Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-12-08
ECLI:NL:RBDHA:2025:23309
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
1,343 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.27958
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], Eiseres,V-nummer: [nummer],
Mede namens haar kinderen:
[naam],
V-nummer: [nummer],
[naam] V-nummer: [nummer][naam], V-nummer: [nummer],[naam],V-nummer: [nummer],[naam], V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. L.J. Meijering),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de Minister.
Inleiding1.1 In een eerdere procedure heeft deze rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond verklaard. De minister moest uiterlijk 1 maart 2023 een besluit nemen op de aanvraag. Daarbij heeft de rechtbank ook bepaald dat als de minister niet op tijd een besluit neemt, zij een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 7.500,-.
1.2
Deze uitspraak gaat over het tweede beroep dat eiseres hebben ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de aanvraag van 8 augustus 2023.
1.3
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling
Is het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ontvankelijk?
1. Voorafgaand aan het instellen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen moeten eiseres de minister door middel van een ingebrekestelling laten weten dat zij binnen twee weken alsnog op de aanvraag moet beslissen. Bij een tweede beroep tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde aanvraag is een nieuwe ingebrekestelling niet nodig. In de uitspraak van 23 september 2024 heeft de rechtbank bepaald dat de minister voor1 maart 2025 een besluit op de aanvraag moest nemen. Dat heeft de minister niet gedaan en eiseres hebben vervolgens onderhavig beroep ingesteld.
2. Op 15 september 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen. Omdat door de minister inmiddels een besluit is genomen, is er voor de rechtbank geen aanleiding om te bepalen dat de minister alsnog een besluit op de aanvraag dient te nemen.
3. Het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit is kennelijk niet-ontvankelijk.
Is het beroep tegen het alsnog genomen besluit gegrond?
4. het beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ook betrekking op het alsnog genomen besluit. Eiseres hebben geen gronden ingediend die zien op het alsnog genomen besluit. Dit betekent dat het beroep gericht tegen het alsnog genomen besluit kennelijk ongegrond is.
Welke dwangsom legt de rechtbank op?
5. In de uitspraak van 23 september 2024 heeft de rechtbank reeds bepaald dat de minister de maximale bestuurlijke dwangsom diende uit te betalen aan eiseres. Er bestaat geen aanleiding om een rechterlijke dwangsom op te leggen, omdat de minister is tegemoet gekomen aan het verzoek van eiseres en alsnog heeft beslist op zijn aanvraag.
Conclusie
6. Het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk. Het beroep gericht tegen het alsnog genomen besluit is ongegrond.
7. Omdat de minister na het indienen van het beroep alsnog een besluit heeft genomen, is het beroep terecht ingediend, en moet de minister de door eiseres gemaakte proceskosten vergoeden. De te vergoeden proceskosten stelt de rechtbank vast op € 453,50.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk;
verklaart het beroep tegen het alsnog genomen besluit ongegrond;
veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 6:12, aanhef en onder b, en artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
Vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2019:673.
Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb
Artikel 8:55d van de Awb.
Artikel 6:20, derde lid, van de Awb
Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.