voor [de minderjarige 1] sinds 1 januari 2025 € 198,- per maand. Verzoek en verweer Het verzoek van de vader luidt – met wijziging van de beschikking van 29 november 2011 van deze rechtbank – met ingang van 20 juli 2018, subsidiair 13 mei 2024, meer subsidiair: de datum van indiening van het verzoekschrift: de kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige 1] te wijzigen naar € 58,- per maand; de moeder te veroordelen in de proceskosten; een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de moeder zelfstandig verzocht om de onderling afgesproken kinderalimentatie te wijzigen in die zin dat de vader aan de moeder een kinderalimentatie zal voldoen van € 324,- per maand, met als ingangsdatum 20 juli 2018 danwel 13 mei 2024, meer subsidiair datum indiening van het verzoekschrift, alsmede de vader te veroordelen in de proceskosten. Beoordeling Ontvankelijkheid Een rechterlijke beslissing of overeenkomst inzake alimentatie kan worden gewijzigd op de grond dat sprake is van een wijziging van omstandigheden waardoor het aanvankelijke bedrag niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet (artikel 1:401 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek). Tussen de ouders is niet in geschil dat sprake is van een wijziging van omstandigheden. De vader is op 24 augustus 2016 vader geworden van [de minderjarige 2] . De moeder heeft samen met de heer [naam] een dochter gekregen genaamd [de minderjarige 3] , die geboren is op 16 augustus 2015. Daarnaast zijn de moeder en de heer [naam] getrouwd op [datum] 2019 waardoor de heer [naam] onderhoudsplichtig is geworden voor [de minderjarige 1] . Ingangsdatum Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de ingangsdatum vaststellen. De vader verzoekt wijziging van de kinderalimentatie primair vanaf 20 juli 2018, en subsidiair 13 mei 2024 (de datum eerste brief met verzoek tot overleggen financiële stukken). Meer subsidiair verzoekt de vader de kinderalimentatie te wijzigen met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift. De moeder is van mening dat het verzoek van de vader wat de verschillende ingangsdata gevolgd moet worden en zij verzoekt op haar beurt aan de rechtbank uit te gaan van diezelfde data, en indien blijkt De totale behoefte van [de minderjarige 2] bedraagt dus € 452,- per maand in 2023. Geïndexeerd naar 2024 bedraagt de behoefte van [de minderjarige 2] € 480,- per maand. Behoefte [de minderjarige 3] Omdat de moeder ook onderhoudsplichtig is voor [de minderjarige 3] , zal de rechtbank ook haar behoefte berekenen. Voor het bepalen van de behoefte van [de minderjarige 3] moet allereerst het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van de moeder en de heer [naam] worden bepaald. Het NBGI bestaat uit het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de moeder en de heer [naam] samen, inclusief eventueel kindgebonden budget. De rechtbank neemt daarbij 2024 als uitgangspunt omdat de inkomensgegevens van dit jaar zijn overgelegd. Voor het berekenen van het inkomen van de moeder in 2024, gaat de rechtbank uit van een jaarinkomen van € 48.942,- bruto in 2024, zoals volgt uit de jaaropgave 2024. De rechtbank gaat daarnaast uit van de volgende fiscale heffingskortingen: de algemene heffingskorting; de arbeidskorting; de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Uitgaande van bovenstaande gegevens berekent de rechtbank het NBI van de moeder op € 3.376,- per maand in 2024. Aan de zijde van de heer [naam] gaat de rechtbank uit van een jaarinkomen van € 61.655,- bruto in 2024, zoals volgt uit de jaaropgave 2024. De rechtbank zal conform het Rapport Alimentatienormen geen rekening houden met de fiscale bijtelling van de auto van de zaak en daarom het salaris volgens de jaaropgave corrigeren met de daarin verwerkte fiscale bijtelling zoals die blijkt uit de overgelegd salarisstroken van (12 x € 749 =) € 8.988. Daarnaast gaat de rechtbank uit van de volgende fiscale heffingskortingen: de algemene heffingskorting; de arbeidskorting. Uitgaande van bovenstaande gegevens berekent de rechtbank het NBI van de heer [naam] op € 3.285,- per maand in 2024. Het NBGI van de moeder en de heer [naam] bedraagt dan (3.376 + 3.285 =) € 6.661,- per maand. Zij hebben bij dit bedrag geen recht op een kindgebonden budget. De rechtbank zal bij de tabel ‘Eigen Aandeel Kosten Kinderen’ uitgaan van twee kinderen, nu [de minderjarige 1] ook in dit gezin opgroeit. Dit levert een behoefte op van € 1.470,- per maand, te weten € 735,- per maand. De behoefte van [de minderjarige 3] bedraagt dus € 735,- per maand in 2024. Draagkracht moeder Voor de berekening van de draagkracht van de moeder gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 3.858,- bruto per maand, te vermeerderen met € 636,- per maand aan Individueel Keuze Budget (IKB), zoals volgt uit de salarisspecificaties van augustus tot en met oktober 2025. Verder houdt de rechtbank rekening met een pensioenpremie van € 265,- per maand en een aanvullende pensioenpremie van € 5,- per maand. De rechtbank houdt daarnaast rekening met de volgende fiscale kortingen: de algemene heffingskorting; de arbeidskorting; de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Uit de behoefteberekening van [de minderjarige 3] volgt dat de moeder en de heer [naam] op basis van hun inkomensgegevens geen recht hebben op een kindgebonden budget. De rechtbank zal bij de draagkracht, net als bij de behoefte, hier dan ook geen rekening mee houden. Op de zitting is door de vader gesteld dat aan de zijde van de moeder gerekend moet worden met een woonbudget van 15% omdat zij samen met de heer [naam] de woonlasten kan delen. De moeder heeft verweer gevoerd. De rechtbank overweegt als volgt. Doordat de vader dit standpunt rijkelijk laat heeft ingenomen, is de moeder de kans ontnomen om haar woonlasten (en die van de heer [naam] ) nader te onderbouwen. De rechtbank zal daarom voorbij gaan aan het standpunt van de vader en rekening houden met een woonbudget van 30%. Op basis van deze uitgangspunten berekent de rechtbank het huidige NBI van de moeder op € 3.448,- per maand. De draagkracht van de moeder bedraagt € 801,- per maand in 2024. Draagkracht vader Voor de berekening van de draagkracht van de vader houdt de rechtbank rekening met een inkomen van € 4.823,- per maand, te verm De rechtbank overweegt dat in verzoekschriftprocedures tussen ex-partners terughoudend wordt omgegaan met een proceskostenveroordeling, om te voorkomen dat de relatie tussen partijen verder wordt belast. Als hoofdregel geldt dan ook dat de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat de partij de eigen proceskosten draagt. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt van deze hoofdregel afgeweken. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het hierboven omschreven uitgangspunt, en zal de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld. Beslissing De rechtbank – met wijziging van de beschikking van 29 november 2011 van deze rechtbank – : * bepaalt de door de vader, met ingang van 5 december 2024, te betalen kinderalimentatie voor de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , op € 265,- per maand, telkens bij vooruitbetaling aan de moeder te voldoen; * verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; * bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; * wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 december 2025. Partij Moeder (676748) Zaak Moeder (676748) / de heer [naam] (676748) (C/09/676748) Berekening Behoefteberekening N Tarieven 2024-2 Datum uitdraai 17-12-2025 Box 1 Inkomen uit werk en woning Loon volgens jaaropgaaf (60) 60 Loon volgens jaaropgaaf € 48.942 Op het bruto loon ingehouden 59 Inkomsten (transport) € 48.942 Belastbaar loon (61-64) 64 Belastbaar loon € 48.942 Heffing box 1 (94-95) 94 Belastbaar inkomen uit werk en woning € 48.942 - Schijf 1a, 36,97% (19,07%) over € 0 t/m € 38.097 (€ 40.020) € 14.084 - Schijf 1b, 36,97% over € 38.098 (€ 40.021) t/m € 75.517 € 4.009 95 Inkomensheffing box 1 € 18.093 Besteedbaar inkomen (113-120) 113 Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 48.942 114 Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3 € 18.093 115/116 Heffingskorting en standaard heffingskorting - € 9.661 117 Verschuldigde inkomensheffing - € 8.432 Inkomen na aftrek inkomensheffing € 40.510 Specificaties voor post: 115/116 Algemene Heffingskorting € 1.763 jaar Arbeidskorting € 4.948 jaar Combinatiekorting € 2.950 jaar Totale inkomsten € 40.510 120 Besteedbaar inkomen € 40.510 120a Netto besteedbaar inkomen (per jaar) € 40.510 120a Netto besteedbaar inkomen (per maand) € 3.376 Partij de heer [naam] (676748) Zaak Moeder (676748) / de heer [naam] (676748) (C/09/676748) Berekening Behoefteberekening N Tarieven 2024-2 Datum uitdraai 17-12-2025 Box 1 Inkomen uit werk en woning Loon volgens jaaropgaaf (60) 60 Loon volgens jaaropgaaf € 61.655 In het loon volgens jaaropgaaf begrepen - fiscale bijtelling voor het privé gebruik van de zakelijke auto - € 8.988 Op het bruto loon ingehouden 59 Inkomsten (transport) € 52.667 Belastbaar loon (61-64) 64 Belastbaar loon € 52.667 Heffing box 1 (94-95) 94 Belastbaar inkomen uit werk en woning € 52.667 - Schijf 1a, 36,97% (19,07%) over € 0 t/m € 38.097 (€ 40.020) € 14.084 - Schijf 1b, 36,97% over € 38.098 (€ 40.021) t/m € 75.517 € 5.386 95 Inkomensheffing box 1 € 19.470 Besteedbaar inkomen (113-120) 113 Inkomen voor aftrek inkomensheffing € 52.667 114 Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3 € 19.470 115/116 Heffingskorting en standaard heffingskorting - € 6.221 117 Verschuldigde inkomensheffing - € 13.249 Inkomen na aftrek inkomensheffing € 39.418 Specificaties voor post: 115/116 Algemene Heffingskorting € 1.516 jaar Arbeidskorting € 4.705 jaar Totale inkomsten € 39.418 120 Besteedbaar inkomen € 39.418 120a Netto besteedbaar inkomen (per jaar) € 39.418 120a Netto besteedbaar inkomen (per maand) € 3.285 NBGI voor scheiding Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding NBI voor scheiding Moeder (676748) € 3.376 NBI voor scheiding de heer [naam] (676748) € 3.285 Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding € 6.661 Eigen aandeel kosten kinderen Eigen aand