Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2025-11-07
ECLI:NL:RBDHA:2025:25405
uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.34271 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. H. Loth), en de Minister van Asiel en Migratie , verweerder (gemachtigde: mr. I.A.G. Lodders). Inleiding Eiser heeft op 3 juni 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Kameroense nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2002. De minister heeft met het besluit van 21 augustus 2023 deze aanvraag afgewezen als ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, heeft op 13 december 2023 geoordeeld dat het besluit van de minister wordt vernietigd. De rechtbank heeft de minister opgedragen eiser te horen en een nieuw besluit te nemen. Naar aanleiding van die uitspraak heeft de minister eiser aanvullend gehoord en met het bestreden besluit van 23 juli 2025 eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. 3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 4. De rechtbank heeft het beroep op 17 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, T. Koc als tolk en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 5. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser komt uit de provincie South-West in Kameroen. Eiser is uit Kameroen gevlucht, omdat hij vreest voor het conflict dat speelt tussen de autoriteiten en het leger enerzijds en de separatisten anderzijds. Eiser en zijn vader zijn aangesloten bij de Ambazonian Defence Forces (ADF) en vechten mee met de separatisten voor onafhankelijkheid van het Engelstalige gedeelte van Kameroen. Eisers vader is in 2017 overleden vanwege zijn politieke activiteiten en eiser vreest bij terugkeer voor hetzelfde, vanwege zijn politieke overtuiging en vanwege de politieke activiteiten die hij verricht voor de ADF. Het bestreden besluit 6. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: - identiteit, nationaliteit en herkomst; - politieke overtuiging; en - politieke activiteit van eisers vader en dat hij in 2017 is overleden naar aanleiding van een mishandeling. 7. De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Ook vindt de minister de politieke activiteit van eisers vader en zijn overlijden in 2017 geloofwaardig. Verder vindt de minister eisers politiek overtuiging deels geloofwaardig. Gevolgd wordt dat eiser een politieke overtuiging heeft, maar niet wordt gevolgd dat eiser activiteiten heeft verricht in het kader van die overtuiging. Verder staat het uitzonderlijke niveau van willekeurig geweld in de provincie South-West waar eiser vandaan komt niet in de weg aan terugkeer naar Kameroen, omdat er een binnenlands beschermingsalternatief is. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond. Ook heeft de minister aan eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd. 8. De rechtbank stelt vast dat eiser in beroep geen gronden heeft aangevoerd over de discriminatie die hij ervaart in Kameroen en ook niet over de politieke activiteit van eisers vader en het overlijden van zijn vader in 2017. Politieke overtuiging 9. Volgens eiser heeft de minister ten onrechte aan hem tegengeworpen dat hij geen fundamentele politieke overtuiging heeft. Eiser voert aan dat deze beoordeling van zijn politieke overtuiging in strijd is met het arrest S. en A. van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) van 21 september 2023 en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 17 januari 2024 naar aanleiding van dat arrest. Volgens eiser heeft de minister het overgelegde arrestatiebevel, de lijst met gezochte personen waar eisers naam op is vermeld en de lidmaatschapskaart van de ADF onvoldoende betrokken bij de beoordeling of hij een gegronde vrees voor v Terwijl eiser in de huidige beroepsprocedure heeft verklaard dat hij een lid is van de ADF en voor hen heeft gevochten.9 Verder wijst de minister er op dat de verklaringen van eiser dat hij neutraal wil zijn, dat hij nooit iets te maken heeft gehad met politiek en niet mee wil doen bij gevechten in Kameroen, voor zowel de separatisten als militairen,10 haaks staan op de latere verklaringen van eiser dat hij heeft gevochten voor de ADF, dat hij lid is van de ADF en hen nog steeds steunt. 11.2. De minister heeft in het bestreden besluit ook uitgebreid gemotiveerd waarom eiser voor deze ongerijmdheden en tegenstrijdigheden geen deugdelijke verklaringen heeft gegeven. De rechtbank constateert dat eiser ook in beroep hiervoor geen verklaring heeft gegeven. De rechtbank oordeelt daarom dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het arrestatiebevel en de lijst met gezochte personen onvoldoende zijn om te leiden tot een gegronde vrees voor vervolging bij terugkeer vanwege eisers politieke overtuiging. Lidmaatschapskaart 12. Eiser heeft in beroep een lidmaatschapskaart van de ADF overgelegd. De rechtbank constateert ten aanzien van deze lidmaatschapskaart het volgende. De lidmaatschapskaart bevat een foto van eiser en op de kaart is vermeld dat deze is afgegeven op 14 mei 2024. Eiser is op 2 april 2025, dus bijna een jaar na het uitgeven van deze kaart, aanvullend gehoord over zijn politieke overtuiging en activiteiten. In het aanvullend gehoor heeft eiser verklaard dat hij een fysieke lidmaatschapskaart had en dat hij naar België zou moeten om een digitale lidmaatschapskaart te laten maken, omdat hij ter plekke een foto moet laten maken. Op de vraag of het voor hem mogelijk is om een digitale foto op te sturen, verklaart eiser dat dit niet mogelijk is.11 Op de zitting is eiser gevraagd waarom hij bij het aanvullend gehoor niet op lidmaatschapskaart heeft gewezen, die toen al uitgegeven was. Eiser heeft toegelicht dat hij de lidmaatschapskaart in persoon moest ophalen in België, dat hij hiervoor moest tekenen en een eed moest afleggen. Eiser heeft op de zitting toegelicht dat hij hiertoe eerder niet in staat was, maar dat Vluchtelingenwerk Nederland dit alsnog voor hem heeft geregeld. Eiser heeft verder verklaard dat hij niet heeft gezegd dat hij niet in staat was om een digitaal een foto te verzenden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser aldus geen verklaring gegeven voor de omstandigheid dat hij ten tijde van het aanvullend gehoor al bijna een jaar beschikte over een lidmaatschapskaart, gezien de afgiftedatum, en daar geen melding van heeft gemaakt. Gelet op deze ongerijmde verklaringen over de in beroep overgelegde lidmaatschapskaart vindt de rechtbank dat ook aan die kaart niet de waarde kan worden gehecht die eiser wenst. Politieke activiteiten bij terugkeer in land van herkomst 13. De rechtbank overweegt dat eiser tijdens het aanvullend gehoor is bevraagd over zijn politieke overtuiging en de activiteiten die hij na terugkeer wil verrichten. De minister heeft aan eiser gevraagd of hij bij terugkeer naar Kameroen opnieuw activiteiten wil verrichten voor de ADF en ook wat voor activiteiten hij bij terugkeer dan zou willen verrichten. Eiser heeft daarop verklaard dat hij niet weet wat voor politieke activiteiten hij voor de ADF zou verrichten, omdat hij pas kan terugkeren als de ADF de onafhankelijkheid van het Engelstalige deel van Kameroen heeft bereikt.12 De minister heeft hierop doorgevraagd en de vraag naar de te verrichten activiteiten bij terugkeer op verschillende manieren gesteld. Het antwoord op deze vragen kwam er telkens op neer dat eiser dat niet kan beantwoorden omdat hij nu niet terug kan. Voor zover eiser in beroep opmerkt dat ten onrechte alleen gevraagd is welke politieke activiteiten hij in Kameroen zou willen verrichten indien dat in vrijheid zou kunnen, is dit naar het oordeel van de rechtbank een onjuiste lezing van het verslag van het aanvullend gehoor. In de vragen over