Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-09-15
ECLI:NL:RBDHA:2025:26993
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,010 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2025:26993 text/xml public 2026-01-30T12:30:34 2026-01-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-09-15 C/09/687013 KG ZA 25-589 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Kort geding NL Den Haag Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26993 text/html public 2026-01-30T12:29:13 2026-01-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:26993 Rechtbank Den Haag , 15-09-2025 / C/09/687013 KG ZA 25-589 Voorzieningenrechter niet bevoegd om van de vorderingen kennis te nemen vanwege arbitragebeding in maatschapsovereenkomst. Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/687013 / KG ZA 25-589 Vonnis in kort geding van 15 september 2025 in de zaak van [eiseres] B.V. te [vestigingsplaats] , eiseres, advocaat mr. R. van Biezen te Den Haag, tegen: 1 MAATSCHAP [gedaagden sub 1] te [vestigingsplaats], 2. [gedaagden sub 2] B.V. te [vestigingsplaats], 3. [gedaagden sub 3] B.V. te [vestigingsplaats], gedaagden, advocaat mr. F.D. Stibbe te Amsterdam. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiseres] ’, ‘[gedaagden sub 1]’, ‘[gedaagden sub 2]’ en ‘[gedaagden sub 3]’. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 20 juni 2025, met producties 1 tot en met 5; - de akte houdende een vermindering van eis; - de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 8; - de op 15 juli 2025 gehouden mondelinge behandeling. 1.2. Ter zitting is de zaak in verband met schikkingsonderhandelingen pro forma aangehouden tot 30 augustus 2025. Partijen hebben op respectievelijk 30 augustus 2025 en 4 september 2025 verzocht om vonnis te wijzen. Vonnis is vervolgens bepaald op uiterlijk 2 oktober 2025. 2 De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. [eiseres] vormde met [gedaagden sub 2] en [gedaagden sub 3] [gedaagden sub 1]. Op 31 december 2022 hebben [gedaagden sub 2], [gedaagden sub 3] en [gedaagden sub 1] een maatschapsovereenkomst gesloten. Op grond van artikel 20 van de maatschapsovereenkomst kunnen de overige vennoten de maatschap aan een vennoot opzeggen. De artikelen 21 en 22 van de maatschapsovereenkomst regelen de gevolgen van het defungeren van een vennoot. Artikel 25 van de maatschapsovereenkomst behelst een geschillenregeling. In dit artikel is onder meer het volgende bepaald: 2.2. [gedaagden sub 2] en [gedaagden sub 3] hebben op 15 december 2023 [gedaagden sub 1] aan [eiseres] opgezegd. [eiseres] heeft de (gronden van de) opzegging betwist en is overeenkomstig artikel 25 van de maatschapsovereenkomst een arbitrageprocedure gestart bij de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen (RvA), waarin de Stichting Arbitrage-Instituut Bouwkunst is opgegaan. In die arbitrale procedure hebben partijen op 12 juli 2024 een vaststellingsovereenkomst gesloten (hierna: ‘de vaststellingovereenkomst’). In de vaststellingsovereenkomst zijn partijen overeengekomen dat [eiseres] per 1 juli 2024 als maat van [gedaagden sub 1] defungeert. Daarnaast hebben partijen in de vaststellingsovereenkomst voorzien in een regeling voor het gebruik door [eiseres] van aan [gedaagden sub 1] toebehorende relaties en referentieprojecten. Daarbij gaat het om projecten die op OHW-lijsten met de kleur blauw zijn gemarkeerd (hierna: ‘de blauwe projecten’). 3 Het geschil 3.1. [eiseres] vordert na vermindering van eis – zakelijk weergegeven – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, een hoofdelijke veroordeling van [gedaagden sub 2], [gedaagden sub 3] en [gedaagden sub 1] om op straffe van verbeurte van een dwangsom aan haar te verstrekken: een door de accountant van [gedaagden sub 1] opgestelde berekening van de kapitaalstand van [eiseres] per 31 december 2024; de goedgekeurde en vastgestelde jaarrekening van [gedaagden sub 1] over 2024, inclusief toelichting van voormelde accountant; alle gegevens betreffende de blauwe projecten, die gebruikt kunnen worden voor het verkrijgen van nieuw werk, bestaande uit bestanden met tekeningen, verklaringen duurzaamheid, tevredenheidsverklaringen, digitale tekeningen in Pdf-formaat en na oplevering gemaakte foto’s; een en ander met hoofdelijke veroordeling van [gedaagden sub 2], [gedaagden sub 3] en [gedaagden sub 1] in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.2. Daartoe voert [eiseres] – samengevat – aan dat zonder de gevorderde berekening en jaarstukken niet kan worden gekomen tot een deugdelijke financiële afwikkeling van de maatschapsovereenkomst. De gevorderde gegevens van de op de ‘blauwe lijst’ vermelde projecten zijn volgens [eiseres] voor haar noodzakelijk om uit eigen naam offertes uit te brengen en/of in te schrijven op aanbestedingen. [gedaagden sub 2], [gedaagden sub 3] en [gedaagden sub 1] hebben slechts een zeer beperkt deel van de gegevens over de blauwe projecten verstrekt. Zij handelen volgens [eiseres] daarmee in strijd met de vaststellingsovereenkomst. Hierdoor is het volgens [eiseres] voor haar bijzonder lastig om zelfstandig een onderneming te drijven, omdat in het kader van acquisitie slechts een beperkt portfolio kan worden getoond. 3.3. [gedaagden sub 2], [gedaagden sub 3] en [gedaagden sub 1] voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken. 4 De beoordeling van het geschil 4.1. [gedaagden sub 2], [gedaagden sub 3] en [gedaagden sub 1] hebben zich in de eerste plaats verweerd met de stelling dat de voorzieningenrechter niet bevoegd is om kennis te nemen van de vordering van [eiseres] . Daarbij beroepen zij zich op het in artikel 25 van de maatschapsovereenkomst overeengekomen arbitragebeding. Hierin zijn partijen – kort gezegd – overeengekomen dat alle geschillen over de uitleg en uitvoering van de maatschapsovereenkomst en de overeenkomsten die hiervan het gevolg zijn, worden beslist door de Stichting Arbitrage-Instituut Bouwkunst, thans de RvA. 4.2. Vooropgesteld wordt dat in artikel 1022 Rv is bepaald dat de rechter, bij wie een geschil aanhangig is gemaakt waarover een overeenkomst tot arbitrage is gesloten, zich onbevoegd verklaart indien een partij zich voor alle weren op het bestaan van deze overeenkomst beroept. Op grond van artikel 1022a Rv belet een overeenkomst tot arbitrage niet dat een partij zich wendt tot de voorzieningenrechter in kort geding overeenkomstig artikel 254 Rv. Indien een partij zich voor alle weren op het bestaan van een overeenkomst tot arbitrage beroept, verklaart de rechter zich blijkens artikel 1022c Rv alleen bevoegd indien de gevraagde beslissing niet of niet tijdig in arbitrage kan worden gekregen. 4.3. Uit de in dit kort geding door [eiseres] ingestelde vorderingen blijkt naar het oordeel van de voorzieningenrechter van het bestaan tussen partijen van een geschil over de uitvoering van zowel de maatschapsovereenkomst, meer in het bijzonder de (financiële) afwikkeling van het defungeren van [eiseres] , als de vaststellingsovereenkomst die partijen in dat verband hebben gesloten en die valt aan te merken als een overeenkomst die ‘het gevolg is’ van de maatschapsovereenkomst. Dit geschil valt daarmee binnen de reikwijdte van het arbitragebeding. Dit betekent dat de voorzieningenrechter zich blijkens artikel 1022c Rv uitsluitend bevoegd kan verklaren om van de vordering van [eiseres] kennis te nemen, indien de gevraagde beslissing niet of niet tijdig in arbitrage kan worden gekregen. 4.4. [gedaagden sub 2], [gedaagden sub 3] en [gedaagden sub 1] stellen dat de door [eiseres] gevraagde beslissing tijdig in arbitrage kan worden gekregen. Volgens [gedaagden sub 2], [gedaagden sub 3] en [gedaagden sub 1] biedt het arbitragereglement van de RvA de mogelijkheid tot het voeren van een arbitraal kort geding en vermeldt de website van de RvA dat een kort geding op zeer korte termijn kan plaatsvinden, zo nodig zelfs binnen een dag. [eiseres] heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit volgt dat de gevorderde beslissing niet tijdig in arbitrage kan worden gekregen.