Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-12-15
ECLI:NL:RBDHA:2025:26012
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
1,146 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.44122
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster
en haar minderjarige kinderen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 en [geboortedatum 2] 2019, V-nummers: [V-nummer] en [V-nummer] , (gemachtigde: mr. W.C. Boelens),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. M.L.A. Berkelmans).
Procesverloop
Bij het besluit van 11 september 2025 (het besteden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk-ongegrond.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de beroepsprocedure, NL25.44121, op 2 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, A. Sharo als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.44121, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
1.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.A. Braeken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
15 december 2025
Documentcode: [Documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.44122
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster
en haar minderjarige kinderen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 en [geboortedatum 2] 2019, V-nummers: [V-nummer] en [V-nummer] , (gemachtigde: mr. W.C. Boelens),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. M.L.A. Berkelmans).
Procesverloop
Bij het besluit van 11 september 2025 (het besteden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk-ongegrond.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de beroepsprocedure, NL25.44121, op 2 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, A. Sharo als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.44121, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
1.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.A. Braeken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
15 december 2025
Documentcode: [Documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.