Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-12-18
ECLI:NL:RBDHA:2025:26233
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,832 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.50957 en NL25.50958
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiseres], eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
v-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. P.R. van de Water),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. F. in den Bosch).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres.
1.1.
Eiseres heeft op 14 juni 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 13 oktober 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 4 december 2025 op zitting behandeld. Eiseres en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres heeft de Somalische nationaliteit en heeft verklaard te zijn geboren op [geboortedatum 1] 2007. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij vreest voor een gedwongen huwelijk met een lokale leider van Al-Shabaab, voor problemen met haar stiefmoeder, voor discriminatie vanwege het behoren tot de Madhiban stam en dat zij vreest voor vervolging omdat ze een alleenstaande vrouw is. Eiseres stelt in [geboorteplaats] in Noord-Somalië te zijn geboren, maar in het dorp [plaats] in Centraal-Somalië te zijn opgegroeid binnen haar eigen gemeenschap.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiseres bestaat volgens verweerder uit de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Al-Shabaab wilde eiseres gedwongen laten huwen met een lokale leider;
3. Problemen met de stiefmoeder van eiseres;
4. Discriminatie vanwege het behoren tot een minderheidsstam;
5. Eiseres is een alleenstaande vrouw.
3.1.
Verweerder vindt de door eiseres opgegeven geboortedatum niet geloofwaardig. Omdat eiseres heeft gesteld minderjarig te zijn en zij geen identificerende documenten heeft overgelegd, heeft verweerder een leeftijdsonderzoek ingesteld. Er heeft eerst een leeftijdsschouw plaatsgevonden en vervolgens is bij de Griekse autoriteiten verzocht om de aldaar geregistreerde gegevens van eiseres. Op grond hiervan concludeert verweerder dat de geboortedatum van eiseres [geboortedatum 2] 2005 is en dat zij daarmee meerderjarig is. Verder vindt verweerder geloofwaardig dat eiseres de Somalische nationaliteit heeft, maar de gestelde herkomst gelooft verweerder niet. De verklaringen van eiseres over haar herkomst overtuigen niet en uit de taalanalyse van TOELT blijkt dat eiseres eenduidig niet is te herleiden tot de spraakgemeenschap in Centraal-Somalië. Nu hiermee de identiteit en herkomst van eiseres niet geloofwaardig zijn, heeft verweerder de geloofwaardigheid van de asielmotieven 2 tot en met 5 niet beoordeeld.
Wat vindt eiseres in beroep?
4. Eiseres voert aan dat uitgegaan moet worden van haar minderjarigheid, nu verweerder dat onvoldoende heeft weerlegd. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat uitgegaan kan worden van de registratie in Griekenland. Ten aanzien van de herkomst van eiseres houdt verweerder ten onrechte vast aan de conclusies van de taalanalyse van TOELT en is onvoldoende ingegaan op de twistpunten van de door haar ingebrachte contra-expertise van bureau Verified van 2 september 2025. Er is onvoldoende rekening gehouden met dat eiseres niet is geboren in de plaats waarin zij is opgegroeid en dat er vele migratiestromen zijn binnen het land. Verder blijkt onder meer uit de contra-expertise dat TOELT zich baseert op zeer oude bronnen en dat uit een recenter rapport volgt dat er veel mingratiestromen binnen het land zijn.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de asielaanvraag van eiseres kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat kan worden uitgegaan van de meerderjarigheid van eiseres en dat verweerder de herkomst van eiseres ongeloofwaardig heeft mogen vinden. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Procesbelang
6. Op 27 november 2025 heeft verweerder aan de rechtbank bericht dat eiseres op 18 november 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank ziet zich daarom eerst voor de vraag gesteld of eiseres procesbelang heeft bij de behandeling van haar beroep.
6.1.
Nu de gemachtigde van eiseres ter zitting heeft aangegeven nog in contact te staan met eiseres en dat zij in Nederland verblijft, gaat de rechtbank, gelet op de jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter, ervan uit dat eiseres procesbelang heeft bij de behandeling van haar beroep.
De gestelde minderjarigheid van eiseres
7. Wanneer een vreemdeling stelt minderjarig te zijn en dit niet kan onderbouwen met identificerende documenten, wordt de vreemdeling geschouwd. Bij een schouw beoordelen de AVIM en verweerder of de vreemdeling evident minderjarig of evident meerderjarig is, of dat hier twijfel over bestaat. Wanneer er zowel bij de AVIM als bij verweerder sprake is van twijfel of wanneer de conclusies niet overeenkomen dan doet verweerder nader onderzoek. Als de vreemdeling een Eurodac-hit heeft in een andere lidstaat kan verweerder bij deze lidstaat navragen met welke geboortedatum hij of zij daar geregistreerd staat. Uit rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is op de leeftijdsbepaling van vreemdelingen. Dit betekent dat verweerder in beginsel niet mag uitgaan van de juistheid van een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat. Verweerder zal moeten onderzoeken en deugdelijk moeten motiveren welk gewicht hij aan een bepaalde registratie toekent. Ook zal verweerder alle feiten en omstandigheden moeten betrekken bij de leeftijdsbepaling. Bij een gestelde minderjarigheid moet worden uitgegaan van het vermoeden van minderjarigheid. Het is aan verweerder om het vermoeden van minderjarigheid te weerleggen.
8. De rechtbank stelt vast dat eiseres bij haar aanmelding is geschouwd door de AVIM en door verweerder. Beiden hebben geconcludeerd dat er twijfel was over de gestelde minderjarigheid van eiseres. Gelet hierop kunnen deze schouwen, voor zover deze al in overeenstemming zijn met de uitspraken van de hoogste bestuursrechter gelet op het ontbreken van een duidelijke verbinding tussen de observaties en de conclusie, niet worden gebruikt om het vermoeden van minderjarigheid te weerleggen.
9. Vervolgens heeft verweerder nader onderzoek gedaan bij de Griekse autoriteiten. Daar is eiseres geregistreerd met de geboortedatum [geboortedatum 2] 2005, anders dan in Nederland dus als meerderjarige. Nu deze registratie is gebaseerd op de verklaring van eiseres, moet verweerder betrekken onder welke omstandigheden die verklaring is afgelegd en zal eiseres een plausibele verklaring moeten geven voor de afwijkende verklaring. Verweerder zal dan alle feiten en omstandigheden moeten meewegen bij het beoordelen van de leeftijd van eiseres.
9.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder hier mocht uitgaan van de leeftijdsregistratie ([geboortedatum 2] 2005) van eiseres in Griekenland. Verweerder heeft daarbij kunnen betrekken dat eiseres verschillend heeft verklaard over het verloop van de registratie in Griekenland. Eiseres heeft bij het aanmeldgehoor verklaard dat zij bij aankomst in Griekenland alleen haar naam heeft opgegeven, dat haar niet is gevraagd naar haar geboortedatum en dat de Griekse autoriteiten deze zelf hebben geregistreerd. Bij de schouw bij de AVIM heeft zij verklaard dat zij in Griekenland dezelfde geboortedatum heeft opgegeven als in Nederland, maar niet weet welke datum is geregistreerd. Dat eiseres in de aanvullingen en correcties van 17 februari 2025 betoogt dat zij bij aankomst in Griekenland in de war was en de situatie chaotisch, is onvoldoende om deze tegenstrijdigheid te verklaren. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder daarom kunnen concluderen dat de verklaringen van eiseres geen plausibele verklaring geven voor de afwijkende geboortedatum in Griekenland. Verweerder heeft hiermee voldoende gemotiveerd dat de gestelde minderjarigheid van eiseres niet geloofwaardig is. Verder is eiseres met onbekende bestemming vertrokken en was niet op zitting aanwezig om een nadere toelichting te geven.
De herkomst van eiseres
10.
Conclusie
17. Het beroep is ongegrond.
18. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
19. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Jans, griffier.
Dictum
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Op grond van artikel 31, zesde lid, onder c en e, van de Vw.
Ook op grond van artikel 31, zesde lid, onder c en e, van de Vw.
Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.
Sinds 1 januari 2025 heeft de Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers de taken in het kader van het identificeren en registeren van asielzoekers van de AVIM overgenomen.
Uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3992, r.o. 6.9.
Uitspraak van de Afdeling van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3801.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3420, r.o. 5.1.
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.50957 en NL25.50958
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiseres], eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
v-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. P.R. van de Water),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. F. in den Bosch).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres.
1.1.
Eiseres heeft op 14 juni 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 13 oktober 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 4 december 2025 op zitting behandeld. Eiseres en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres heeft de Somalische nationaliteit en heeft verklaard te zijn geboren op [geboortedatum 1] 2007. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij vreest voor een gedwongen huwelijk met een lokale leider van Al-Shabaab, voor problemen met haar stiefmoeder, voor discriminatie vanwege het behoren tot de Madhiban stam en dat zij vreest voor vervolging omdat ze een alleenstaande vrouw is. Eiseres stelt in [geboorteplaats] in Noord-Somalië te zijn geboren, maar in het dorp [plaats] in Centraal-Somalië te zijn opgegroeid binnen haar eigen gemeenschap.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiseres bestaat volgens verweerder uit de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Al-Shabaab wilde eiseres gedwongen laten huwen met een lokale leider;
3. Problemen met de stiefmoeder van eiseres;
4. Discriminatie vanwege het behoren tot een minderheidsstam;
5. Eiseres is een alleenstaande vrouw.
3.1.
Verweerder vindt de door eiseres opgegeven geboortedatum niet geloofwaardig. Omdat eiseres heeft gesteld minderjarig te zijn en zij geen identificerende documenten heeft overgelegd, heeft verweerder een leeftijdsonderzoek ingesteld. Er heeft eerst een leeftijdsschouw plaatsgevonden en vervolgens is bij de Griekse autoriteiten verzocht om de aldaar geregistreerde gegevens van eiseres. Op grond hiervan concludeert verweerder dat de geboortedatum van eiseres [geboortedatum 2] 2005 is en dat zij daarmee meerderjarig is. Verder vindt verweerder geloofwaardig dat eiseres de Somalische nationaliteit heeft, maar de gestelde herkomst gelooft verweerder niet. De verklaringen van eiseres over haar herkomst overtuigen niet en uit de taalanalyse van TOELT blijkt dat eiseres eenduidig niet is te herleiden tot de spraakgemeenschap in Centraal-Somalië. Nu hiermee de identiteit en herkomst van eiseres niet geloofwaardig zijn, heeft verweerder de geloofwaardigheid van de asielmotieven 2 tot en met 5 niet beoordeeld.
Wat vindt eiseres in beroep?
4. Eiseres voert aan dat uitgegaan moet worden van haar minderjarigheid, nu verweerder dat onvoldoende heeft weerlegd. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat uitgegaan kan worden van de registratie in Griekenland. Ten aanzien van de herkomst van eiseres houdt verweerder ten onrechte vast aan de conclusies van de taalanalyse van TOELT en is onvoldoende ingegaan op de twistpunten van de door haar ingebrachte contra-expertise van bureau Verified van 2 september 2025. Er is onvoldoende rekening gehouden met dat eiseres niet is geboren in de plaats waarin zij is opgegroeid en dat er vele migratiestromen zijn binnen het land. Verder blijkt onder meer uit de contra-expertise dat TOELT zich baseert op zeer oude bronnen en dat uit een recenter rapport volgt dat er veel mingratiestromen binnen het land zijn.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de asielaanvraag van eiseres kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat kan worden uitgegaan van de meerderjarigheid van eiseres en dat verweerder de herkomst van eiseres ongeloofwaardig heeft mogen vinden. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Procesbelang
6. Op 27 november 2025 heeft verweerder aan de rechtbank bericht dat eiseres op 18 november 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank ziet zich daarom eerst voor de vraag gesteld of eiseres procesbelang heeft bij de behandeling van haar beroep.
6.1.
Nu de gemachtigde van eiseres ter zitting heeft aangegeven nog in contact te staan met eiseres en dat zij in Nederland verblijft, gaat de rechtbank, gelet op de jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter, ervan uit dat eiseres procesbelang heeft bij de behandeling van haar beroep.
De gestelde minderjarigheid van eiseres
7. Wanneer een vreemdeling stelt minderjarig te zijn en dit niet kan onderbouwen met identificerende documenten, wordt de vreemdeling geschouwd. Bij een schouw beoordelen de AVIM en verweerder of de vreemdeling evident minderjarig of evident meerderjarig is, of dat hier twijfel over bestaat. Wanneer er zowel bij de AVIM als bij verweerder sprake is van twijfel of wanneer de conclusies niet overeenkomen dan doet verweerder nader onderzoek. Als de vreemdeling een Eurodac-hit heeft in een andere lidstaat kan verweerder bij deze lidstaat navragen met welke geboortedatum hij of zij daar geregistreerd staat. Uit rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is op de leeftijdsbepaling van vreemdelingen. Dit betekent dat verweerder in beginsel niet mag uitgaan van de juistheid van een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat. Verweerder zal moeten onderzoeken en deugdelijk moeten motiveren welk gewicht hij aan een bepaalde registratie toekent. Ook zal verweerder alle feiten en omstandigheden moeten betrekken bij de leeftijdsbepaling. Bij een gestelde minderjarigheid moet worden uitgegaan van het vermoeden van minderjarigheid. Het is aan verweerder om het vermoeden van minderjarigheid te weerleggen.
8. De rechtbank stelt vast dat eiseres bij haar aanmelding is geschouwd door de AVIM en door verweerder. Beiden hebben geconcludeerd dat er twijfel was over de gestelde minderjarigheid van eiseres. Gelet hierop kunnen deze schouwen, voor zover deze al in overeenstemming zijn met de uitspraken van de hoogste bestuursrechter gelet op het ontbreken van een duidelijke verbinding tussen de observaties en de conclusie, niet worden gebruikt om het vermoeden van minderjarigheid te weerleggen.
9. Vervolgens heeft verweerder nader onderzoek gedaan bij de Griekse autoriteiten. Daar is eiseres geregistreerd met de geboortedatum [geboortedatum 2] 2005, anders dan in Nederland dus als meerderjarige. Nu deze registratie is gebaseerd op de verklaring van eiseres, moet verweerder betrekken onder welke omstandigheden die verklaring is afgelegd en zal eiseres een plausibele verklaring moeten geven voor de afwijkende verklaring. Verweerder zal dan alle feiten en omstandigheden moeten meewegen bij het beoordelen van de leeftijd van eiseres.
9.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder hier mocht uitgaan van de leeftijdsregistratie ([geboortedatum 2] 2005) van eiseres in Griekenland. Verweerder heeft daarbij kunnen betrekken dat eiseres verschillend heeft verklaard over het verloop van de registratie in Griekenland. Eiseres heeft bij het aanmeldgehoor verklaard dat zij bij aankomst in Griekenland alleen haar naam heeft opgegeven, dat haar niet is gevraagd naar haar geboortedatum en dat de Griekse autoriteiten deze zelf hebben geregistreerd. Bij de schouw bij de AVIM heeft zij verklaard dat zij in Griekenland dezelfde geboortedatum heeft opgegeven als in Nederland, maar niet weet welke datum is geregistreerd. Dat eiseres in de aanvullingen en correcties van 17 februari 2025 betoogt dat zij bij aankomst in Griekenland in de war was en de situatie chaotisch, is onvoldoende om deze tegenstrijdigheid te verklaren. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder daarom kunnen concluderen dat de verklaringen van eiseres geen plausibele verklaring geven voor de afwijkende geboortedatum in Griekenland. Verweerder heeft hiermee voldoende gemotiveerd dat de gestelde minderjarigheid van eiseres niet geloofwaardig is. Verder is eiseres met onbekende bestemming vertrokken en was niet op zitting aanwezig om een nadere toelichting te geven.
De herkomst van eiseres
10.
Conclusie
17. Het beroep is ongegrond.
18. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
19. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Jans, griffier.
Dictum
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Op grond van artikel 31, zesde lid, onder c en e, van de Vw.
Ook op grond van artikel 31, zesde lid, onder c en e, van de Vw.
Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.
Sinds 1 januari 2025 heeft de Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers de taken in het kader van het identificeren en registeren van asielzoekers van de AVIM overgenomen.
Uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3992, r.o. 6.9.
Uitspraak van de Afdeling van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3801.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3420, r.o. 5.1.