Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-10-31
ECLI:NL:RBDHA:2025:26858
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,311 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2025:26858 text/xml public 2026-01-29T09:31:11 2026-01-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-10-31 25/5777 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening NL Den Haag Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26858 text/html public 2026-01-29T09:30:33 2026-01-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:26858 Rechtbank Den Haag , 31-10-2025 / 25/5777 Vovo. Aanvraag om een urgentieverklaring. Vovo afgewezen vanwege ontbreken spoedeisend belang. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 25/5777 uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 oktober 2025 in de zaak tussen [verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster (gemachtigde: mr. G.A.S. Maduro), en het college van burgemeester en wethouders van Delft, verweerder (gemachtigde: E. Rippens). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het verzoek om voorlopige voorziening dat verzoekster heeft ingediend hangende het door haar ingediende beroep tegen de beslissing van verweerder om het bezwaar van verzoekster tegen de afwijzing van haar aanvraag om een urgentieverklaring ongegrond te verklaren. 1.1. Verzoekster heeft op 27 november 2024 een aanvraag ingediend om afgifte van een urgentieverklaring. Verweerder heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 12 december 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 17 juli 2025 op het bezwaar van verzoekster is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. 1.2. De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verzoekster geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. Omdat het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) maakt dat mogelijk. Hieronder legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, als tegen een besluit beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen wanneer onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in een eventuele bodemprocedure. Spoedeisend belang 2.1. Verzoekster heeft in haar verzoek vermeld dat zij op dit moment al geruime tijd met haar drie kinderen woonachtig is in de woning van haar tante. Zij hebben daar de beschikking over slechts één kamer en moeten slapen op één bed. Daarbij hebben twee van haar kinderen vrij urgente medische problemen. Zo is de jongste zoon van verzoekster bekend met frequent recidiverend nefrotisch syndroom waardoor hij een onderdrukte weerstand heeft en vatbaar is voor infecties. Verder lijdt de oudste zoon van verzoekster aan ADHD. Verzoekster geeft aan dat de huidige woonsituatie veel spanning en stress oplevert. Ter ondersteuning van haar verzoek heeft verzoekster verschillende medische stukken overlegd. 2.2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat met wat verzoekster heeft aangevoerd geen sprake is van onverwijlde spoed waardoor zij niet op de uitspraak op het beroep kan wachten. Hoewel de voorzieningenrechter erkent dat de huidige woonsituatie van verzoekster en haar kinderen problematisch is, is niet gebleken van dreigende dakloosheid of van een ernstige medische situatie die levensbedreigend of onomkeerbaar is als deze blijft zoals die is totdat uitspraak is gedaan op het beroep. Voor wat betreft dit laatste weegt de voorzieningenrechter mee dat de door verzoekster aangeleverde medische stukken dateren van 2023 of eerder en daarmee niet als recent zijn aan te merken. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat de medische situatie op dit moment zo urgent is dat niet kan worden gewacht totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan in de bodemzaak. Evident onrechtmatig 2.3. Omdat de voorzieningenrechter vindt dat verzoekster geen spoedeisend belang heeft, kan de door haar gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door het college ingenomen standpunt juist is en of het besluit in de bodemprocedure in stand zal blijven. Van een evident onrechtmatig besluit is in dit geval echter geen sprake. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 31 oktober 2025. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.