Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-21
ECLI:NL:RBDHA:2025:23630
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,029 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2025:23630 text/xml public 2026-03-06T12:45:14 2025-12-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-11-21 25/8059 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening NL Den Haag Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:23630 text/html public 2025-12-15T16:52:08 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:23630 Rechtbank Den Haag , 21-11-2025 / 25/8059 Verkeersbesluit Daal en Bergselaan. Het verzoek om een voorlopige voorziening is toegewezen. Verzoekers hebben volgens de voorzieningenrechter terecht aangevoerd dat de verkeersanalyse uit 2022 niet representatief is en verweerder zich hier niet op mocht baseren om te concluderen dat verzoekers geen belanghebbenden zijn bij het verkeersbesluit. Daar komt bij dat tijdens de werkzaamheden het verkeer door de straten van de omwonenden wordt geleid, waardoor tijdens de werkzaamheden wel een toename van de verkeersbewegingen valt te verwachten. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 25/8059 uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 november 2025 in de zaak tussen [verzoekers] ., uit [woonplaats] , verzoekers en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder (gemachtigde: mr. R. Bassie). Procesverloop 1. Met het bestreden besluit van 29 september 2025 heeft verweerder een verkeersbesluit genomen . 1.1. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 1.2. Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, de gemachtigde van verweerder en acht verkeersdeskundigen. Beoordeling door de voorzieningenrechter Waar gaat deze zaak over? 2. Verweerder heeft op 29 september 2025 een verkeersbesluit genomen. Met dit besluit is bepaald dat een deel van de Daal en Bergselaan, tussen de Ridderspoorweg en de Pioenweg, wordt afgesloten voor autoverkeer. Dit stuk weg ligt tussen Wapendal en de Bosjes van Pex. Wapendal is een geïsoleerd deel van het Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal en op Europees niveau aangewezen vanwege het in dit gebied aanwezige duinbos, kalkarm grijs duin en duinheide. Het gebied staat onder druk en is bijzonder kwetsbaar voor de effecten van buitenaf, zoals autoverkeer. De weg zal worden vervangen door een fietspad, waardoor de weg smaller wordt en er meer ruimte ontstaat voor de natuur. Verzoekers zijn het niet eens met dit besluit en hebben bezwaar gemaakt en verzocht om de werkzaamheden op te schorten tot op het bezwaar is beslist. Wat vinden verzoekers? 3. Verzoekers stellen zich als eerste op het standpunt dat zij een spoedeisend belang hebben bij de gevraagde voorziening. Het gaat er dan onder andere om dat, als de werkzaamheden direct worden uitgevoerd, er onherstelbare schade aan de natuur zal optreden terwijl niet duidelijk is of het plan rechtmatig is. Als na het voeren van de procedure zou blijken dat het plan onrechtmatig is, moet verweerder de oorspronkelijke situatie herstellen, dit zal wederom tot natuurschade leiden en het onnodig verlies van gemeenschapsmiddelen tot gevolg hebben. Hierbij is voor verzoekers ook van belang dat het verwachte sluipverkeer tijdens de werkzaamheden door en langs de Ereprijsweg, Ridderspoorweg en het bovengelegen gedeelte van de Laan van Meerdervoort wordt omgeleid. De borden voor deze omleidingsroute zijn door verweerder al geplaatst. 3.1. Verzoekers zijn van mening dat het bovenstaande extra zwaar weegt nu de motivering van het besluit gebrekkig is. De belangen van verzoekers zijn niet (voldoende) meegewogen in het besluit. Verweerder lijkt bijvoorbeeld geen concrete maatregelen te hebben genomen om (sluip)verkeer te voorkomen na afronding van de werkzaamheden. De vraag is hoe verweerder dit verkeer wil tegengaan als zij tijdens de werkzaamheden juist door de straten van verzoekers zijn geleid. Daarbij komt dat dat het door verweerder uitgevoerde verkeersonderzoek mogelijk niet representatief is omdat de telling is uitgevoerd tijdens de nasleep van de coronaperiode, begin april 2022. Pas vanaf 23 maart 2022 heeft het Kabinet het advies om thuis te werken losgelaten. De verkeersbewegingen in die tijd waren nog niet terug op een “normaal” niveau. In het kader van de belangenafweging had er een onafhankelijke verkeerstelling in een meer representatieve periode moeten plaatsvinden. Voor verzoekers is dan ook onduidelijk wat de verkeerssituatie zal worden na de afsluiting van de Daal en Bergselaan. Verzoekers wijzen ook op de verkeersveiligheid. De straten van verzoekers zijn smal. Hier is geen plaats voor (brom)fietsers naast een auto. Het fietsverkeer anno 2025 is niet te vergelijken met dat van een aantal jaren terug, met e-bikes en opgevoerde fatbikes. De snelheden zijn hoog, en de risico's op ongevallen daarmee ook. Daarbij speelt ook een rol dat de genoemde straten buiten de zone liggen waarin betaald parkeren is ingevoerd, met als resultaat dat deze straten vrijwel altijd vol staan met geparkeerde auto's die betaald parkeren willen ontwijken. Deze straten zijn niet geschikt voor een toename in het aantal verkeersbewegingen en kunnen ook zeker toenemende parkeerdruk niet aan die zal ontstaan door het vervallen van meer dan 50 parkeerplaatsen. Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter? Spoedeisend belang 4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekers een voldoende spoedeisend belang hebben bij hun verzoek om een voorlopige voorziening te treffen. Dit omdat verweerder zo snel mogelijk het verkeersbesluit wil uitvoeren waardoor de Daal en Bergse laan afgesloten wordt voor motorverkeer. Op dit moment staat een gedeelte van de omleidingsborden en de straten waar verzoekers wonen. Zij zullen dan ook direct gevolgen ondervinden van het besluit. Voor zover verweerder stelt dat de werkzaamheden ook weer ongedaan gemaakt kunnen worden merkt de voorzieningenrechter het volgende op. Weliswaar is het in theorie inderdaad mogelijk om de werkzaamheden ongedaan te maken, dit kan echter niet zonder dat opnieuw omvangrijke werkzaamheden uitgevoerd zullen moeten worden. Dit met alle mogelijke overlast voor omwoners tot gevolg. Gelet hierop is het spoedeisend belang gegeven. Zijn verzoekers belanghebbenden? 5. Op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Volgens vaste rechtspraak1 moet verzoeker, om als belanghebbende in zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door – in dit geval – het verkeersbesluit. 5.1. In het kader van verkeersbesluiten volgt uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter dat met het stellen van het vereiste van het zijn van belanghebbende een zekere begrenzing is beoogd ten aanzien van de mogelijkheid tegen een besluit bezwaar te maken en beroep in te stellen. Het is niet de bedoeling van de wetgever geweest om tegen een verkeersbesluit beroep open te stellen voor eenieder. Bij verkeersbesluiten moet dan ook van geval tot geval worden onderzocht wiens belangen rechtstreeks bij een dergelijk besluit zijn betrokken. Iemand is slechts belanghebbende bij een verkeersbesluit indien hij of zij een bijzonder, individueel belang heeft bij dat besluit, welk belang zich in voldoende mate onderscheidt van dat van andere weggebruikers. Hierbij geldt wel dat als een verkeersbesluit directe gevolgen heeft voor het aantal verkeersbewegingen ter plaatse van de woning van een bezwaarmaker, deze kan worden aangemerkt als belanghebbende bij het verkeersbesluit. 6. Verweerder stelt zich op het standpunt dat voor alle omwonenden geldt dat zij geen belanghebbenden zijn. Allereerst omdat aan beide zijkanten van de Daal en Bergselaan – gelegen tussen het Natura 2000-gebied en de Bosjes van Pex – zich geen adressen bevinden.