Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-12-23
ECLI:NL:RBDHA:2025:27000
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,046 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2025:27000 text/xml public 2026-01-30T14:43:11 2026-01-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-12-23 C/09/684334 / FA RK 25-3174 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27000 text/html public 2026-01-30T14:38:07 2026-01-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:27000 Rechtbank Den Haag , 23-12-2025 / C/09/684334 / FA RK 25-3174 Eenhoofdig gezag vader. Moeder onvoldoende bereikbaar. Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-3174 Zaaknummer: C/09/684334 Datum beschikking: 23 december 2025 Gezag Beschikking op het op 28 april 2025 ingekomen verzoek van: [de vader], de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. D. van den Bout-Kuhlmann te Voorburg. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder], de moeder, zonder vaste woon- of verblijfplaats. Procedure De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het F9-formulier van de vader van 30 september 2025; het F9-formulier van de vader van 13 november 2025, met bijlagen. Op 25 november 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De minderjarige [minderjarige 1] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek. Verzoek en verweer Het verzoekschrift van de vader strekt na aanvulling tot: beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de vader verzoekt te bepalen dat het gezamenlijk ouderlijk gezag over [minderjarige 1] wordt gewijzigd in eenhoofdig ouderlijk gezag voor de vader; subsidiair: het verlenen van toestemming die de toestemming van de moeder vervangt ter verkrijging van psychologische hulp voor [minderjarige 1], dan wel ter zake een zodanige beslissing te nemen zoals de rechtbank in het belang van [minderjarige 1] juist acht; met compensatie van kosten. De vader doet zijn verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden zijn gewijzigd. De moeder heeft geen verweer gevoerd. Feiten Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen: - [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats 1]; - [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats 2], [land]. De vader en de moeder zijn gezamenlijk met het ouderlijk gezag over de minderjarigen belast, ingevolge een aantekening in het gezagsregister van 13 juni 2018. De vader heeft de Nederlandse nationaliteit. De moeder heeft de Surinaamse nationaliteit. [minderjarige 1] heeft in ieder geval de Nederlandse nationaliteit. Bij beschikking van deze rechtbank van 5 oktober 2023 is – voor zover hier aan de orde – de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de vader bepaald. Bij beschikking van het hof van 10 april 2024 is het hoger beroep van de moeder tegen bovengenoemde beslissing niet-ontvankelijk verklaard. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht Nu [minderjarige 1] zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek van de vader. Gezag Wettelijk kader Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding in stand is gebleven worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Zoals blijkt uit artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan derhalve worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Standpunt vader De vader heeft ter onderbouwing van zijn verzoek het volgende gesteld. [minderjarige 1] is in 2022 onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst bij de vader vanwege zorgen over het mentale welzijn van de moeder. In 2023 is de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de vader bepaald en in december 2024 is de ondertoezichtstelling beëindigd. Op verzoek van de vader is er nog steeds hulpverlening betrokken. De moeder heeft keer op keer laten zien dat een behoorlijke gezagsuitoefening met haar niet mogelijk is. Zij is meerdere keren voor langere, onbepaalde tijd onbereikbaar geweest, ook voor de hulpverlening. De vader is hierdoor niet in staat om vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond [minderjarige 1] kunnen voordoen. Het gaat op dit moment goed met [minderjarige 1]. De vader wil echter hulpverlening inschakelen, zodat [minderjarige 1] het gemis van zijn moeder een plekje kan geven en om te voorkomen dat hij hier op oudere leeftijd last van krijgt. De moeder geeft hiervoor geen toestemming. Zij weigert daarnaast deel te nemen aan het door de hulpverlening voorgeschreven traject Ouderschap Blijft, waardoor ook niet gewerkt kan worden aan de onderlinge communicatie tussen de ouders. Door de handelswijze van de moeder bestaat het risico dat beslissingen over [minderjarige 1] niet snel en effectief genomen kunnen worden, als het gezamenlijk gezag in stand blijft. De vader heeft tot slot aangevoerd dat hij het van belang vindt dat [minderjarige 1] contact heeft en houdt met de moeder. Hij zal dit contact ook niet in de weg staan, mits dit op een goede en veilige manier kan (blijven) plaatsvinden. [minderjarige 1] en de moeder zien elkaar ongeveer eens in de tien dagen, maar de moeder komt de afspraken niet consequent na. Ontvankelijkheid De rechtbank concludeert dat er sprake is van een wijziging van de omstandigheden. De vader is dus ontvankelijk in zijn verzoek. Inhoudelijke beoordeling De rechtbank is daarnaast van oordeel dat een wijziging in het gezag over [minderjarige 1] anderszins in zijn belang noodzakelijk is. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is de rechtbank gebleken dat de moeder feitelijk geen invulling geeft aan het gezag over [minderjarige 1]. Het lukt de vader niet om in contact te komen met de moeder en uit de tijdlijn van [zorginstantie] blijkt dat ook zij moeilijk contact met de moeder kunnen krijgen. Daarnaast lijkt de moeder niet goed in staat om afspraken na te komen. Zo verloopt het contact tussen de moeder en [minderjarige 1] niet conform de afspraken. De moeder is daarnaast ook niet op de zitting verschenen. De rechtbank overweegt dat het in het belang van [minderjarige 1] noodzakelijk is dat de vader gezagsbeslissingen over [minderjarige 1] kan nemen, en dat hij daarvoor niet langer afhankelijk is van de moeder, die zeer beperkt bereikbaar is gebleken. Het is positief om te horen dat het goed gaat met [minderjarige 1], maar de vader moet snel en effectief beslissingen kunnen nemen als er wel iets aan de hand is. Gelet op al het voorgaande en het feit dat de moeder niet in de procedure is verschenen en geen verweer heeft gevoerd, zal de rechtbank het verzoek van de vader om hem voortaan met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] te belasten als anderszins in zijn belang toewijzen. Omdat de rechtbank het primaire verzoek van de vader zal toewijzen, heeft hij geen belang meer bij zijn subsidiaire verzoek. De rechtbank zal dit verzoek daarom afwijzen. Proceskosten Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld. Beslissing De rechtbank: bepaalt dat voortaan alleen aan de vader, [de vader], geboren op [geboortedatum 3] 1962 te [geboorteplaats 1], het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats 1]; bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders verzochte.