Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2025-12-18
ECLI:NL:RBDHA:2025:26710
RECHTBANK DEN HAAG Jeugd- en Zorgrecht Zaaknummers: C/09/679324 / JE RK 25-167 en C/09/681361 / FA RK 25-1672 Datum uitspraak: 18 december 2025 Beschikking van de meervoudige kamer Gezag en wijziging omgangsregeling in de zaak van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (verzoek I), hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, en in de zaak van [de vader] (verzoek II), hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.G. Schnoor te Den Haag, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De rechtbank merkt als belanghebbenden aan in verzoek I: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. C.C. Sneper te Baarn, de vader , De rechtbank merkt als belanghebbenden aan in verzoek II: de moeder , de gecertificeerde instelling . 1 Het verloop van de procedure 1.1. Bij beschikking van 1 mei 2025 heeft de kinderrechter in deze rechtbank bepaald dat – met wijziging van de beschikking van 21 november 2024 – van 1 mei 2025 tot 12 juni 2025 de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zal gelden: - [minderjarige] heeft eens per twee weken in de even weken gedurende twee uur “omgang” met de moeder, onder begeleiding van een professional, waarbij de regie voor de uitbreiding van “de omgang” bij de gecertificeerde instelling wordt belegd; De behandeling van verzoek I is voor het overige aangehouden tot de zitting van 11 juni 2025. 1.2. Vervolgens heeft de kinderrechter in deze rechtbank bij beschikking van 11 juni 2025 de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken – met wijziging in zoverre van de beschikking van 14 november 2022 – voor de duur van de lopende ondertoezichtstelling als volgt gewijzigd: gedurende de eerste drie maanden heeft [minderjarige] één keer per maand, in de eerste even week van die maand, contact met de moeder gedurende één uur, onder begeleiding van een professional; na verloop van drie maanden wordt de zorgregeling uitgebreid, in die zin dat [minderjarige] om de week contact heeft met de moeder gedurende één uur, onder begeleiding van een professional, waarbij de regie voor uitbreiding van de zorgregeling bij de gecertificeerde instelling ligt, voor de duur van de ondertoezichtstelling; De behandeling van verzoek I is voor het overige aangehouden tot een nader te bepalen zitting gelegen voor 3 december 2025. 1.3. De rechtbank neemt (nu ook) de volgende stukken mee in de beoordeling: In verzoek I (C/09/679324 / JE RK 25-167): - de beschikking van 11 juni 2025; - de briefrapportage met het gewijzigde verzoek van de gecertificeerde instelling van 23 september 2025 ( ingediend in zaaknummer C/09/692612 / JE RK 25-1713 ); - de schriftelijke update van de gecertificeerde instelling van 25 november 2025. In verzoek II (C/09/681361 / FA RK 25-1672): - het verzoekschrift van de vader met producties, ontvangen op 7 maart 2025; - het aanvullende verzoekschrift van de vader met producties van 17 november 2025; - het verweerschrift van de moeder, tevens inhoudende een zelfstandig verzoek, met producties van 25 november 2025; - het nagezonden stuk van de vader van 26 november 2025. 1.4. Op 27 november 2025 heeft op de zitting van de meervoudige kamer van de rechtbank de mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden, gelijktijdig met de behandeling van het verzoek van de gecertificeerde instelling tot het verlengen van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] ( C/09/692612 / JE RK 25-1713 ). Op dat verzoek van de gecertificeerde instelling is bij afzonderlijke beschikking beslist. 1.5. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 november 2025. Daarbij waren aanwezig: [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling; de vader, bijgestaan door zijn advocaat; de moeder, bijgestaan door haar advocaat. 1.6. De rechtbank heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek De moeder dient meerdere klachten in en beschuldigt de gecertificeerde instelling van intimidatie en partijdigheid. Zij werkt onvoldoende mee aan hulpverleningstrajecten en geeft geen zicht op haar thuissituatie. Ook lukt het niet om afspraken met de moeder te maken. Volgens de gecertificeerde instelling wordt [minderjarige] nog altijd ernstig in haar ontwikkeling bedreigd, omdat zij wordt belast met het conflict tussen haar ouders. Dit zorgt voor veel stress en onrust bij [minderjarige] en zij lijdt daar zichtbaar onder. In de zomervakantie hebben er diverse procedures plaatsgevonden voor het verkrijgen van vervangende toestemming voor een vakantie in het buitenland. De vader benadrukt dat dit niet de eerste keer was. Dit heeft voor veel spanning en onrust gezorgd bij [minderjarige] en zij neemt dit haar moeder zeer kwalijk. Niet alleen bij vakanties, maar ook bij het aanvragen van een ID-kaart, een schoolinschrijving en het volgen van danslessen zijn er problemen rondom de toestemming van de moeder. Dat is schadelijk voor [minderjarige] , die al veel heeft meegemaakt. [minderjarige] zit klem tussen haar ouders en de moeder lijkt niet in staat de belangen van [minderjarige] voorop te stellen. Het is daarom belangrijk dat er rust en duidelijkheid komt voor haar. De vader verzoekt dan ook hem voortaan alleen met het gezag te belasten. 4.2. Verder verzoekt de vader de eerder vastgestelde zorgregeling te wijzigen en te bepalen dat de contactregeling tussen de moeder en [minderjarige] wordt vormgegeven op aanwijzingen van de gecertificeerde instelling. Indien dat niet leidt tot een normalisering van de contacten, dient de moeder het contact met [minderjarige] ontzegd te worden. De vader volgt het standpunt van de gecertificeerde instelling dat de huidige regeling niet in het belang van [minderjarige] is. Overigens is het de vader bekend dat de moeder ook hoger beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van 11 juni 2025. De zitting bij het hof zal vermoedelijk plaatsvinden op 30 december 2025. De vader maakt zich grote zorgen over de recente incidenten op school. Het is belangrijk dat het belang van [minderjarige] voorop komt te staan en dat haar mening serieus wordt genomen. De omgangsmomenten zorgen voor veel spanning en angst bij [minderjarige] en daarom is een beperking van de contactregeling noodzakelijk. 5 Het verweer en zelfstandige verzoek van de moeder 5.1. Door en namens de moeder is verweer gevoerd tegen het verzoek van de vader om hem met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten. Daartoe heeft de moeder aangevoerd dat een wijziging van het gezag een ingrijpende maatregel is met verstrekkende gevolgen voor het kind. Het uitgangspunt van de wetgever is gezamenlijk gezag. Uit de staande rechtspraktijk volgt dat er zwaarwegende contra-indicaties moeten zijn die een dergelijke ingrijpende maatregel kunnen rechtvaardigen. Daarvan is in dit geval geen sprake. De moeder is in staat om op verantwoorde wijze invulling te geven aan het gezamenlijk gezag en zij neemt haar verantwoordelijkheden als ouder serieus. Er zijn geen gegronde aanwijzingen dat zij beslissingen blokkeert of dat zij niet in staat zou zijn om gezamenlijk gezagsbeslissingen te nemen. Dat de moeder afgelopen zomervakantie geen toestemming heeft gegeven voor een vakantie naar het buitenland was omdat zij duidelijke afspraken wilde maken met de vader over het contact tussen de moeder en [minderjarige] tijdens die vakantie, maar daar stond de vader niet voor open. Dit incident maakt niet dat het gezag van de moeder beëindigd moet worden. Van structurele problemen in de uitoefening van het gezamenlijk gezag is geen sprake. Ook is geenszins aangetoond dat [minderjarige] klem dreigt te raken door het behoud van het gezamenlijk gezag. De moeder werkt mee met de hulpverlening en staat open voor overleg wanneer dat in het belang van [minderjarige] is. Juist nu de moeder [minderjarige] niet althans weinig ziet, vindt zij het belangrijk dat zij mee kan beslissen Ook moeten de ouders beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans moeten zij in staat zijn afspraken te maken over (nood)situaties die zich rond het kind kunnen voordoen. Uit de stukken en uit hetgeen op de zitting met de ouders is besproken, is de rechtbank gebleken dat de communicatie tussen de ouders al jaren ernstig is verstoord en dat er geen enkel vertrouwen is tussen de ouders. Het lukt de ouders niet om (op een constructieve manier) in het belang van [minderjarige] met elkaar te communiceren en om gezamenlijk gezagsbeslissingen in het belang van [minderjarige] te nemen, ook niet in de huidige situatie waarin de gecertificeerde instelling betrokken is. Gebleken is dat het meermaals is voorgekomen dat gezagsbeslissingen niet of te laat worden genomen. Ook leidt het nemen van gezagsbeslissingen geregeld tot procedures. Zo hebben er afgelopen zomervakantie meerdere rechtszaken plaatsgevonden over het verlenen van vervangende toestemming voor een vakantie van [minderjarige] met de vader naar Indonesië. De voortdurende (juridische) strijd zorgt voor spanning en stress bij [minderjarige] , die al het nodige heeft meegemaakt. Hierdoor komt [minderjarige] niet toe aan de ontwikkelingstaken die passen bij haar leeftijd en kan zij niet onbezorgd opgroeien. Het is zeer zorgelijk dat [minderjarige] zichzelf de afgelopen week heeft beschadigd. Ook in het kindgesprek dat de voorzitter met haar heeft gevoerd, kwam duidelijk naar voren dat [minderjarige] veel spanning en onrust ervaart, mede vanwege de vele rechtszaken. De rechtbank ziet geen reden om de Raad onderzoek te laten doen naar de gezagssituatie over [minderjarige] . Uit het voorgaande blijkt voldoende dat er een onaanvaardbaar risico is dat [minderjarige] klem of verloren raakt tussen de ouders, waarbij niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen. Dit maakt dat een wijziging van het gezag in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is. Hoewel beide ouders een aandeel hebben in de zorgen over [minderjarige] , ligt het in de rede om de vader voortaan alleen met het gezag over [minderjarige] te belasten. De vader heeft immers de dagelijkse zorg voor [minderjarige] . Het verzoek van de vader zal dan ook worden toegewezen. C/09/679324 / JE RK 25-167 6.3. Bij beschikking van 11 juni 2025 heeft de kinderrechter een tijdelijke – zijnde voor de duur van de lopende ondertoezichtstelling, te weten tot 3 december 2025 – verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bepaald, inhoudende dat: [minderjarige] gedurende de eerste drie maanden één keer per maand, in de eerste even week van die maand, contact met de moeder heeft gedurende één uur, onder begeleiding van een professional; De zorgregeling na verloop van drie maanden wordt uitgebreid, in die zin dat [minderjarige] om de week contact heeft met de moeder gedurende één uur, onder begeleiding van een professional, waarbij de regie voor uitbreiding van de zorgregeling bij de gecertificeerde instelling ligt, voor de duur van de ondertoezichtstelling. Zoals reeds overwogen in de beschikking van 11 juni 2025 betreft dit een wijziging van de eerder door de familierechter vastgestelde zorgregeling op 14 november 2022. 6.4. De gecertificeerde instelling heeft in haar gewijzigde verzoekschrift van 23 september 2025 verzocht bovengenoemde tijdelijke regeling te wijzigen. De rechtbank duidt het verzoek als een verzoek op grond van artikel 1:265g, tweede lid, BW, nu het gaat om een wijziging van de eerder door de kinderrechter gewijzigde regeling op grond van art. 1:265g, eerste lid, BW. Op grond van artikel 1:265g, tweede lid, BW kan de rechtbank de hiervoor genoemde regeling wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Nu de vader met het eenhoofdig gezag zal worden belast zal in het vervolg worden gesproken over de omgangsregeling in plaats van de zor