Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-12-15
ECLI:NL:RBDHA:2025:24121
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
628 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.58636
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2025 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. F. Boone),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. S. Bozkürt).
Procesverloop
Bij besluit van 27 november 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 9 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
Mocht de minister eiser in bewaring stellen?
1. Eiser betwist de redenen die ten grondslag liggen aan de bewaring, de onderbouwing van die redenen, en het daaruit voortvloeiende risico op onderduiken niet. De gemachtigde van eiser refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Dat betekent dat de gemachtigde de beoordeling van de juistheid van de maatregel volledig overlaat aan de rechtbank.
1.1.
In de door de minister en eiser verstrekte gegevens ziet de rechtbank geen grond om, ambtshalve toetsend, te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.
Conclusie
2. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de maatregel van bewaring in stand blijft. Daarom wijst de rechtbank ook het verzoek om schadevergoeding af. De minister hoeft de proceskosten van eiser niet te vergoeden.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E. Brokke, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.
Vergelijk HvJEU 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647 (Adrar) en HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858 (C, B en X)