Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-12-23
ECLI:NL:RBDHA:2025:25075
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
582 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.45721
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.R. Verdoner),
mede namens het minderjarige kind:
[naam]
V-nummer: [nummer],
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 1 juli 2025.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling
2. De minister moet binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. Eiser heeft zijn asielaanvraag ingediend op 1 juli 2025. De beslistermijn van zes maanden zou in het geval van eiser verstrijken op 1 januari 2026. Dit betekent dat de ingebrekestelling van 31 augustus 2025 prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Conclusie
3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid vanA.W. Landman, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 42, eerste lid, Vreemdelingenwet (Vw).
Artikel 6:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)